Auteur: Octapharma


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Omniplasma is samengevoegd humaan plasma dat een behandeling heeft ondergaan voor inactivering van virussen. Humaan plasma is het vloeibare gedeelte van het humaan bloed dat de cellen bevat. Het bevat humane plasmaproteïnen, die belangrijk zijn om de normale stollingseigenschappen in stand te houden, en wordt op dezelfde wijze gebruikt als normaal vers bevroren plasma (FFP).

Omniplasma helpt in geval van complexe tekorten aan stollingsfactoren, die kunnen worden veroorzaakt door ernstig leverfalen of massale transfusie. Omniplasma kan ook worden gegeven in noodsituaties als er geen stollingsfactorconcentraat (zoals factor V of factor X) voorhanden is of als de vereiste laboratoriumdiagnose niet mogelijk is.

Het kan ook worden toegediend om de effecten van orale anticoagulanten (cumarine of indanedione type) snel te herstellen, wanneer er een vitamine K insufficiëntie bestaat vanwege een verzwakte leverfunctie, of in noodsituaties.

Omniplasma kan toegediend worden aan patiënten die plasma-uitwisseling ondergaan om de balans tussen de stollingsfactoren te herstellen.

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Gebruik Omniplasma niet

  • als u allergisch (overgevoelig) bent voor humane plasmaproteïnen of een van de andere bestanddelen van Omniplasma (zie rubriek 6).
  • als u weet dat u antistoffen hebt tegen immunoglobuline A (IgA).
  • als u vroeger reacties hebt vertoond op een of ander preparaat van humaan plasma of FFP.
  • als u weet dat u een laag gehalte aan proteïne S hebt (een vitamine K-afhankelijk eiwit in uw bloed).

Wees extra voorzichtig met Omniplasma

20130220_pil_952_NL_12.11_nl (marked)

  • als u een laag gehalte aan immunoglobuline A hebt.
  • als u vroeger reacties hebt vertoond op plasmaproteïnen met inbegrip van FFP.
  • als u aan hartfalen of vocht in de longen (longoedeem) lijdt.
  • als u een bekend risico loopt op complicaties door bloedstolling (trombose) gezien het mogelijk verhoogde risico op veneuze trombo-embolie (stolselvorming in de aders).
  • Vertel uw arts als u eventuele andere ziekten hebt gehad.

Omniplasma wordt doorgaans niet aanbevolen voor de behandeling van de ziekte van von Willebrand.

Virale veiligheid

Als geneesmiddelen worden bereid uit humaan bloed of plasma, worden bepaalde maatregelen genomen om te voorkomen dat infecties zouden worden overgedragen op patiënten. Die omvatten een zorgvuldige selectie van de bloed- en plasmadonoren met uitsluiting van donoren die een infectie zouden kunnen dragen, en onderzoek van elke donatie en van pools van plasma op tekenen van virussen/infecties. De fabrikanten van die producten lassen bij de verwerking van het bloed of het plasma ook stappen in om virussen te inactiveren of te verwijderen. Ondanks die maatregelen kan de mogelijkheid van overdracht van een infectie niet volledig worden uitgesloten als geneesmiddelen worden bereid van humaan bloed of plasma. Dat geldt ook voor eventuele onbekende of opkomende virussen of andere types van infectie.

De genomen maatregelen worden doeltreffend geacht tegen virussen met een enveloppe zoals het humane immunodeficiëntievirus (hiv), het hepatitis B- en het hepatitis C-virus.

Het zou kunnen dat de maatregelen maar van beperkte waarde zijn tegen bepaalde virussen zonder enveloppe zoals het hepatitis A-virus, hepatitis E-virus en het parvovirus B19.

Het wordt ten stelligste aanbevolen om de naam en het lotnummer van het product op te schrijven telkens als u een dosis van Omniplasma krijgt, om een dossier bij te houden van het gebruikte lot.

Uw arts kan u aanraden om vaccinatie tegen hepatitis A en B te overwegen als u regelmatig/herhaaldelijk van humaan plasma afgeleide producten krijgt.

Gebruik met andere geneesmiddelen

In klinische studies werd Omniplasma toegediend in combinatie met diverse andere geneesmiddelen, en er werden geen interacties waargenomen.

Omniplasma mag niet worden vermengd met andere intraveneuze vloeistoffen of geneesmiddelen behalve rode bloedcellen en bloedplaatjes.

Om de mogelijkheid van bloedstolsels te voorkomen, mogen oplossingen die calcium bevatten, niet via dezelfde intraveneuze lijn worden toegediend als Omniplasma.

Er zijn geen reacties bekend met andere geneesmiddelen.

Vertel uw arts of apotheker als u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dat geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt krijgen.

Gebruik van Omniplasma met voedsel en drank

Er werden geen effecten waargenomen.

Zwangerschap en borstvoeding

Als u zwanger bent, moet u dat uw arts melden. U krijgt alleen Omniplasma als uw arts dat voor u belangrijk vindt.

Vraag uw arts om advies voordat u een geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Er werd geen effect waargenomen op de rijvaardigheid of op het vermogen om machines te bedienen. U moet zelf beslissen of u zich voldoende goed voelt om met een voertuig te rijden of andere taken te verrichten die meer concentratie vereisen.

Belangrijke informatie over enkele bestanddelen van Omniplasma

Niet van toepassing. Voor een lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.

20130220_pil_952_NL_12.11_nl (marked)

Hoe gebruikt u dit middel?

Volg bij het gebruik van Omniplasma nauwgezet het advies van uw arts. Raadpleeg bij twijfel uw arts.

  • Er zijn meerdere opties voor het ontdooien van bevroren Omniplasma, zoals het gebruik van

een waterbad of een ‘dry tempering system’ zoals de SAHARA-III. Laat de inhoud van de zak opwarmen tot ongeveer + 37 °C voor de infusie, maar de

temperatuur van Omniplasma mag niet hoger worden dan + 37 °C.
Bij gebruik van een waterbad mag de ontdooiing niet langer duren dan 30 minuten.
Bij gebruik van een dry tempering system moet het verloop van de temperatuur van

Omniplasma worden genoteerd. Het proces moet worden beëindigd als er + 37 °C verschijnt op het display/de recorder.

  • Voordat Omniplasma aan u wordt gegeven via een infuus, moet een ABO- bloedgroepcompatibiliteitstest worden uitgevoerd.
  • In noodgevallen kan Omniplasma bloedgroep AB worden gegeven aan alle patiënten.

Omniplasma wordt gegeven als een infuus in uw aders. Het is belangrijk dat de infuussnelheid niet hoger is dan 1 ml Omniplasma per kg lichaamsgewicht per minuut.

Uw dosering hangt af van uw klinische situatie en uw lichaamsgewicht. Uw arts zal de juiste hoeveelheid bepalen die u moet krijgen.

Speciale aanbevelingen voor de dosering:

  • De dosering bij een tekort aan stollingsfactoren is 5 tot 20 ml Omniplasma per kg lichaamsgewicht.
  • Bij TTP-patiënten moet het hele uitgewisselde plasmavolume worden vervangen met Omniplasma.
  • Voor de behandeling van een bloeding in het lichaam bij intensieve plasma- uitwisselingsprocedures zal uw arts de vereiste dosering bepalen.
  • Calciumgluconaat kan in een andere ader worden gegeven om de negatieve effecten van het citraat in Omniplasma te verminderen.

U moet tijdens en minstens 20 minuten na de toediening worden geobserveerd, voor het geval u een allergische reactie (anafylactische reactie) of shock zou ontwikkelen. In dat geval moet het infuus onmiddellijk worden stopgezet.

Wat u moet doen als u meer van Omniplasma heeft gebruikt dan u zou mogen

Hoge doseringen kunnen leiden tot vochtoverbelasting, vocht in de longen en/of hartproblemen. Als u te veel Omniplasma hebt gebruikt, moet u contact opnemen met uw arts ofapotheker..

Wat u moet doen wanneer u bent vergeten Omniplasma te gebruiken

Uw arts moet toezicht uitoefenen op de toediening en moet uw laboratoriumwaarden binnen de gespecificeerde waarden houden.

Als u stopt met het gebruik van Omniplasma

Op grond van laboratoriumwaarden beslist uw arts wanneer de toediening van Omniplasma mag worden stopgezet, en zal hij de mogelijke risico’s evalueren.

Mogelijke bijwerkingen?

20130220_pil_952_NL_12.11_nl (marked)

Zoals alle geneesmiddelen kan Omniplasma bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze bijwerkingen krijgt.

Mogelijke bijwerkingen zijn: vermoeidheid, tintelingen (paresthesie), bevingen, rood worden, rillingen (bevingen met of zonder koorts), misselijkheid, braken, plaatselijke zwelling (oedeem), koorts, abnormale symptomen in de longen en een laag calciumgehalte.

Sommige patiënten vertonen allergische reacties zoals: uitslag, koorts, rillingen, misselijkheid, braken en buik- of rugpijn. Zelden veroorzaakt een infuus van humaan plasma een anafylactische shock (een onmiddellijke, ernstige allergische reactie die roodheid van de huid, een daling van de bloeddruk, ademhalingsmoeilijkheden en collaps veroorzaakt). Een hoge infuussnelheid kan circulatoire stoornissen veroorzaken, vooral bij patiënten met leverfunctiestoornissen.

Zelden kan onverenigbaarheid tussen antistoffen in Omniplasma en antigenen in uw bloed leiden tot hemolytische transfusiereacties; rillingen; koorts; een niet-productieve hoest; ademhalingsmoeilijkheden; huiduitslag; en bloeding in het lichaam.

Een infuus van Omniplasma kan leiden tot de vorming van antistoffen tegen specifieke stollingsfactoren.

Hoge doseringen of een hoge infuussnelheid kunnen het bloedvolume verhogen en longoedeem en/of hartfalen veroorzaken.

Afhankelijk van het type en de ernst van de bijwerkingen moet de infuussnelheid worden verlaagd of moet de toediening worden stopgezet. Uw arts zal de geschikte actie ondernemen.

Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het bereik en zicht van kinderen houden.

Bewaren in de vriezer bij ≤ – 18C en tegen licht beschermen.

Omniplasma heeft een houdbaarheid van 4 jaar vanaf de datum van de fabricage. Gebruik Omniplasma niet meer na de vervaldatum die staat vermeld op het etiket en op de doos na de afkorting EXP. De vervaldatum verwijst naar de laatste dag van die maand.

Na ontdooiing kan Omniplasma hoogstens 24 uur voor gebruik worden bewaard bij + 2-8°C of hoogstens 8 uur bij kamertemperatuur (+ 20 tot + 25°C) op voorwaarde dat de zak niet is geopend. Als de zak geopend is, moet het product onmiddellijk worden gebruikt.

Ontdooid Omniplasma mag niet opnieuw worden ingevroren. Niet-gebruikt product moet worden weggegooid.

Gebruik Omniplasma niet als u merkt dat de oplossing troebel is of afzetting bevat.

Geneesmiddelen dienen niet weggegooid te worden via het afvalwater of met huishoudelijk afval. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die niet meer nodig zijn. Deze maatregelen zullen helpen bij de bescherming van het milieu.

20130220_pil_952_NL_12.11_nl (marked)

Anvullende Informatie

Wat bevat Omniplasma

  • De werkzame bestanddelen zijn humane plasmaproteïnen (45 - 70 mg/ml).
  • De andere bestanddelen zijn: Natriumcitraatdihydraat Natriumdiwaterstoffosfaatdihydraat Glycine

Omniplasma bevat ook sporenhoeveelheden van de stoffen tri(n-butyl)fosfaat en octoxynol, die tijdens de fabricage worden gebruikt voor virale inactivering.

Hoe ziet Omniplasma er uit en wat is de inhoud van de verpakking

Omniplasma is een oplossing voor infusie.

Omniplasma is een heldere of licht opaalachtige gele oplossing. Omniplasma wordt geleverd in bloedzakken van 200 ml.

Afleveringswijze

U.R.

Nummer(s) van de vergunning voor het in de handel brengen

RVG 25407

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

OCTAPHARMA GmbH

Elisabeth-Selbert Str. 11

D-40764 Langenfeld

Duitsland

Fabrikant

Octapharma Pharmazeutika Produktionsge.m.b.H

Oberlaaer Str. 235

1100 Wenen

Oostenrijk

Octapharma AB

SE-112 75 Stockholm

Zweden

Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in november 2012

20130220_pil_952_NL_12.11_nl (marked)

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK