Auteur: Dr. Fisher Farma


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Orap-tabletten bevatten pimozide. Dat is de stof die zorgt voor de werking van Orap tabletten. Pimozide is een antipsychoticum: een middel dat werkzaam is tegen bepaalde stoornissen in de hersenen. De stof zorgt ervoor dat de werking van

bepaalde stoffen in de hersenen, die deze stoornissen veroorzaken, wordt onderdrukt.

Orap wordt gebruikt voor de behandeling van psychosen. Dat zijn stoornissen in het functioneren van de hersenen die te maken hebben met denken, voelen en/of doen. U kunt dan last hebben van verwardheid, het waarnemen van dingen die er niet zijn (bijvoorbeeld het horen van de stem van iemand die er niet is), achterdocht, vervreemding van de maatschappij, en heel erg in zichzelf gekeerd zijn, maar ook van de stemmingsstoornissen, de angst en de spanning die er het gevolg van zijn.

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

  • als u allergisch (overgevoelig) bent voor pimozide of voor één van de andere bestanddelen van Orap. Welke dit zijn, vindt u onder ‘Aanvullende informatie’. U kunt overgevoeligheid herkennen aan bijvoorbeeld huiduitslag, jeuk, kortademigheid en/of een opgezwollen gezicht. Als u hiervan last krijgt, stop dan met Orap en raadpleeg uw arts.
  • als er sprake is van sufheid of slaperigheid door gebruik van alcohol of geneesmiddelen (bijv. slaapmiddelen of sterke pijnstillers).
  • bij iemand die in coma is.
  • als u de ziekte van Parkinson heeft.
  • als u of iemand in uw familie een stoornis in het hartritme heeft of heeft gehad of een bepaalde stoornis heeft in het ‘hartfilmpje’ (elektrocardiogram), het zogenaamde verlengd QT-interval. Mogelijk bent u, maar is ook uw arts, er niet van op de hoogte dat u een stoornis in het hartritme of een verlengd QT-interval heeft. Daarom zal uw arts waarschijnlijk eerst een ’hartfilmpje’ maken voordat u Orap gaat gebruiken.
  • in combinatie met geneesmiddelen die een bepaalde stoornis in uw ECG (hartfilmpje) kunnen veroorzaken (het zgn. QT-interval verlengen). Voorbeelden hiervan kunt u vinden onder ‘Inname met andere geneesmiddelen’.
  • als u een te laag kalium- of magnesiumgehalte in het bloed heeft of wanneer u een te trage hartslag heeft.
  • als u bepaalde geneesmiddelen gebruikt die de werking van Orap kunnen versterken of de kans op bijwerkingen kunnen vergroten. Welke dit zijn kunt u vinden onder ‘Inname met andere geneesmiddelen’.

Raadpleeg bij twijfel uw arts of apotheker.

Wees extra voorzichtig met Orap
  • als u geneesmiddelen gebruikt om uw hartritme te verbeteren, tegen psychosen, of middelen tegen depressie. Als u deze middelen gebruikt, moet uw hart regelmatig worden gecontroleerd.
  • als u epilepsie of spierkrampen heeft waardoor er een verlamming ontstaat. Vertel het uw arts als u een van deze ziekten heeft. Het kan zijn dat bij u nauwkeurig medisch toezicht noodzakelijk is als u Orap gebruikt. Bovendien moet de dosering misschien worden aangepast of moet u aanvullende medicijnen krijgen.
  • bij verandering van uw stemming. Bij gebruik van Orap kan blijken dat u een depressie heeft, of kan de depressie juist weggedrongen worden.
  • als uw lever minder goed werkt. Vertel het uw arts als u een slechte leverfunctie heeft. Misschien moet u extra worden gecontroleerd als u Orap gebruikt.
  • als u zware arbeid verricht of in een zeer warme omgeving verblijft. Vertel het uw arts als u zware arbeid verricht of in een zeer warme omgeving verblijft. Het kan zijn dat uw lichaamstemparatuur te hoog wordt.
  • bij bepaalde psychische aandoeningen. Bij patiënten met bepaalde psychische aandoeningen is de kans om bijwerkingen te krijgen groter.
  • bij kinderen jonger dan 3 jaar Er is nog niet veel ervaring met het gebruik van Orap bij kinderen jonger dan 3 jaar. Daarom is het beter dat kinderen jonger dan 3 jaar Orap niet gebruiken.
  • als u niet meteen effect merkt Als u bent begonnen met het innemen van Orap kan het enige tijd duren voordat u het volledige effect van Orap merkt. Andersom kan het ook zijn dat uw verschijnselen enige tijd na het stoppen terugkeren.
  • als u of iemand in uw familie ooit last heeft gehad van vorming van bloedstolsels in de bloedvaten, omdat dit soort geneesmiddelen in verband is gebracht met de vorming van bloedstolsels.
  • als u aan dementie lijdt. Bij ouderen met dementie bestaat er een verhoogd risico op beroerte. Tijdens de behandeling moet regelmatig de arts worden geraadpleegd. Dit moet onmiddellijk gebeuren wanneer uw verzorger opmerkt dat uw geestelijke toestand plotseling verandert of als u plotseling slap wordt of een verdoofd gevoel krijgt in uw gezicht, armen of benen, in het bijzonder als dat aan één kant is, of als u onduidelijk gaat praten, zelfs al is het maar kort. Dit kunnen tekenen van een beroerte zijn.
  • als u last krijgt van de volgende verschijnselen:
    • bepaalde bewegingsstoornissen zoals trillen, onwillekeurige bewegingen en niet lang stil kunnen zitten (extrapiramidale verschijnselen).
    • vreemde bewegingen van de tong, het gezicht, de mond, of de kaken (zogenaamde tardieve dyskinesie). Deze vreemde bewegingen kunnen worden veroorzaakt door Orap. Soms ontstaan deze bewegingen pas of worden ze erger als u stopt met het gebruiken van Orap. Raadpleeg uw arts als dit gebeurt.
    • hoge koorts, versnelde ademhaling, transpireren, stijve spieren, verwardheid of verminderd bewustzijn. Deze verschijnselen kunnen horen bij het zogenaamde maligne neurolepticasyndroom, dat veroorzaakt kan worden door Orap. In dat geval dient u onmiddellijk uw arts te raadplegen.
    • melkvloed, menstruatiestoornissen of impotentie. Het is mogelijk dat u door het gebruik van Orap last krijgt van melkvloed uit de tepels of menstruatiestoornissen (bij vrouwen) of van impotentie (bij mannen).
    • een licht gevoel in het hoofd, duizeligheid of flauwvallen. Het kan zijn dat uw bloeddruk te laag is.
Inname met andere geneesmiddelen

Vertel uw arts of apotheker als u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt krijgen. Gebruikt u een of meer van de onderstaande middelen, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Orap kan de werking van de volgende middelen versterken:

geneesmiddelen die het reactievermogen verminderen (bijvoorbeeld slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, verdovende pijnstillers). Gebruik deze middelen daarom alleen als uw arts ze u voorschrijft.

Sommige (genees)middelen kunnen de werking van Orap versterken of de kans op bijwerkingen verhogen. Daarom mag u Orap beslist niet samen met die geneesmiddelen gebruiken.

  • bepaalde middelen tegen hiv (zogenaamde proteaseremmers).
  • bepaalde middelen tegen schimmelinfecties (zogenaamde azolen).
  • bepaalde antibiotica (zogenaamde macroliden en middelen die bijvoorbeeld nefazodon bevatten).
  • bepaalde middelen voor de behandeling van angsten en depressies, die sertraline, citalopram, escitalopram of paroxetine bevatten.

Ook mag u Orap beslist niet gebruiken in combinatie met geneesmiddelen die een bepaalde invloed hebben op uw hartfilmpje (het zogenaamde QT-interval verlengen). Daarom mag u Orap beslist niet samen met die geneesmiddelen gebruiken. Voorbeelden hiervan zijn:

  • bepaalde middelen voor het hart die bijvoorbeeld kinidine, disopyramide, procaïnamide, amiodaron, sotalol of bepridil bevatten;
  • bepaalde middelen tegen depressieve aandoeningen die bijvoorbeeld amitriptyline of maprotiline bevatten;
  • bepaalde middelen tegen psychische aandoeningen, bijvoorbeeld zogenaamde fenothiazines of een middel dat sertindol bevat;
  • bepaalde middelen tegen allergische aandoeningen die bijvoorbeeld astemizol of terfenadine bevatten;
  • middelen tegen maagdarmstoornissen die cisapride bevatten;
  • anti-malariamiddelen die halofantrine bevatten;
  • middelen tegen bacteriële infecties die sparfloxacine bevatten.

De kans op het ontstaan van bepaalde bijwerkingen neemt toe bij gebruik van Orap gelijktijdig met:

  • middelen die eenzelfde effect hebben als Orap (antipsychotica);
  • middelen tegen depressieve stemmingen, waaronder middelen die fluvoxamine bevatten;
  • middelen die gebruikt worden bij manisch depressiviteit, die lithium bevatten;
  • middelen tegen de ziekte van Parkinson.

Overleg met uw arts of apotheker of dit voor u van toepassing is. Als u deze middelen gebruikt, dan zal uw arts de dosering van Orap misschien aanpassen.

Inname van Orap met voedsel en drank

Orap kan de werking van alcohol versnellen of versterken. Gelijktijdig gebruik van Orap en alcohol wordt afgeraden.

Eet of drink ook geen grapefruit(sap) als u Orap gebruikt. Dit kan namelijk ook de werking van Orap versterken.

Zwangerschap en borstvoeding

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

  • Zwangerschap. Of het gebruik van Orap schadelijk is als u in verwachting bent, is onvoldoende bekend. Uit proeven met dieren is gebleken dat Orap bij zeer hoge dosis schadelijk is. De volgende symptomen kunnen optreden bij pasgeboren baby's van moeders die Orap in het laatste trimester (laatste drie maanden van hun zwangerschap) hebben gebruikt: trillen, stijve en/of zwakke spieren, slaperigheid, opwinding, ademhalingsproblemen en problemen met voeden. Als uw baby last krijgt van een van deze symptomen, neem dan contact op met uw arts. Bent u in verwachting of wilt u in verwachting raken, dan mag u Orap in principe niet gebruiken. Overleg hierover met uw arts.
  • Borstvoeding. Het is niet bekend of de stof die zorgt voor de werking van Orap in de moedermelk terechtkomt. Omdat er mogelijk wel bij de baby bepaalde verschijnselen kunnen optreden, mag u geen borstvoeding geven als u Orap gebruikt.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Bij het gebruik van Orap kan het reactievermogen verminderd zijn. Ook kan Orap slaperigheid en duizeligheid veroorzaken. Voordat u gaat autorijden of gevaarlijke machines gaat bedienen moet u zich heel bewust afvragen of dit bij u het geval is.

Belangrijke informatie over enkele bestanddelen van Orap

De lichtoranje tabletten van 1 mg bevatten de kleurstof oranjegeel S (E 110)- aluminium lak. Dit kan allergische reacties veroorzaken.

Hoe gebruikt u dit middel?

Volg bij het innemen van Orap nauwgezet het advies van uw arts. Raadpleeg bij twijfel uw arts of apotheker. Uw arts of apotheker vertelt u hoeveel Orap u moet innemen. Uw arts zal de dosering geleidelijk verhogen totdat het gewenste effect wordt verkregen. De dosering waarbij het gewenste effect optreedt, varieert bij volwassenen meestal tussen 1 en 8 mg. Soms is een hogere dosering nodig. Tijdens de behandeling zal uw arts geregeld uw dosering bekijken en zo nodig bijstellen of stoppen. Houd u altijd nauwkeurig aan het voorschrift en verander of stop de dosering niet zonder uw arts te raadplegen!

Maximale dosering

Neem in elk geval nooit meer dan 20 mg per dag in.

Wanneer en hoe in te nemen

U hoeft Orap-tabletten maar één keer per dag in te nemen. Neem uw tablet(ten) in met een paar slokken water of met een andere drank (zonder alcohol). U kunt dit het beste ’s ochtends, op een nuchtere maag, doen. Combineer Orap niet met grapefruit(sap). Dit kan de werking van Orap namelijk verstoren.

Hoeveel innemen

De begindosering is afhankelijk van uw leeftijd:

  • Volwassenen: Meestal wordt de behandeling gestart met 1 tot 2 mg per dag.
  • Ouderen: Bij ouderen wordt de behandeling meestal gestart met ½ tot 1 mg per dag.
  • Kinderen ouder dan 3 jaar: Bij kinderen zal de arts meestal met een lagere dosering beginnen dan bij volwassenen; vaak is dat de helft van de dosis die is beschreven voor volwassenen.
  • Kinderen jonger dan 3 jaar: Er is nog niet veel ervaring met het gebruik van Orap bij kinderen jonger dan 3 jaar. Daarom is het beter dat kinderen jonger dan 3 jaar Orap niet gebruiken.
Wat u moet doen als u meer van Orap heeft ingenomen dan u zou mogen

Als iemand meer Orap heeft ingenomen dan zou mogen, kan een verergering optreden van de bijwerkingen (zie ’Mogelijke bijwerkingen’). De meest voorkomende bijwerkingen zijn: stijve spieren, trillingen en sufheid. In extreme gevallen kan iemand in coma raken. De ademhaling is dan heel zwak en langzaam. Raadpleeg in deze gevallen onmiddellijk een arts en zorg ervoor dat de patiënt goed kan ademhalen (luchtweg vrijmaken).

Wat u moet doen wanneer u bent vergeten Orap in te nemen

Als u merkt dat u vergeten bent uw Orap in te nemen, neem dan alsnog uw tablet(ten) in. Echter wanneer het al tijd is voor de volgende dosis mag u geen dubbele dosis innemen; u moet dan de vergeten tabletten niet meer innemen.

Als u stopt met het gebruik van Orap

Stop nooit met Orap zonder overleg met uw arts.

Als u nog vragen heeft over het gebruik van Orap, vraag dan uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals alle geneesmiddelen kan Orap bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze bijwerkingen krijgt. Van Orap zijn de volgende bijwerkingen bekend.

Bijwerkingen kunnen:  
Zeer vaak voorkomen (bij meer dan 1 op de 10 patiënten).
Vaak voorkomen (bij 1 op de 10 tot 100 patiënten).
Soms voorkomen (bij 1 op de 100 tot 1000 patiënten).
Zelden voorkomen (bij 1 op de 1000 tot 10.000 patiënten).
Zeer zelden voorkomen (bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten).
Onbekend voorkomen (kan met de beschikbare gegevens niet
  worden bepaald).
Zeer vaak:
  • Zenuwstelsel: duizeligheid, slaperigheid.
  • Urineweg en nieren: ’s nachts wakker worden omdat u moet plassen.
  • Huid: overmatig transpireren.
Vaak:
  • Zenuwstelsel: vreemde en onwillekeurige bewegingen (in het bijzonder van het gezicht, de mond of de tong), niet kunnen stilzitten of -liggen, hoofdpijn, trillen, onbedwingbare slaapaanvallen.
  • Ogen: vertroebeld zicht.
  • Maag en darmen: verstopping, droge mond, braken, overmatige speekselvloed, misselijkheid.
  • Urineweg en nieren: vaak moeten plassen.
  • Huid: overmatige talgafscheiding.
  • Botten en spieren: spierstijfheid.
  • Spijsvertering: gebrek aan eetlust (anorexie).
  • Algemeen: uitputting.
  • Borsten en geslachtsorganen: erectiestoornis.
  • Psychisch: depressie, slapeloosheid, opwinding, rusteloosheid.
Soms:
  • Zenuwstelsel: trage bewegingen, schokkerige beweging van gewrichten (tandradfenomeen), bewegingsstoornis, verminderde spierspanning, spraakstoornis.
  • Ogen: rollen van de ogen.
  • Botten en spieren: onwillekeurige spiertrekkingen.
  • Algemeen: vochtophoping onder de huid in het gezicht.
  • Borsten en geslachtsorganen: uitblijven van de menstruatie, menstruatie met lange en onregelmatige tussenpozen.
Onbekend:
  • Onderzoeken: afwijking op het hartfilmpje (ECG), afwijkingen op het hersenfilmpje (EEG).
  • Hart en bloedvaten: hartritmestoornissen. Vorming van bloedstolsels in de aderen, vooral in de benen (verschijnselen zijn onder andere zwelling, pijn en roodheid van het been), die via de bloedvaten in de longen terecht kunnen komen, wat pijn op de borst en ademhalingsmoeilijkheden veroorzaakt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van deze verschijnselen opmerkt.
  • Zenuwstelsel: maligne neurolepticumsyndroom (te herkennen aan hoge koorts, versnelde ademhaling, transpireren, stijve spieren, verwardheid of verminderd bewustzijn), ernstige epileptische aanval (een zogenaamde ‘grand mal’), ernstige bewegingsstoornissen.
  • Urineweg en nieren: suiker in de urine.
  • Huid: galbulten, jeuk, huiduitslag.
  • Botten en spieren: stijve nek.
  • Hormonen: verhoogde hoeveelheid suiker in het bloed (bij suikerpatiënten), verhoogde hoeveelheid prolactine (een hormoon voor de borst- en melkklierontwikkeling) in het bloed.
  • Algemeen: te lage lichaamstemperatuur. Bij ouderen met dementie is een lichte toename van het aantal overlijdensgevallen gemeld bij patiënten die antipsychotica gebruiken, vergeleken met patiënten die geen antipsychotica krijgen.
  • Borsten en geslachtsorganen: melkafscheiding uit de tepels, geringe borstvorming bij mannen.
  • Psychisch: minder zin in seks.

Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Bewaren beneden 30°C.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik Orap niet meer na de vervaldatum die staat vermeld op het

Dr. Fisher Farma etiket na “Exp.”. De vervaldatum verwijst naar de laatste dag van die maand. Voorbeeld: EXP.: 06-2013 betekent dat u het geneesmiddel na juni 2013 niet meer mag gebruiken.

Geneesmiddelen dienen niet weggegooid te worden via het afvalwater of met huishoudelijk afval. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die niet meer nodig zijn. Deze maatregelen zullen helpen bij de bescherming van het milieu.

Anvullende Informatie

  • Het werkzame bestanddeel is pimozide.
  • De andere bestanddelen zijn: calciummonowaterstoffosfaatdihydraat (E 341), maïszetmeel, microkristallijne cellulose (E 460), talk (E 553B), povidon K30, gehydrogeneerde katoenzaadolie, geel ijzeroxide (E 172), oranjegeel S (E 110)-aluminium lak (alleen de 1 mg-tabletten) en indigotinedisulfonaat (E 132)-aluminium lak (alleen de 4 mg-tabletten).
Hoe ziet Orap er uit en wat is de inhoud van de verpakking

Orap-tabletten zijn ronde, ietwat bolle tabletten.

Ze zijn er in verschillende sterkten: met 1 mg of met 4 mg pimozide per tablet. De sterkte van de tablet is te herkennen aan de kleur en het opschrift.

De tabletten met 1 mg zijn lichtoranje.

Op de ene kant van deze tabletten staat ’O’ en ’1’. Op de andere kant van deze tabletten staat ’Janssen’.

De tabletten met 4 mg zijn lichtgroen.

Deze tabletten hebben een breukkruis, waardoor ze makkelijk in tweeën of vieren gedeeld kunnen worden. Op de andere kant van deze tabletten staat ‘Janssen’

Orap-tabletten met 1 mg en 4 mg zijn verpakt in een doosje met 30 tabletten in strips.

Fabrikant

Lusomedicamenta Sociedade Técnica Farmacêutica S.A., Barcarena, Portugal

Registratiehouder / ompakker

Dr. Fisher Farma B.V., Schutweg 23, 8243 PC Lelystad

RVG-nummer  
Orap 1 mg, tabletten  
RVG 106689 // 06149 L.v.h.: Frankrijk
Orap 4 mg, tabletten  
RVG 107232 // 06150 L.v.h.: Frankrijk
Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in augustus 2013.

BS15010 / 03 / 16 juli 2013 (Herziening: december 2011)

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK