Auteur: Janssen-Cilag


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

TriNovum is een anticonceptiepil (ook wel ‘de pil’ genoemd). Het is een zogenaamde combinatiepil. Elke tablet bevat norethisteron en ethinylestradiol. Dat zijn de stoffen die zorgen voor de werking van TriNovum. Norethisteron en ethinylestradiol zijn hormonen die ervoor zorgen dat een vrouw niet zwanger wordt.

TriNovum is een zogenaamde ‘driefasenpil’. Dat betekent dat er tabletten met drie verschillende sterktes in de strip zitten. Door de opeenvolging van drie verschillende samenstellingen worden de natuurlijke veranderingen van de hormonen tijdens een menstruatiecyclus nagebootst.

TriNovum gebruikt u om te voorkomen dat u zwanger wordt.

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Algemene opmerkingen

Voordat u kunt beginnen met het gebruik van TriNovum, zal uw arts u een aantal vragen stellen over uw persoonlijke ziektegeschiedenis en die van uw naaste familieleden. De arts zal ook uw bloeddruk meten en, afhankelijk van uw persoonlijke situatie, mogelijk ook nog andere onderzoeken doen.

In deze bijsluiter worden verschillende situaties beschreven waarin u moet stoppen met het gebruik van TriNovum of waarin de betrouwbaarheid van TriNovum verminderd kan zijn. In die situaties moet u óf geen seks hebben, óf een extra anticonceptiemiddel zonder hormonen gebruiken, zoals bijvoorbeeld een condoom of een andere barrièremethode. Maak geen gebruik van de temperatuurmethode of periodieke onthouding. Deze methoden kunnen onbetrouwbaar zijn omdat TriNovum de maandelijkse veranderingen van de lichaamstemperatuur en het baarmoederhalsslijmvlies beïnvloedt.

Net als andere anticonceptiemiddelen met hormonen beschermt TriNovum niet tegen infectie met het hiv-virus (aids) of andere seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s).

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor één van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6.
  • U heeft bloedstolsels (veneuze trombose) in de kuit en/of longen of elders, al of niet met ontsteking van een bloedvat, of heeft dit gehad.
  • U lijdt aan een al dan niet erfelijke aandoening waardoor u een verhoogd risico loopt op de vorming van bloedstolsels.
  • U heeft een aandoening gehad van de (slagaderlijke) bloedvaten, zoals bijvoorbeeld een hartaanval of een beroerte (hersenen) of een voorbode hiervan.
  • U heeft suikerziekte en uw bloedvaten zijn aangedaan.
  • U heeft een ernstige leveraandoening of u heeft dit gehad en de werking van uw lever is nog niet normaal.
  • U heeft een gezwel in uw lever of u heeft dit gehad.
  • U heeft borstkanker of baarmoederkanker of heeft dit gehad of het vermoeden bestaat dat u een van deze ziekten heeft.
  • U heeft bloedverlies uit de vagina en de oorzaak is niet duidelijk.
  • U heeft een abnormale verdikking van het baarmoederslijmvlies.
  • Eerder heeft u migraine gehad die gepaard ging met bepaalde verschijnselen (bijv. tintelingen, spraakstoornissen, stoornissen bij het zien).
  • U heeft een ontstekening van de alvleesklier of u heeft dit gehad, met daarbij een sterk verhoogde hoeveelheid vetzuren (triglyceriden) in uw bloed.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

In sommige situaties moet u extra voorzichtig zijn als u TriNovum of een andere combinatiepil gebruikt. Het kan nodig zijn dat u regelmatig door uw arts wordt gecontroleerd. Als één van de volgende situaties op u van toepassing is, moet u uw arts hiervan op de hoogte brengen vóór u TriNovum gaat gebruiken. Ook als één van de onderstaande aandoeningen ontstaat of verslechtert tijdens het gebruik van TriNovum, moet u uw arts raadplegen.

  • U heeft suikerziekte.
  • U heeft otosclerose (een vorm van gehoorverlies).
  • U heeft chloasma (gehad); dat is een vlekkige verkleuring van de huid doordat het lichaam te veel pigment aanmaakt.
  • U had tijdens een zwangerschap last van blaasjes op de huid (herpes gestationes).
  • U heeft galstenen of een ontsteking van de galblaas (gehad).
  • U heeft porfyrie (een stofwisselingsstoornis).
  • U heeft spiertrekkingen of moeilijkheden met uw spiercontrole, bekend als chorea van Sydenham.
  • U heeft bepaalde nierproblemen, bekend als het hemolytisch uremisch syndroom.
  • U heeft of had knobbels in de borst én u heeft iemand in de familie die borstkanker heeft gehad.
  • U bent depressief of ernstig depressief (geweest).
  • U heeft lupus erythematodes (een aandoening van het afweersysteem waarbij het gehele lichaam betrokken kan zijn, ook wel SLE genoemd).
  • U heeft een ernstige darmziekte (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa).
  • U heeft een ernstige leveraandoening, een levertumor of een andere zelden voorkomende vorm van geelzucht (syndroom van Dubin-Johnson, Rotor-syndroom).
  • U heeft erfelijk angio-oedeem. In dat geval kunnen middelen waar oestrogene hormonen inzitten de verschijnselen opwekken of verergeren. U moet direct contact met uw arts opnemen als u verschijnselen van angio-oedeem krijgt, zoals een opgezwollen gezicht, tong en/of keel, en/of problemen met slikken, of galbulten samen met moeilijk ademhalen.

De pil en trombose

Het gebruik van elke combinatiepil, dus ook van TriNovum, verhoogt bij vrouwen de kans op het krijgen van een bloedstolsel in een ader (veneuze trombose) in vergelijking met vrouwen die geen anticonceptiepil gebruiken.

Het risico op trombose in de ader neemt bij pilgebruik toe:

  • naarmate u ouder wordt;
  • als in uw directe familie trombose voorkomt;
  • als u een operatie moet ondergaan, bedlegerig bent of tijdelijk niet mag lopen. In deze situaties dient u te stoppen met de pil en andere voorbehoedmiddelen te gebruiken;
  • bij overgewicht;
  • bij spataderen;
  • als u een aderontsteking (flebitis) heeft of heeft gehad.

N.B. Als bij een direct familielid voor de eerste keer trombose optreedt terwijl u de pil al gebruikt, neem dan contact op met uw arts.

Uw kans op het krijgen van trombose in de ader neemt toe bij pilgebruik.

  • Van de 100.000 vrouwen die niet aan de pil en niet zwanger zijn, zouden er ongeveer 5 tot 10 een bloedstolsel kunnen krijgen in een jaar.
  • Van de 100.000 vrouwen die TriNovum of een vergelijkbare pil gebruiken, zouden er ongeveer 20 een bloedstolsel kunnen krijgen in een jaar.
  • Van de 100.000 vrouwen die zwanger zijn, zouden er ongeveer 60 een bloedstolsel kunnen krijgen in een jaar.

Een bloedstolsel in de aderen kan zich verplaatsen naar de longen en daar bloedvaten blokkeren (een zogenaamde longembolie). In 1-2% van de gevallen kan de vorming van bloedstolsels in de aderen fataal zijn.

De hoogte van het risico op trombose kan variëren afhankelijk van het type pil u gebruikt. Bespreek de beschikbare mogelijkheden met uw arts.

Het gebruik van combinatiepillen is in verband gebracht met een verhoogde kans op een bloedstolsel in een slagader (arteriële trombose), bijvoorbeeld in de bloedvaten van het hart (hartaanval) of de hersenen (beroerte).

De kans op trombose in een slagader bij gebruik van een combinatiepil neemt toe in de volgende gevallen:

  • u rookt. U wordt dringend geadviseerd om te stoppen met roken als u TriNovum gebruikt, zeker als u ouder bent dan 35 jaar.
  • naarmate u ouder wordt;
  • het vetgehalte (cholesterol) in het bloed is te hoog;
  • u bent (veel) te zwaar;
  • iemand in uw familie heeft een ziekte gehad die wordt veroorzaakt door bloedstolsels (bijvoorbeeld een hartaanval of een beroerte);
  • uw bloeddruk wordt tijdens gebruik van TriNovum te hoog;
  • u heeft migraine;
  • u heeft hartklachten (een hartklepaandoening of hartritmestoornis).

U moet stoppen met het gebruik van de pil en direct uw arts raadplegen als u mogelijke signalen van trombose opmerkt zoals:

  • ernstige pijn en/of zwelling in één van de armen of benen;
  • scherpe pijn of een beklemmend gevoel op de borst, mogelijk uitstralend naar de linkerarm;
  • plotselinge kortademigheid;
  • plotseling hoesten zonder duidelijke oorzaak;
  • elke ongewone, ernstige of langdurige hoofdpijn of het verergeren van migraine;
  • gedeeltelijke of volledige blindheid of dubbelzien;
  • moeite hebben met spreken of niet meer kunnen praten;
  • plotselinge veranderingen in uw gehoor;
  • duizeligheid of flauwvallen;
  • zwakte, vreemd gevoel of gevoelloosheid in een lichaamsdeel;
  • moeilijk bewegen;
  • ernstige pijn bovenin uw buik of een abnormaal opgezette buik.

Let op: als u met de pil stopt vanwege trombose moet u wel andere maatregelen nemen om zwangerschap te voorkomen (bijvoorbeeld condooms gebruiken). Het risico op trombose tijdens zwangerschap is namelijk enkele malen hoger dan tijdens pilgebruik.

Ook bij de volgende verschijnselen moet u stoppen met de pil en uw arts raadplegen:

  • als u weet dat u in de komende 6 weken een grote operatie zult ondergaan of als u bedrust moet houden na een ongeluk of een operatie, of als u een tijdje niet mobiel bent, bijvoorbeeld omdat uw been in het gips zit;
  • als u een knobbeltje in uw borst voelt;
  • als uw huid geel kleurt (geelzucht) of als uw hele lichaam begint te jeuken, met name als u hier eerder last van heeft gehad tijdens zwangerschap of pilgebruik;
  • als uw bloeddruk aanmerkelijk verhoogd is;
  • als u ernstig depressief wordt;
  • als u zwanger bent of het denkt te zijn.

De pil en kanker

Bij vrouwen die een combinatiepil gebruiken, wordt iets vaker borstkanker geconstateerd, maar het is niet bekend of dit wordt veroorzaakt door het pilgebruik. Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat er meer borstkanker wordt ontdekt bij vrouwen die een combinatiepil gebruiken omdat zij vaker door hun arts worden onderzocht. Het vóórkomen van borstkanker wordt geleidelijk aan minder na het stoppen met een combinatiepil. Het is belangrijk om regelmatig uw borsten te controleren. Als u een knobbeltje voelt, moet u contact opnemen met uw arts.

In zeldzame gevallen zijn bij pilgebruiksters goedaardige levertumoren gevonden en in nog zeldzamere gevallen kwaadaardige levertumoren. Neem contact op met uw arts als u ongewoon hevige buikpijn krijgt.

Tussentijds bloedverlies

Tijdens de eerste paar maanden dat u TriNovum gebruikt, kunt u onverwacht een bloeding krijgen (bloedverlies buiten de stopweek). Als dit bloedverlies niet alleen tijdens de eerste paar maanden optreedt, of als het pas na enkele maanden voor het eerst optreedt, moet uw arts onderzoeken wat de oorzaak is.

Wat moet u doen als u geen bloeding krijgt in de stopweek?

Als u alle 21 tabletten uit de strip op de juiste manier heeft ingenomen, als u niet heeft overgegeven, geen ernstige diarree heeft gehad en als u geen andere geneesmiddelen heeft gebruikt, is het hoogst onwaarschijnlijk dat u zwanger bent.

Als de verwachte bloeding twee keer achter elkaar niet komt, kunt u zwanger zijn. Neem direct contact op met uw arts. Begin pas met de volgende strip als u zeker weet dat u niet zwanger bent.

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast TriNovum nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt krijgen (ook voor kruidenmiddelen). Zij kunnen u vertellen of het nodig is om extra anticonceptiemaatregelen te nemen (bijvoorbeeld condooms) en, als dat het geval is, hoe lang u dit moet doen.

Sommige medicijnen kunnen de bescherming van TriNovum tegen zwangerschap verminderen, of kunnen onverwacht bloedverlies veroorzaken. Het gaat hierbij om:

  • geneesmiddelen voor de behandeling van:
    • epilepsie (primidon, carbamazepine, eslicarbazepine acetaat, oxcarbazepine, fenytoïne, rufinamide, topiramaat, felbamaat en barbituraten zoals fenobarbital);
    • tuberculose (rifampicine, rifabutine);
    • hiv en aids (ritonavir, nelfinavir, nevirapine, efavirenz);
    • schimmelinfecties (griseofulvine);
    • infecties veroorzaakt door bacteriën (antibiotica);
    • hoge bloeddruk in de longvaten of zweertjes aan de vingers (bosentan);
    • te hoog cholesterolgehalte in het bloed (colesevelam);
    • misselijkheid en braken ((fos)aprepitant).
  • het kruidenmiddel sint-janskruid

Gebruik in de periode dat u deze middelen gebruikt en 7 dagen erna, naast TriNovum, ook een ander voorbehoedmiddel. Als u bent behandeld met rifampicine moet u zelfs tot een maand na het stoppen met rifampicine, naast TriNovum, ook nog een aanvullend voorbehoedmiddel gebruiken.

TriNovum kan de werking van andere medicijnen beïnvloeden:

  • TriNovum kan de werking van lamotrigine (een middel tegen epilepsie) verminderen (dit kan leiden tot het vaker optreden van aanvallen);
  • TriNovum kan de werking van ciclosporine (geneesmiddel om afstotingsverschijnselen te onderdrukken na een orgaantransplantatie) versterken.

Raadpleeg bij twijfel altijd uw arts of apotheker.

Waarop moet u letten met eten en drinken?

U kunt TriNovum innemen met of zonder voedsel of met een beetje water.

Laboratoriumonderzoeken

Als er bloedonderzoek bij u moet worden gedaan, vertel dan uw arts of het laboratoriumpersoneel dat u de pil gebruikt. Anticonceptiepillen kunnen namelijk de uitslagen van sommige onderzoeken beïnvloeden.

Zwangerschap en borstvoeding

Als u zwanger bent, mag u TriNovum niet gebruiken. Als u toch zwanger wordt, bijvoorbeeld doordat u TriNovum onregelmatig heeft ingenomen, moet u direct stoppen met het gebruik en uw arts raadplegen.

De pil kan invloed hebben op de hoeveelheid moedermelk en de samenstelling ervan. Ook kunnen er zeer geringe hoeveelheden hormonen uit de pil in de moedermelk terechtkomen.

Probeer helemaal te stoppen met borstvoeding voordat u weer met TriNovum begint. Overleg hierover met uw arts.

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Er zijn geen aanwijzingen dat TriNovum uw reactievermogen beïnvloedt.

TriNovum bevat lactose en oranjegeel S

Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt.

De oranje en lichtoranje tabletten van TriNovum bevatten de kleurstof oranjegeel S (E 110). Dit kan allergische reacties veroorzaken.

Hoe gebruikt u dit middel?

Gebruik dit middel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

De gebruikelijke dosering is: 1 tablet per dag gedurende 21 dagen, gevolgd door 7 dagen waarin geen tabletten worden ingenomen. Dit moet u herhalen zolang u niet zwanger wilt worden.

Bij TriNovum is het belangrijk dat u eerst een week lang de witte tabletten neemt, de tweede week de lichtoranje tabletten en de derde week de oranje tabletten. Voor uw gemak staan bovenaan de strip de dagen van de week vermeld. Als u bijvoorbeeld op een maandag begint, maakt u een gaatje in de blister boven ‘MA’. Tablet 8 en 15 vallen nu ook op maandag. U begint nu met de witte tablet met het nummer 1. Druk de tablet door de achterkant van de strip. Neem de volgende dag tablet 2, dus neem ze in de genummerde volgorde en volg daarbij de pijltjes. Na de laatste tablet gebruikt u 7 dagen geen TriNovum. Daarna volgt u weer hetzelfde schema.

Tijdens de pilvrije week treedt gewoonlijk 2 tot 5 dagen na het innemen van de laatste tablet een bloeding op die op een menstruatie (ongesteldheid) lijkt. Hoeveel dagen de bloeding duurt, is per vrouw sterk verschillend. In sommige gevallen kan de bloeding uitblijven, maar als TriNovum volgens het voorschrift is ingenomen wijst dit niet op zwangerschap. Wel moet u het aan uw arts meedelen als de bloeding bij u herhaaldelijk uitblijft.

Hoe innemen?

Neem TriNovum iedere dag op ongeveer hetzelfde tijdstip in. Dat verhoogt de betrouwbaarheid. Bovendien is het dan makkelijker om eraan te denken de tablet in te nemen. Slik de tablet met enkele slokken water door.

Uw eerste strip TriNovum

  • Als u in de voorafgaande maand geen andere anticonceptiepil heeft gebruikt, kunt u het beste beginnen op de eerste dag van de menstruatie. U bent dan direct beschermd tegen zwangerschap. U kunt ook starten op de tweede tot de vijfde dag van de menstruatie, maar dan moet u de eerste 7 dagen van het pilgebruik aanvullende voorbehoedmiddelen gebruiken. Daarna biedt TriNovum bescherming tegen zwangerschap.
  • Als u eerst een andere anticonceptiepil, een vaginale ring of een anticonceptiepleister gebruikte en nu overschakelt op TriNovum, kunt u het beste beginnen op de dag na de 21ste tablet van uw vorige pil. Bij een vaginale ring of pleister begint u bij voorkeur op de dag van verwijdering van de ring of pleister. Begin nooit later dan dag 28 na de eerste inname van uw vorige pilstrip, of de dag waarop u een nieuwe ring zou hebben aangebracht of pleister zou hebben geplakt.
  • Als u overschakelt van een zogenaamde progestageenmethode (een pil met alleen een progestageen, prikpil of implantaat) of een spiraaltje dat progestageen afgeeft: na gebruik van een pil kunt u met TriNovum beginnen wanneer u wilt. Overschakeling van een implantaat of een spiraaltje moet op de dag van verwijdering gebeuren. Van een prikpil moet worden overgeschakeld op de dag waarop de volgende injectie gegeven zou worden. In al deze gevallen moet u de eerste 7 dagen van het gebruik van TriNovum aanvullende voorbehoedmiddelen gebruiken.
  • Als u een miskraam of abortus heeft gehad in de eerste 3 maanden van de zwangerschap mag u daarna direct met TriNovum beginnen. U hoeft dan geen aanvullende voorbehoedmiddelen te gebruiken.
  • Na een bevalling of als u een miskraam of abortus heeft gehad na 3-6 maanden zwangerschap, kunt u het beste starten tussen de 21ste en 28ste dag na de bevalling of abortus. Als u later begint, gebruik dan de eerste 7 dagen van het gebruik van TriNovum aanvullende voorbehoedmiddelen.

Uw volgende strip TriNovum

Na de pilvrije week start u op dezelfde begindag met een nieuwe strip van 21 tabletten. Dus als u met uw vorige strip op woensdag (‘WO’) begon, doet u dat bij elke volgende strip weer.

Wat moet u doen na overgeven of diarree?

Als u binnen 4 uur na inname van de tablet moet overgeven of diarree krijgt, moet u een nieuwe tablet innemen. Neem de extra tablet(ten) uit een andere strip, zodat de dagen op uw strip blijven kloppen.

Als u na meer dan 4 uur na inname van de tablet moet overgeven of diarree krijgt, hoeft u geen extra tablet in te nemen of andere voorzorgsmaatregelen te nemen.

Als het overgeven of de diarree langer dan 12 uur aanhoudt, moet u de eerstvolgende 7 dagen een aanvullend voorbehoedmiddel gebruiken.

De maandelijkse bloeding uitstellen of uw schema veranderen

TriNovum is niet bedoeld om de maandelijkse bloeding uit te stellen. Mocht u dit incidenteel toch willen doen, kunt u kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Als u uw maandelijkse bloeding 7 dagen of minder wilt uitstellen, gaat u aan het einde van de strip TriNovum zonder tabletvrije periode door met de laatste 7 tabletten van een nieuwe strip (oranje tabletten).
  2. Als u uw maandelijkse bloeding langer dan 7 dagen wilt uitstellen, kunt u uw arts vragen om een strip van een zogenaamde één-fase-pil met hetzelfde progestageen-hormoon (norethisteron). De tabletten van die één-fase-pil bevatten allemaal dezelfde hoeveelheid hormonen en hebben (ongeveer) dezelfde samenstelling als de tabletten van de laatste fase van de TriNovum-strip. Na de strip TriNovum gaat u zonder tabletvrije periode door met de tabletten van de één-fase-pil. U kunt deze strip helemaal gebruiken, of eerder stoppen als u dat wilt.

Het kan zijn dat u in de periode dat u de tabletten inneemt toch zo nu en dan een beetje bloed verliest. Na een pilvrije periode van 7 dagen begint u weer met de volgende strip.

Op deze manier kunt u ook de begindag van een strip permanent veranderen.

Heeft u te veel van dit middel ingenomen?

Als u meer TriNovum heeft ingenomen dan u zou mogen, kunnen de volgende symptomen optreden: misselijkheid, braken en bij jonge meisjes lichte vaginale bloedingen. Raadpleeg altijd een arts als u of iemand in uw omgeving te veel TriNovum heeft ingenomen.

Er zijn geen meldingen van ernstige schadelijke gevolgen van een overdosering.

Bent u vergeten dit middel in te nemen?

Als u er binnen 12 uur nadat u de tablet had moeten innemen achter komt dat u dat bent vergeten, kunt u de vergeten tablet alsnog innemen. De volgende tablet moet u dan weer op de gebruikelijke tijd innemen. U bent dan nog voldoende beschermd tegen zwangerschap.

Als u de tablet méér dan 12 uur te laat inneemt, kan de werking verminderen.

Kijk in de onderstaande tekst en/of het schema wat u dan moet doen om toch beschermd te zijn tegen zwangerschap.

  • Vergat u een tablet in de eerste week? Neem deze dan direct in als u eraan denkt; ook als dit gelijktijdig met de volgende tablet is. Gebruik bovendien de eerstvolgende 7 dagen aanvullende voorbehoedmiddelen, bijvoorbeeld een condoom. Als u in de 7 dagen voor de vergeten tablet geslachtsverkeer heeft gehad, kan het zijn dat u toch zwanger wordt. Raadpleeg eventueel uw arts.
  • Vergat u een tablet in de tweede week? Neem deze dan direct in als u eraan denkt; ook als dit gelijktijdig met de volgende tablet is. Als u binnen 7 dagen meer dan 1 tablet bent vergeten, gebruik dan tijdens de eerstvolgende 7 dagen aanvullende voorbehoedmiddelen.
  • Vergat u een tablet in de derde week? U kunt twee dingen doen:
    • Neem de vergeten tablet direct in als u eraan denkt. Ook als dit gelijktijdig met de volgende tablet is. Aan het einde van de strip begint u echter direct aan de volgende strip, zonder een pilvrije periode. De gebruikelijke bloeding zal niet plaatsvinden. Tijdens de volgende strip kunt u wel zo nu en dan een beetje bloed verliezen.
    • Maak de strip niet af en las een tabletvrije periode van maximaal 7 dagen in (inclusief de dag van de vergeten tablet). Begin daarna aan een nieuwe strip. Uw schema is dan wel veranderd. Eventueel kunt u op uw ‘normale’ eerste stopdag met een nieuwe strip beginnen. Voorbeeld: als u altijd op woensdag met een nieuwe strip begint en u bent op zondag een tablet vergeten,

stop dan met innemen en begin weer op de eerstvolgende woensdag.

Indien u meerdere tabletten van een strip bent vergeten, gebruik dan een aanvullend voorbehoedmiddel in de eerstvolgende 7 dagen.

Als er in de eerstvolgende normale tabletvrije week geen bloeding plaatsvindt, kan het zijn dat u zwanger bent. Raadpleeg dan uw arts.

Tablet minder dan 12 ja
uur te laat?  

dag 1-7

nee

Tablet meer dan 12 dag 8-14
uur te laat  

dag 15-21

Als u stopt met het gebruik van dit middel

  • Neem de vergeten tablet in
  • Ga door met het normale schema

Raadpleeg uw arts

ja

Gemeenschap gehad in de week voor het vergeten?

nee

  • Neem de vergeten tablet in
  • Ga door met het normale schema
  • Gebruik de volgende 7 dagen condooms of een ander barrièremiddel
  • Maak de strip af
  • Neem de vergeten tablet in
  • Ga door met het normale schema

Meer dan één tablet vergeten?

  • Gebruik dan bovendien de eerstvolgende 7 dagen condooms of een ander barrièremiddel
  • Neem de vergeten tablet in
  • Ga door met het normale schema
  • Maak de strip af
  • Begin meteen met een nieuwe strip, zonder stopweek
  • Stop direct met de strip
  • Las een stopperiode in van maximaal 7 dagen
  • Begin daarna met een nieuwe strip
  • U kunt door de lengte van de stopperiode (0-7 dagen) kiezen op welke dag u voortaan met de volgende strip begint

06-05-2013

Als u gaat stoppen met TriNovum omdat u zwanger wilt worden, is het aan te raden om te wachten totdat u een natuurlijke menstruatie heeft gehad voordat u probeert in verwachting te raken. U kunt dan gemakkelijker uitrekenen wanneer de bevalling verwacht kan worden.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Van TriNovum zijn de onderstaande bijwerkingen bekend. Deze zijn als volgt onderverdeeld:

  • vaak (bij 1 tot 10 op de 100 gebruiksters)
  • soms (bij 1 tot 10 op de 1000 gebruiksters)
  • zelden (bij 1 tot 10 op de 10.000 gebruiksters)
  • zeer zelden (bij minder dan 1 op de 10.000 gebruiksters)
  • niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Zeer vaak:

  • hoofdpijn;
  • braken;
  • pijnlijke maandelijkse bloeding, onregelmatige maandelijkse bloeding, het regelmatig optreden van emotionele, gedragsgebonden en lichamelijke symptomen vlak voor de maandelijkse bloeding (premenstrueel syndroom, PMS).

Vaak:

  • depressie, zenuwachtigheid;
  • duizeligheid;
  • te hoge bloeddruk;
  • buikpijn, opgeblazen gevoel in de buik, diarree;
  • puistjes (acné);
  • rugpijn, spierkrampen;
  • wegblijven van de maandelijkse bloeding, gevoelige borsten, pijn in de borsten, vaginale afscheiding, te sterke en/of langdurige maandelijkse bloeding, pijn in het bekken, afscheiding van cellen van de baarmoeder(hals), jeuk ter hoogte van de vagina of van de huid rond de vagina, onttrekkingsbloeding.

Soms:

  • schimmelinfectie van de vagina of van de huid rondom de vagina (vulvovaginale candidiase);
  • gezwel in de borst;
  • overgevoeligheid;
  • vocht vasthouden, minder eetlust;
  • angst, stemmingswisselingen, minder seksuele lust, gemoedsveranderingen;
  • migraine;
  • misselijkheid;
  • haaruitval, donkere, onregelmatig gevormde vlekken in het gezicht (chloasma), jeuk, huiduitslag, huiduitslag met hevige jeuk en vorming van bultjes (galbulten of urticaria);
  • zich verzwakt voelen, vermoeidheid, prikkelbaarheid, een algemeen gevoel van onbehagen, vochtophoping onder de huid (oedeem), vochtophoping in de armen en benen;
  • toename van het lichaamsgewicht.

Zelden:

  • veranderingen van de normale cellen die de baarmoederhals bekleden;
  • meer eetlust, onvermogen om gewicht te verliezen;
  • irritatie van de ogen bij gebruik van contactlenzen;
  • galstenen, ontsteking van de lever;
  • overmatige beharing op bijvoorbeeld armen, benen en bovenlip;
  • afname van het lichaamsgewicht.

Zeer zelden:

  • borstkanker, goedaardige of kwaadaardige gezwellen in de borst, baarmoederhalskanker, goedaardige of kwaadaardige gezwellen in de lever;
  • borstvergroting, melk(achtige) afscheiding uit de borsten die niet het gevolg is van een zwangerschap, droogte ter hoogte van de vagina of van de huid rond de vagina.

Niet bekend:

  • zeer plotselinge ernstige allergische reactie waarbij meerdere organen in het lichaam of de luchtwegen zijn betrokken (anafylactische reactie), ernstige allergische reactie na tweede contact met de stof die de allergie veroorzaakt (anafylactoïde reactie);
  • abnormale waarden van vet in het bloed, te hoge waarden van glucose in het bloed;
  • beroerte/herseninfarct, ook wel ‘attack’ of hersenbloeding genoemd (CVA), een stoornis gekarakteriseerd door plotselinge, niet vrijwillige bewegingen (chorea);
  • een verstopping van een bloedvat van het netvlies door een bloedprop (trombose), verandering in de kromming van het hoornvlies;
  • hartinfarct;
  • een bloedprop in een bloedvat van bijvoorbeeld het been of een ander orgaan (diepe veneuze trombose), een bloedprop in een slagader (arteriële trombo-embolie);
  • een verstopping van de longslagader door een bloedprop (longembolie);
  • ontsteking van de pancreas, een verstopping van de aders of slagaders die de darmen van bloed voorzien door een bloedprop (trombose);
  • zeldzame leveraandoening waarbij een bloedvat van de lever wordt afgesloten (Budd-Chiari syndroom), galstuwing in de lever (intrahepatische cholestase), geelzucht veroorzaakt door een galaandoening (cholestatische geelzucht);
  • plotselinge vochtophoping in de huid en slijmvliezen (bijv. keel of tong), ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag, vaak als allergische reactie (angio- oedeem), pijnlijke blauwrode knobbels in de huid (erythema nodosum), verhoogde gevoeligheid voor licht, jeukende huiduitslag, vette, schilferige huid (seborroe), overmatige haargroei (hypertrichose), huidafwijking met sterk jeukende blaren die tijdens de zwangerschap kan ontstaan (herpes gestationis), huiduitslag met bloedingen (hemorragische eruptie), vergroting van vleesbomen in de baarmoeder (uterusfibromyoom);
  • onregelmatige maandelijkse bloedingen, uitgestelde maandelijkse bloedingen, verminderde melkafgifte bij borstvoeding, vaginale bloeding.

Krijgt u veel last van een van de bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Bewaren beneden 30 °C, in het kartonnen doosje.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos en de strip na niet te gebruiken na: of EXP.:. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stoffen zijn norgestimaat en ethinylestradiol.
  • De andere stoffen in dit middel zijn gepregelatiniseerd maïszetmeel, magnesiumstearaat (E 470B) en lactose. De lichtoranje en de oranje tabletten bevatten daarnaast oranjegeel S (E 110).

Hoe ziet TriNovum eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Elke doordrukstrip van TriNovum bevat:

  • 7 witte, ronde tabletten, met een diameter van 6 mm met 0,50 mg norethisteron en 0,035 mg ethinylestradiol. Aan beide kanten staat: ‘C’ en daaronder ‘535’. Deze tabletten zitten in de bovenste uitsparingen van de strip (nummers 1 t/m 7);
  • 7lichtoranje, ronde tabletten, met een diameter van 6 mm met 0,75 mg norethisteron en 0,035 mg ethinylestradiol. Aan beide kanten staat: ‘C’ en daaronder ‘735’. Deze tabletten zitten in de tweede rij uitsparingen van de strip (nummers 8 t/m 14);
  • 7 oranje, ronde tabletten, met een diameter van 6 mm met 1,0 mg norethisteron en 0,035 mg

ethinylestradiol. Aan beide kanten staat: ‘C’ en daaronder ‘135’. Deze tabletten zitten in de onderste uitsparingen van de strip (nummers 15 t/m 21).

TriNovum zit in verpakkingen met 3 of 6 strips met elk 21 tabletten. Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Janssen-Cilag B.V.

Dr. Paul Janssenweg 150 5026 RH Tilburg

E-mail: janssen@jacnl.jnj.com

Fabrikant

Janssen Pharmaceutica NV

Turnhoutseweg 30

2340 Beerse, België

Registratienummer

RVG 10111

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in mei 2013

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK