Auteur: Baxter


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

HOLOXAN (ifosfamide) is een cytostaticum, een middel tegen kanker dat vermenigvuldiging en groei van kankercellen remt. Zijn werking is gebaseerd op het doden van kankercellen, soms ook chemotherapie genaamd. HOLOXAN wordt toegediend om verschillende vormen van kanker te behandelen. Ifosfamide wordt vaak gebruikt in combinatie met andere middelen tegen kanker of bestraling. De werking van ifosfamide kan een schadelijk effect hebben op de nieren en blaas, wat zich kan uiten in de aanwezigheid van bloed in de urine. Daarom moet u ook UROMITEXAN (mesna) toegediend krijgen om de nieren en blaas te beschermen tegen dit schadelijk effect van de behandeling met ifosfamide.

Tijdens klinisch onderzoek is de werkzaamheid van HOLOXAN aangetoond bij:

  • kleincellige longkanker en niet-kleincellige longkanker;
  • testistumoren (kwaadaardig teelbalgezwel) (alle soorten weefseltypen), wanneer de ziekte teruggekeerd is na een conventionele behandeling met chemotherapeutica (chemische geneesmiddelen met remmende of dodelijke werking tegen bacteriën);
  • sarcomen (kwaadaardige bindweefselgezwellen) in weke delen, vooral leiomyosarcoom (kwaadaardig bindweefselgezwel van gladde spieren), rabdomyosarcoom (zeldzaam kwaadaardig bindweefselgezwel van een spier) en chondrosarcoom (kwaadaardig kraakbeengezwel);
  • osteosarcoom (kwaardaardig botgezwel);
  • ovariumcarcinoom (eierstokkanker);
  • behandeling van de ziekte van Hodgkin (pijnloze vergroting van lymfklieren, milt en lever, gekenmerkt door bloedarmoede, koorts en jeuk) en het non-Hodgkinlymfoom (kwaadaardig gezwel van het lymfatisch weefsel) met tussenliggende of hoge graad van kwaadaardigheid, na conventionele chemotherapie.
Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 2/11
  • als u allergisch bent voor één van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6.
  • als u vóór de behandeling al lijdt aan beenmergdepressie (een verminderde werking van het beenmerg waardoor er een tekort aan bloedcellen ontstaat), vooral als u eerder al behandeld bent met cytostatica (middelen die celgroei en -deling remmen) of bestraling.
  • als het aantal witte bloedcellen minder dan 2000 x 106/l bedraagt.
  • als het aantal bloedplaatjes minder dan 75 000 x 106/l bedraagt.
  • als de werking van uw lever ernstig verstoord is.
  • als de werking van uw nieren verstoord is.
  • als u een urineweginfectie heeft.
  • als u lijdt aan cerebrosclerose (aderverkalking in de hersenen) in een vergevorderd stadium.
  • als u momenteel een infectie heeft.
  • als u borstvoeding geeft.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Bloed- en lymfstelselaandoeningen/Onderzoeken

De arts moet voorzichtig te werk gaan en/of de dosering verminderen als de patiënt een verstoord bloedbeeld heeft. Het bloedbeeld moet regelmatig worden gecontroleerd tot het opnieuw normale waarden bereikt. Bij patiënten die voorbehandeld zijn met chemotherapie (d.w.z. met chemische geneesmiddelen die een remmende of dodelijke werking hebben tegen bacteriën) en/of bestraling, of patiënten met een beschadigde nierfunctie moet redelijk ernstige beenmergdepressie worden verwacht. Daarom is strikte bewaking van het bloed met regelmatige bloedtellingen tijdens de behandeling aangewezen.

In geval van neutropene koorts en/of neutropenie (afwijking in de bloedsamenstelling, gekenmerkt door een tekort aan witte bloedcellen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties) kan de behandelende arts beslissen om antibiotica (middelen tegen infecties) en/of antimycotica (middelen tegen schimmelziekte) preventief toe te dienen.

Immuunsysteemaandoeningen

Patiënten met een verzwakt afweersysteem zoals bij een langdurige lever- of nieraandoening moeten nauwgezet worden gecontroleerd en gevolgd.

Psychische stoornissen/Zenuwstelselaandoeningen

Vanwege het risico op schadelijke effecten van ifosfamide op het centrale zenuwstelsel moet de patiënt zorgvuldig worden gecontroleerd en gevolgd.

Patiënten met een hersenmetastase (uitzaaiing van de tumor naar de hersenen) en/of hersenstoornis moeten regelmatig worden gecontroleerd en gevolgd.

Als de patiënt encefalopathie (hersenaandoening gekenmerkt door onder meer stuipen en bewustzijnsverlaging) ontwikkelt, moet de behandeling met ifosfamide worden stopgezet en mag het niet opnieuw worden gestart. Risicofactoren voor encefalopathie zijn een beschadigde nierfunctie, voorbehandeling met nefrotoxische geneesmiddelen (geneesmiddelen die de nieren kunnen beschadigen), bekkentumor, algemene zwakke gezondheid, gevorderde leeftijd, voorgeschiedenis van alcoholmisbruik, verlaagde serumwaarden, acidose (zuurvergiftiging van het bloed) en leverfunctiestoornissen. Bij encefalopathie als gevolg van ifosfamide moeten geneesmiddelen die het centrale zenuwstelsel beïnvloeden, bijzonder voorzichtig worden gebruikt of, indien mogelijk, worden stopgezet. Tot deze geneesmiddelen behoren anti-emetica (middelen tegen braken), kalmeringsmiddelen, verdovende middelen en antihistaminica (middelen tegen overgevoeligheidsreacties).

Hartaandoeningen/Onderzoeken

Bij patiënten met een reeds bestaande hartaandoening moet de arts bijzonder voorzichtig te werk gaan en de het zoutgehalte regelmatig controleren. Bovendien zijn er aanwijzingen dat het schadelijke effect van ifosfamide op het hart kan worden versterkt bij patiënten die vooraf bestraling van de hartstreek gekregen hebben en/of een ondersteunende behandeling met antracyclinen (middelen tegen tumorvorming) ondergaan hebben.

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 3/11

Maag-darmstelselaandoeningen

Een goede mondhygiëne wordt geadviseerd om het risico op stomatitis (ontsteking van het mondslijmvlies) te verminderen. Het is van belang misselijkheid en braken te voorkomen door 15 minuten vóór de injectie van HOLOXAN een anti-emeticum toe te dienen. Braken kan gemakkelijk leiden tot dehydratie (uitdroging van het lichaam) en verstoringen van het zoutevenwicht, met meer gevaar voor blaas- en niervergiftiging.

Lever- en galaandoeningen

Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verminderde leverfunctie bij aanvang van de behandeling.. De behandelende arts volgt deze patiënten waakzaam op.

Nier- en urinewegaandoeningen

Vóór de behandeling moeten stoornissen in de urinelozing worden uitgesloten. Urineweginfecties moeten worden behandeld en verstoringen van het zoutevenwicht worden gecorrigeerd.

Vanwege het mogelijke risico op hemorragische cystitis (blaasontsteking met bloedingen) en nierfunctiestoornissen moet de arts het urinebezinksel en het gehalte aan creatinine (een afvalproduct van eiwitten) in het serum regelmatig controleren.

Met een consequente toediening van UROMITEXAN (mesna) kunnen schadelijke effecten op de urinewegen worden voorkomen. De behandeling met HOLOXAN mag uitsluitend plaatsvinden in combinatie met UROMITEXAN. In geval van schadelijke effecten op de urinewegen zoals de aanwezigheid van bloed in de urine (al dan niet zichtbaar met het blote oog) of een blaasontsteking (omdat er geen UROMITEXAN toegediend is of als gevolg van een ontoereikende dosis UROMITEXAN), moet de toediening van HOLOXAN worden stopgezet.

Het wordt aanbevolen dat de patiënt tijdens de ifosfamidebehandeling veel vocht toegediend krijgt of inneemt voor een toereikende urineproductie. Tijdens de therapie wordt de patiënt ook aanbevolen vaak de blaas te ledigen. De arts moet deze voorzorgen nemen twee dagen vóór de start van de infusie van HOLOXAN. Als de urineproductie ondanks alle maatregelen toch ontoereikend is, moet de arts een snelwerkend plasmiddel (zoals furosemide) toedienen.

Vooral bij langetermijnbehandeling met ifosfamide zijn een toereikende urineproductie en regelmatige controle van de nierfunctie vereist, in het bijzonder bij kinderen. Bij het begin van nefropathie (nierafwijking) moet blijvende nierbeschadiging worden verwacht als de behandeling met ifosfamide voortgezet wordt. De arts moet risico’s en voordelen zorgvuldig afwegen.

Voorzichtigheid is geboden bij patiënten bij wie een nier verwijderd is, patiënten met een verstoorde nierfunctie en patiënten die voorbehandeld zijn met nefrotoxische geneesmiddelen. Bij deze patiënten zijn frequentie en intensiteit van de schadelijke effecten op het beenmerg, de nieren en de hersenen toegenomen.

Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen/Congenitale, familiale en genetische aandoeningen

Mannen die worden behandeld met ifosfamide, moeten vóór de behandeling worden geïnformeerd over de mogelijkheden om hun sperma te bewaren. Zij mogen geen kinderen verwekken tijdens en tot maximaal zes maanden na een ifosfamidebehandeling vanwege het risico op erfelijke afwijkingen.

Problemen bij toediening

Aangezien het afremmende effect van ifosfamide op de celdeling pas optreedt na activatie in de lever, bestaat er geen risico op weefselbeschadiging wanneer een ifosfamideoplossing bij vergissing naast een ader (paraveneus) toegediend wordt.

Als de oplossing bij vergissing toegediend wordt via paraveneuze injectie, wordt het echter aanbevolen de infusie onmiddellijk stop te zetten, de buiten de ader toegediende oplossing terug te zuigen via de ingebrachte naald, te spoelen met een fysiologische zoutoplossing en de arm of het been te laten rusten.

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 4/11

Onderzoeken

Bij patiënten met suikerziekte moet het bloedsuikergehalte regelmatig worden gecontroleerd om de behandeling met bloedsuikerverlagende middelen tijdig te kunnen aanpassen (zie ook rubriek “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”).

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast HOLOXAN nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Bij gelijktijdig gebruik met HOLOXAN kan de werking van volgende geneesmiddelen of het effect van de HOLOXAN-behandeling worden beïnvloed of kunnen de bijwerkingen als gevolg van ifosfamide verergeren:

  • cytostatica (middelen tegen kanker die vermenigvuldiging en groei van kankercellen remmen), bestraling, allopurinol (middel voor de behandeling van beenweefsel- en gewrichtsaandoeningen) of hydrochloorthiazide (plasmiddel voor de behandeling van vochtophoping en een hoge bloeddruk), omdat de bijwerkingen op het beenmerg kunnen worden versterkt.
  • warfarine (middel tegen bloedklontering), omdat het antistollingseffect van warfarine en aldus het risico op bloedingen kunnen toenemen.
  • nefrotoxische geneesmiddelen (geneesmiddelen die de nieren kunnen beschadigen) zoals cisplatine (middel tegen tumorvorming), aminoglycosiden (groep middelen tegen infecties), aciclovir (middel tegen virusziekten) of amfotericine B (geneesmiddel voor de behandeling van schimmelinfecties), omdat zij de schadelijke effecten van ifosfamide op de nieren en bijgevolg de vergiftiging van het bloed en centrale zenuwstelsel versterken.
  • anti-emetica (middelen tegen braken), kalmeringsmiddelen, verdovende middelen en antihistaminica (middelen tegen overgevoeligheidsreacties), omdat zij het centrale zenuwstelsel beïnvloeden.
  • sulfonylureumderivaten (middelen voor de beheersing van suikerziekte), omdat een versterkte daling van het bloedsuikergehalte kan optreden.
  • fenobarbital, fenytoïne of primidon (middelen voor de beheersing van epilepsie), benzodiazepinen (groep middelen met rustgevende, slaapverwekkende en/of spierverslappende eigenschappen), carbamazepine (middel voor de behandeling van epilepsie), rifampicine (middel tegen infecties) en chloralhydraat (middel voor slaap- en angststoornissen), omdat zij de werking van de lever kunnen beïnvloeden.
  • chloorpromazine (middel dat de hersenwerking remt en gebruikt wordt bij sterke opwinding, ziekelijke angst en psychose), trijoodthyronine (schildklierhormoon) of disulfiram (middel ter behandeling van alcoholisme), omdat het effect van de behandeling en de schadelijke effecten van ifosfamide kunnen worden versterkt.
  • suxamethonium (middel dat gevoelloosheid teweegbrengt), omdat het spierverslappend effect ervan versterkt wordt.

Het gebruik van ifosfamide kan leiden tot een versterkte huidreactie op bestraling.

Als u ingeënt wordt en terzelfder tijd dit geneesmiddel toegediend krijgt, kan uw bescherming verminderen.

Vertel uw arts of apotheker als u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt krijgen.

Waarop moet u letten met eten en drinken?

Grapefruits (citrusvruchten) bevatten een bestanddeel dat de werking van ifosfamide kan verminderen. Als u behandeld wordt met ifosfamide, mag u daarom geen grapefruit (citrusvrucht) eten en/of moet u de consumptie van voedsel of drank met deze vrucht vermijden.

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 5/11

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Het gebruik van ifosfamide wordt tijdens de zwangerschap (met name in het eerste trimester) afgeraden. Per patiënt moeten de te verwachten voordelen van de behandeling en het mogelijke risico voor het ongeboren kind worden afgewogen.

Ifosfamide wordt uitgescheiden in de moedermelk. Vanwege de mogelijke nadelige gevolgen voor de zuigeling is borstvoeding niet aangewezen tijdens de behandeling met HOLOXAN (zie rubriek “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken ?”).

Bij de man beïnvloedt HOLOXAN de geslachtsklieren. Het gebruik ervan kan leiden tot een tekort aan kiemcellen in de teelballen, wat zich uit in een verminderd teelbalvolume, azoöspermie (afwezigheid van zaadcellen in het zaad), aspermie (afwezigheid van sperma) of onvruchtbaarheid. Bij de vrouw kan HOLOXAN leiden tot uitblijven van de menstruatie en een verstoorde werking van de eierstokken. Mannen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten voorbehoedmiddelen nemen tijdens de behandeling met HOLOXAN en gedurende ten minste zes maanden na beëindiging van de behandeling.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Ifosfamide kan leiden tot een verminderde rijvaardigheid of verminderd vermogen om machines te bedienen, rechtstreeks als gevolg van encefalopathie en onrechtstreeks als gevolg van misselijkheid en braken, vooral bij gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die het centrale zenuwstelsel beïnvloeden of bij alcoholverbruik.

Hoe gebruikt u dit middel?

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

De geschikte dosering voor uw behandeling, de frequentie van toediening en de duur van uw behandeling worden door uw arts bepaald. Dosering, frequentie en duur zijn afhankelijk van onder meer uw algemene toestand, gewicht en lengte, klinische gegevens en bloedwaarden, de toepassing van het product, eerdere behandelingen en gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen tegen kanker of bestraling.

Ifosfosfamide mag alleen worden gegeven door een arts die ervaring heeft met cytostaticatherapie.

Dosering en wijze van gebruik

Als u meent dat HOLOXAN een te sterke of te zwakke werking heeft, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

De behandeling met HOLOXAN mag uitsluitend plaatsvinden in combinatie met UROMITEXAN (mesna).

Voor intraveneuze infusie voegt uw arts of verpleegkundige de in water voor injecties bereide HOLOXAN- oplossing toe aan een Ringeroplossing of gelijkaardige oplossing voor intraveneuze infusie. De oplossing is geschikt voor langzame, directe toediening in een ader (intraveneus) als infuus.

Het verdient aanbeveling dat u ifosfamide ‘s morgens toegediend krijgt. Tijdens en na de toediening is het van belang dat u voldoende hoeveelheden vloeistof toegediend krijgt (of inneemt) om schadelijke effecten op de urinewegen zoveel mogelijk te voorkomen.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

In geval van een overdosis of wanneer een overdosis vermoed wordt, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts. Bij overdosering moet uw arts de toevoer van de oplossing beperken en, indien nodig, moet aangepaste medicatie worden toegediend.

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 6/11

In geval van overdosering zijn de volgende bijwerkingen te verwachten:

  • beenmergdepressie (een verminderde werking van het beenmerg waardoor er een tekort aan bloedcellen ontstaat), vooral in de vorm van leukopenie (afwijking in de bloedsamenstelling, gekenmerkt door een tekort aan witte bloedcellen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties): het bloedbeeld moet regelmatig worden gecontroleerd en een strikte bewaking van de patiënt is noodzakelijk. De ernst en duur van de beenmergdepressie zijn afhankelijk van de mate van overdosering.
  • neutropenie (vermindering van een bepaalde soort witte bloedcellen): infecties moeten worden behandeld met preventieve maatregelen en geschikte antibiotica (middelen tegen infecties).
  • trombocytopenie (een verlaagd aantal bloedplaatjes, gekenmerkt door blauwe plekken en bloedingsneiging): bloedplaatjes moeten worden aangevuld, afhankelijk van de behoefte.
  • schadelijke effecten op de urinewegen: UROMITEXAN (mesna) moet worden toegediend en een toereikende urineproductie moet worden verzekerd.
  • encefalopthie (hersenaandoening gekenmerkt door onder meer stuipen en bewustzijnsverlaging): het gebruik van methyleenblauw kan worden overwogen.

Er is geen specifiek tegengif voor ifosfamide bekend. In geval van overdosering moet uw arts algemene ondersteunende maatregelen nemen om een periode met schadelijke effecten te voorkomen of te overbruggen. Ifosfamide is dialyseerbaar, waardoor een snelle hemodialyse (zuivering van het bloed waarbij afvalstoffen uit het bloed verwijderd worden met een machine) aangewezen is bij de behandeling van opzettelijke of toevallige overdosis of vergiftiging.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. De toediening moet worden stopgezet en uw arts neemt de geschikte maatregelen in geval van bijwerkingen.

Onderstaande bijwerkingen zijn gerangschikt volgens de plaats waar de bijwerking voorkomt. Volgende frequenties van bijwerkingen kunnen optreden:

  • zeer vaak (bij meer dan 1 op 10 patiënten)
  • vaak (bij meer dan 1 op 100, maar minder dan 1 op 10 patiënten)
  • soms (bij meer dan 1 op 1000, maar minder dan 1 op 100 patiënten)
  • zelden (bij meer dan 1 op 10 000, maar minder dan 1 op 1000 patiënten)
  • zeer zelden (bij minder dan 1 op 10 000 patiënten, met inbegrip van meldingen van geïsoleerde gevallen)

Infecties en parasitaire aandoeningen

  • vaak: infecties
  • soms: pneumonie (longontsteking), sepsis (bloedvergiftiging)

Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen)

- soms: secundaire tumoren (uitzaaiingen), urinewegcarcinoom (kankergezwel op de urinewegen), myelodysplastisch syndroom (MDS) (algemene aanduiding van beenmergziekten waarbij de productie van bloedcellen verstoord is), acute leukemie (bloedziekte met overproductie van witte bloedcellen, met een zeer hevig en kortdurend verloop)

Bloed- en lymfstelselaandoeningen

- zeer vaak: beenmergdepressie (een verminderde werking van het beenmerg waardoor er een tekort aan bloedcellen ontstaat), leukopenie (afwijking in de bloedsamenstelling, gekenmerkt door een tekort aan witte

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 7/11

bloedcellen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties), neutropenie (vermindering van een bepaalde soort witte bloedcellen)

  • vaak: trombocytopenie (een verlaagd aantal bloedplaatjes, gekenmerkt door blauwe plekken en bloedingsneiging)
  • zelden: anemie (bloedarmoede)
  • zeer zelden: hemolytisch uremisch syndroom (toestand waarin de werking van de nieren tekortschiet, met een zeer hevig en kortdurend verloop), diffuse intravasale stolling (over een groot oppervlak verspreide stolling in het lichaam)

Als gevolg van een beenmergdepressie kunnen die soms gepaard gaat met infecties.

Immuunsysteemaandoeningen

  • zelden: overgevoeligheidsreacties (in dat geval moet de toediening worden stopgezet)
  • zeer zelden: anafylactische shock (shock gekenmerkt door sterke bloeddrukdaling, bleekheid, rusteloosheid, zwakke snelle pols, klamme huid en een verminderd bewustzijn, en veroorzaakt door een plotselinge sterke vaatverwijding als gevolg van ernstige overgevoeligheid voor bepaalde stoffen)

Endocriene aandoeningen

  • soms: blijvende stoornissen in de eisprong
  • zelden: SIADH (syndroom waarbij de afgifte van antidiuretisch hormoon verstoord is, een hormoon dat de heropname van water in de nieren regelt) met hyponatriëmie (een te laag natriumgehalte in het bloed), waterretentie (vasthouden van water in het lichaam) en verwante verschijnselen (verwardheid en krampen)

Voedings- en stofwisselingsstoornissen

  • vaak: metabole acidose (een verlaagde zuurgraad van het bloed)
  • soms: anorexie (gebrek aan eetlust)
  • zelden: hyponatriëmie, dehydratie (uitdroging van het lichaam), waterretentie, verstoringen van het zoutevenwicht
  • zeer zelden: hypokaliëmie (een te laag kaliumgehalte in het bloed)

Psychische stoornissen

- soms: hallucinaties (dingen zien of stemmen horen die er niet zijn), depressieve psychose (geestesziekte gekenmerkt door al dan niet ernstige neerslachtigheid), gebrekkig oriëntatievermogen, rusteloosheid, verwardheid

Zenuwstelselaandoeningen

  • zeer vaak: encefalopathie (hersenaandoening gekenmerkt door onder meer stuipen en bewustzijnsverlaging), sufheid
  • soms: slaperigheid, vergeetachtigheid, duizeligheid
  • zelden: cerebellair syndroom (aandoening van de kleine hersenen, onder meer gekenmerkt door verlaagde spierspanning, ontbreken van reflexen, houdingsinstabiliteit, coördinatieproblemen, spraakstoornissen)
  • zeer zelden: coma, epileptische aanvallen (stuipen), polyneuropathie (symmetrische aandoening van een aantal zenuwen aan uiteinden van benen en armen, gekenmerkt door gevoelsstoornissen)

Hersenaandoeningen omvatten meestal lichte depressie (al dan niet ernstige neerslachtigheid), onrustige lichaamsbewegingen en affectincontinentie (ziekelijk versterkte emotionele wankelbaarheid en stemmingsstoornissen), en in zeldzame gevallen een gebrekkig oriëntatievermogen en uitvalverschijnselen van het zenuwstelsel. De verschijnselen verdwenen altijd. In enkele gevallen zijn tonisch-klonische convulsies (bepaalde epileptische aanval gekenmerkt door spierkrampen van het volledige lichaam) waargenomen.

Bij elke hersenreactie moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van hersenmetastasen (uitzaaiing van de tumor naar de hersenen).

Ernst en frequentie van hersenaandoeningen kunnen verband houden met de toediening van hoge doses HOLOXAN, de aanwezigheid van hersenmetastasen of cerebrosclerose (aderverkalking in de hersenen) in een vergevorderd stadium. Ook de leeftijd van de patiënt en een verminderde uitscheiding via de nieren zijn

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 8/11

factoren die de ernst en frequentie van hersenstoornissen door een HOLOXAN-behandeling kunnen beïnvloeden.

Oogaandoeningen

  • zelden: troebel zicht van voorbijgaande aard
  • zeer zelden: verzwakt zicht

Hartaandoeningen

  • soms: aritmie (verstoord hartritme), ventriculaire aritmie (verstoord hartkamerritme), supraventriculaire aritmie (verstoord hartritme dat zich boven de hartkamers bevindt), hartfalen en veranderingen in hartslag/- functie (vooral na zeer hoge doses)
  • zeer zelden: hartstilstand, hartinfarct

Bloedvataandoeningen

  • soms: bloedingen
  • zelden: hypotensie (een te lage bloeddruk), veranderingen in de bloedstolling en het serumeiwit
  • zeer zelden: trombo-embolie (verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel)

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen

  • zelden: longfunctiestoornissen, hoesten, ademnood
  • zeer zelden: interstitiële pneumonitis (longaandoening, veroorzaakt door ontstekingsachtige volumevermeerdering van het steunweefsel), interstitiële longfibrose (overmatige toename van de hoeveelheid bindweefsel in de longen), ademhalingsfalen, toxisch-allergisch longoedeem (vochtophoping in de longen, gekenmerkt door vergiftiging en overgevoeligheidsreacties)

Maag-darmstelselaandoeningen

  • zeer vaak: misselijkheid, braken
  • soms: diarree, verstopping
  • zelden: stomatitis (ontsteking van het mondslijmvlies), anale incontinentie (niet kunnen ophouden van ontlasting)
  • zeer zelden: acute pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier met intense, continu toenemende pijn in de bovenbuik, misselijkheid en braken)

Misselijkheid en braken treden vooral bij hoge doses op en kunnen enkele uren na de injectie tot maximaal drie dagen na de laatste injectie worden waargenomen. De arts moet preventief een middel tegen braken toedienen (zie rubriek “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”).

Lever- en galaandoeningen

- soms: leverfunctiestoornissen

Huid- en onderhuidaandoeningen

  • zeer vaak: alopecia (kaalheid na haaruitval)
  • zelden: huiduitslag, dermatitis (huidontsteking)
  • zeer zelden: overgevoeligheidsreactis van de huid

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen

  • zelden: krampen
  • zeer zelden: rachitis (vertraagde verbening bij kinderen als gevolg van een tekort aan vitamine D, gekenmerkt door verkromming van de beenderen), osteomalacie (beenverweking bij volwassenen als gevolg van een tekort aan vitamine D), rabdomyolyse (afbraak van spierweefsel, gekenmerkt door spierkrampen, koorts en roodbruine verkleuring van de urine)

Nier- en urinewegaandoeningen

- zeer vaak: hematurie (aanwezigheid van bloed in de urine), microhematurie (niet met het blote oog zichtbare aanwezigheid van bloed in de urine)

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 9/11
  • vaak: hemorragische cystitis (blaasontsteking met bloedingen), nefropathie (nierafwijking), verstoorde werking van de nierbuisjes, macrohematurie (met het blote oog zichtbare aanwezigheid van bloed in de urine)
  • soms: incontinentie (niet kunnen ophouden van urine en/of ontlasting), dysurie (pijnlijke en moeilijke urinelozing), verstoorde urinelozing, blaasirritatie
  • zelden: glomerulaire disfuncties (verstoorde werking van een gedeelte van de nieren), tubulaire acidose (zuurvergiftiging van het bloed in de nierbuisjes), proteïnurie (aanwezigheid van te veel eiwitten in de urine), nierfalen (hetzij zeer hevig en kortdurend, hetzij langzaam), urine-incontinentie (niet kunnen ophouden van urine)
  • zeer zelden: syndroom van Fanconi (aangeboren stofwisselingsziekte, gekenmerkt door onder meer dwerggroei, vermeerderde uitscheiding van urine en botafwijkingen)

Door de toediening van UROMITEXAN (mesna) kunnen ernst en frequentie van complicaties van de urinewegen wezenlijk worden beperkt.

De aantasting van de nierfunctie heeft vrijwel uitsluitend betrekking op de nierbuisjes en verdwijnt doorgaans snel en volledig. Vooral bij kinderen kunnen de afwijkingen echter ook blijvend zijn en kan het syndroom van Fanconi ontstaan.

Korrelige cilinders in het urinebezinksel kunnen vooral na toediening van hoge doses worden waargenomen en verdwijnen doorgaans spontaan binnen enkele dagen na de laatste injectie van HOLOXAN.

Om complicaties in nieren en urinewegen te voorkomen, is het van belang patiënten met reeds beschadigde nieren en urinewegen uit te sluiten van de behandeling en bovenvermelde preventieve maatregelen te nemen. Bij patiënten die vatbaar zijn voor nier- en urinewegaandoeningen, vooral patiënten bij wie een nier verwijderd is, kan het risico op nierfunctiestoornissen verhoogd zijn.

Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen

  • vaak: verstoorde spermatogenese (vorming van zaadcellen)
  • soms: amenorroe (uitblijven van de menstruatie), verminderde niveaus van vrouwelijke geslachtshormonen
  • zelden: azoöspermie (afwezigheid van zaadcellen in het zaad), aanhoudende oligospermie (sperma met een te geringe hoeveelheid zaadcellen)

Congenitale, familiale en genetische aandoeningen

- zelden: aminoacidurie (aanwezigheid van te veel aminozuren in de urine)

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

  • zeer vaak: koorts
  • vaak: asthenische aandoeningen (aandoeningen gekenmerkt door zwakte), vermoeidheid, algemene zwakte, gevoel van onwel zijn
  • zelden: mucositis (ontsteking van slijmvlies in de mondholte, gekenmerkt door pijnlijk vuurrood slijmvlies), reacties ter hoogte van de toedieningsplaats
  • zeer zelden: dood

Onderzoeken

  • soms: bloedtests die wijzigingen aantonen in de werking van het hart en de lever
  • zelden: fosfaturie (een te hoog fosfaatgehalte in de urine)

Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties

- zeer zelden: versterkte reactie op bestraling

Krijgt u veel last van een van de bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Version 2.2 (QRD 2.0)

HOLOXAN Baxter B.V.
Bijsluiter 10/11

Hoe bewaart u dit middel?

Bewaren beneden 25°C.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos na “EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum. Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • Het werkzame bestanddeel is ifosfamide.
  • Het product bevat geen andere bestanddelen.
Samenstelling per injectieflacon: HOLOXAN HOLOXAN HOLOXAN
bevat 500 mg 1 g 2 g
500 mg 1 g 2 g

ifosfamide als droge stof ter bereiding van een oplossing voor infusie.

Hoe ziet HOLOXAN eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

HOLOXAN, poeder voor oplossing voor infusie, is een witte tot bijna witte kristallijne substantie en wordt geleverd in glazen injectieflacons. Verpakkingsgrootten:

  • 1 en 10 glazen injectieflacons met 500 mg ifosfamide.
  • 1 en 10 glazen injectieflacons met 1 g ifosfamide.
  • 1 en 10 glazen injectieflacons met 2 g ifosfamide.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

Baxter B.V., Kobaltweg 49, NL-3542 CE Utrecht, Nederland

Fabrikant:

Baxter Oncology GmbH, Kantstrasse 2, D-33790 Halle/Westfalen, Duitsland

Nummer van de vergunning voor het in de handel brengen

RVG 07622.

Afleveringswijze

Uitsluitend recept (UR).

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in december 2012

Version 2.2 (QRD 2.0)

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK