Auteur: ratiopharm


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Chloortalidon hoort tot de groep van de diuretica (plasmiddelen).

Het vergroot de urineproductie, waardoor vochtophoping vermindert en de bloeddruk daalt. Gebruiken bij:

  • verhoogde bloeddruk
  • vochtophoping (oedeem)
  • onvoldoende werking van het hart
  • ter voorkoming van nierstenen bij patiënten met verhoogd calciumgehalte in de urine.
Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

  • als u een te lage kalium- of natriumconcentratie in het bloed heeft (zie ook ‘Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”)
  • als u een te hoge calciumconcentratie in het bloed heeft
  • als u overgevoelig bent voor chloortalidon of sulfonamiden
  • als u een ernstig verminderde werking van nieren of lever heeft
  • als uw urineproductie onvoldoende is
  • als u een te hoog ureumgehalte in het bloed heeft
  • als uw bloeddruk tijdens de zwangerschap verhoogd is
  • als u lijdt aan aandoeningen met een vergroot kaliumverlies.

- bij lever- en of nierziekten

1 rvg 30358_30359 PIL 0412.1v.EV
  • bij kaliumgebrek. Chloortalidon kan verlies van kalium uit het lichaam veroorzaken. Eenzijdige voeding, misbruik van laxeermiddelen en lever- en nieraandoeningen kunnen ook leiden tot kaliumgebrek. Symptomen hiervan zijn spierzwakte, vermoeidheid en concentratiestoornissen. Bij het optreden van de verschijnselen van een tekort aan kalium in het bloed dient direct een arts te worden geraadpleegd. Het kaliumgehalte in het bloed dient iedere 4-6 maanden door de arts te worden gecontroleerd.
  • bij suikerziekte. Chloortalidon kan de bloedsuikerwaarde beïnvloeden.
  • in combinatie met kaliumzout en ACE-remmers. Chloortalidon gecombineerd met een kaliumzout dient niet te worden gebruikt door patiënten die reeds met een ACE-remmer (bloeddrukverlagend middel) worden behandeld.
  • in combinatie met cholesterolverlagende middelen. Chloortalidon is geen middel van eerste keus bij patiënten die een behandeling met een cholesterolverlagend middel ontvangen.
  • bij het volgen van een dieet (op medische gronden). Het is belangrijk om de aanwijzing van de arts te volgen en niet uw dieet op eigen gelegenheid te veranderen (bijv. bij een streng zoutloos dieet).

Raadpleeg uw arts indien één van de bovenstaande waarschuwingen voor u van toepassing is of dat in het verleden is geweest.

Gebruikt u naast Chloortalidon ratiopharm nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft

Een wisselwerking wil zeggen dat geneesmiddelen bij gelijktijdig gebruik elkaars werking en/of bijwerking beïnvloeden.

Een wisselwerking kan onder meer optreden bij gelijktijdig gebruik van dit middel met:

  • lithium (middel tegen ernstige neerslachtigheid)
  • spierverslappende middelen (curare verbindingen)
  • bloeddrukverlagende geneesmiddelen
  • digoxine (middel bij hartzwakte)
  • corticosteroïden (bijnierschorshormonen)
  • ACTH (hypofysehormoon)
  • amfotericine B (antischimmelmiddel)
  • carbenoxolon (maagmiddel)
  • middelen tegen suikerziekte (insuline of een oraal bloedsuikerverlagend middel)
  • indometacine en soortgelijke stoffen (niet-steroïde ontstekingsremmende middelen)
  • allopurinol (middel tegen jicht)
  • amantadine (middel bij bepaalde soort griep en bij de ziekte van Parkinson)
  • cyclofosfamide en methotrexaat (middelen tegen kanker)
  • anticholinergica (middelen met atropine-achtige werking)
  • colestyramine (cholesterolverlagend middel)
  • vitamine D
  • ciclosporine (middel dat de afstotingsreacties van het lichaam onderdrukt)
  • calciumzouten (kalktabletten)
  • diazoxide (bloeddrukverlagend en vaatverwijdend middel).

Zwangerschap en borstvoeding

2 rvg 30358_30359 PIL 0412.1v.EV

Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap alleen gebruiken na overleg met uw arts.

Borstvoeding

Chloortalidon gaat over in de moedermelk en mag daarom niet worden gebruikt tijdens het geven van borstvoeding.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Bij gebruik van deze tabletten kunnen verschijnselen als duizeligheid en sufheid optreden (zie ook ‘Mogelijke bijwerkingen’). Indien u hiervoor gevoelig blijkt te zijn, dient u hiermee rekening te houden in situaties waarin oplettendheid is vereist, zoals het besturen van een voertuig, het bedienen van machines, het werken op grote hoogte en voor kinderen het spelen op straat.

Stoffen in dit middel waarmee u rekening moet houden

Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers (bijv. lactose) niet verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt.

Hoe gebruikt u dit middel?

Dosering

Wanneer uw arts niet anders voorschrijft is de dosering als volgt:

Bij verhoogde bloeddruk

De begindosering is 12,5 mg per dag (= 24 uur). Vervolgens kan de dosering bij onvoldoende werkzaamheid worden verhoogd tot 25-50 mg per dag (= 24 uur).

Bij onvoldoende werking van het hart

De begindosering is 25 mg per dag (= 24 uur). Vervolgens kan de dosering worden aangepast naar 12,5-50 mg per dag (= 24 uur) of 25-50 mg om de andere dag.

Bij vochtophoping

De begindosering is 12,5-25 mg per dag (= 24 uur). De dosis kan eventueel worden verhoogd tot maximaal 50 mg per dag.

Ter voorkoming van nierstenen bij patiënten met een verhoogd calciumgehalte in de urine

25 mg per dag (= 24 uur). De dosis kan eventueel worden verhoogd tot maximaal 50 mg per dag (= 24 uur).

Afhankelijk van de ziekte bepaalt de arts de dosis. De begindosering bedraagt 0,5-1 mg per kg

3 rvg 30358_30359 PIL 0412.1v.EV

lichaamsgewicht per 2 dagen (= 48 uur).

De maximale dosis is 1,7 mg per kg lichaamsgewicht per 2 dagen (= 48 uur).

Wijze van innemen

Wanneer een dosis van 1 maal per dag of 1 maal per 2 dagen wordt voorgeschreven, kan de tablet het beste ‘s morgens bij het ontbijt worden ingenomen.

Duur van de behandeling

Uw arts zal u vertellen hoe lang u Chloortalidon ratiopharm moet gebruiken.

In geval u bemerkt dat Chloortalidon ratiopharm te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Wanneer u teveel van Chloortalidon ratiopharm heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of apotheker.

De volgende verschijnselen zijn gemeld bij een overdosering:

duizeligheid, misselijkheid, slaperigheid, verlaagde bloeddruk, stoornissen in het hartritme en spierkrampen.

Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.

Wanneer u vergeten bent Chloortalidon ratiopharm in te nemen, doe dit dan zo snel mogelijk alsnog. Als het echter bijna tijd is voor de volgende dosering, sla dan de gemiste dosering over en ga verder met uw normale doseringsschema. Raadpleeg bij twijfel altijd uw arts of apotheker.

Als u stopt met het innemem van dit middel

Wanneer u plotseling stopt met het innemen van dit geneesmiddel kunnen de verschijnselen die voor het begin van de behandeling bestonden weer optreden.

Overleg altijd met uw arts indien u overweegt te stoppen.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan Chloortalidon ratiopharm bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:

  • verlaagde kalium-, natrium-, calcium- en magnesiumconcentratie in het bloed (zie ook “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”)
  • stijging van de concentratie bloedvetten
  • afwijkingen in de (samenstelling) van het bloed
  • verlaagde bloeddruk die voornamelijk merkbaar is bij het gaan staan uit een zittende of liggende houding; dit effect kan worden versterkt door alcohol, anesthetica (verdovingsmiddelen) en sedativa (kalmeringsmiddelen)
4 rvg 30358_30359 PIL 0412.1v.EV
  • stoornissen in het hartritme
  • ontsteking van de alvleesklier
  • gebrek aan eetlust
  • vochtophoping in de longen, benauwdheid
  • diarree en ook verstopping
  • misselijkheid en braken
  • maagkrampen
  • duizeligheid
  • hoofdpijn
  • sufheid
  • overgevoeligheidsreacties (huiduitslag), jeuk, overgevoeligheid voor zonlicht verergering van suikerziekte (en jicht)
  • te hoog suikergehalte in het bloed of in de urine
  • spierzwakte
  • kuitkrampen
  • te hoog ureumgehalte in het bloed, jicht
  • geelzucht, galstuwing in de lever, afwijkingen in het gevoel van de handen (alsof er mieren lopen), nierontsteking en vaatontsteking.

Krijgt u veel last van een bijwerking? Of heeft u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het bereik en zicht van kinderen houden.

Bewaren beneden 25°C

Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilsnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu.

Anvullende Informatie

De werkzame stof in dit middel is chloortalidon. De andere stoffen in dit middel zijn: aardappelzetmeel

watervrij colloïdaal siliciumdioxide (E551) lactose

magnesiumstearaat (E470b) povidon

ijzeroxide geel (E172).

5 rvg 30358_30359 PIL 0412.1v.EV

Chloortalidon ratiopharm 25 mg, tabletten bevatten tevens ijzeroxide rood (E172).

25 mg:

De tablet is licht-oranje, vlak met een breukgleuf en de inscriptie "Chlortalidone 25". De tablet kan verdeeld worden in twee gelijke helften.

50 mg:

De tablet is licht-geel, vlak met een breukgleuf en de inscriptie "Chlortalidone 50". De tablet kan verdeeld worden in twee gelijke helften.

Polyethyleen pot:

250, 500 en 1000 tabletten

PVC/Al blisterverpakking: 30 tabletten.

Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

In het register ingeschreven onder

RVG 20358

RVG 20359

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Registratiehouder ratiopharm Nederland bv Swensweg 5

2031 GA Haarlem Nederland

Fabrikant

Merckle GmbH

Ludwig-Merckle Strasse 3

89143 Blaubeuren

Duitsland

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in oktober 2012 0412.1v.EV

6 rvg 30358_30359 PIL 0412.1v.EV

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK