Auteur: Fresenius


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

GLUCOSE 10% is een oplossing voor directe toediening in een ader. GLUCOSE 10% zorgt voor de toevoer van energie als deze niet of niet in voldoende mate via de mond kan of mag worden opgenomen.

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

  • Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
  • Hartfalen eventueel samen met vocht in de longen (longoedeem)
  • Een te hoge suikerconcentratie in het bloed..
  • Een afwijking van de hypofyse waardoor er een heel hoge urineproductie is (diabetes insipidus) als deze niet behandeld wordt.
  • Een verstoring van de opname van glucose en galactose (glucose- galactosemalabsorptiesyndroom).
  • Als u niet meer in staat bent urine te produceren (anurie) of als u een ernstige verstoring hebt van het functioneren van de nier
  • Bloedingen in het hoofd of in het ruggemerg.
  • Een bepaalde vorm van ernstig verminderd geestelijk functioneren veroorzaakt door alcoholmisbruik (Delirium tremens).
  • Een te lage kaliumconcentratie in het bloed.
  • Een verzuring van het bloed.
  • Een teveel aan vocht in het lichaam.
  • Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
  • Een afwijking van de hypofyse waardoor er een heel hoge urineproductie is (diabetes insipidus).
  • Toediening van geconcentreerde oplossingen van glucose via een ader in arm of been kan leiden tot vaatwandontsteking en de vorming van bloedstolsels. Het is daarom beter deze oplossingen bijvoorbeeld via de bovenste tak van de holle ader toe te dienen.
  • Snelle toediening van geconcentreerde zoutoplossingen kan leiden tot hoge suikerconcentraties in

het bloed en tot een te hoge concentratie in het algemeen. Dit treedt vooral op als uw nier of lever minder functioneert.

Soms zal uw arts insuline toedienen om te hoge suikerconcentraties in het bloed te voorkomen. Ook zal hij de suikerconcentratie in uw bloed nauwlettend in de gaten houden. Na afloop van de toediening van geconcentreerde glucoseoplossingen wordt 5% glucoseoplossing toegediend.

De zoutconcentraties in uw bloed worden tijdens de toediening nauwlettend in de gaten gehouden. Er kan een tekort aan B-vitamines optreden.

Toediening van geconcentreerde glucoseoplossingen aan kinderen en zuigelingen wordt afgeraden. Raadpleeg uw arts indien één van de bovenstaande waarschuwingen voor U van toepassing is, of dat in het verleden geweest is.

Zwangerschap en borstvoeding

GLUCOSE 10% kan gedurende de zwangerschap en het geven van borstvoeding worden toegediend.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?Sommige geneesmiddelen (catecholaminen, steroïden) zorgen ervoor dat glucose minder goed wordt opgenomen.

Bij het gebruik van bepaalde geneesmiddelen die op het hart werken (hartglycosiden) kan toediening van GLUCOSE 10% , leiden tot vergiftigingsverschijnselen.

Informeer uw arts of apotheker wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept kunt verkrijgen.

Hoe gebruikt u dit middel?

GLUCOSE 10% wordt via een toedieningssysteem direct in een ader gebracht.

Dagelijkse dosering

De dosering en de duur van de behandeling wordt aan uw persoonlijke behoeften aangepast.

Overdosering:

Bij het te snel en in te grote hoeveelheden toedienen van GLUCOSE 10% , kan er te veel vocht in het lichaam terecht komen. Ook kan het evenwicht tussen diverse zouten in het bloed ontregeld worden. De glucose concentratie in het bloed kan stijgen en er kan glucose in de urine terecht komen.

In geval u bemerkt dat GLUCOSE 10% te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals alle elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Deze bijwerkingen zijn:

  • Aderontsteking.
  • Een te lage suikerconcentratie in het bloed als reactie op de toediening van glucose.
  • Ophoping van vet in de lever
  • Een te hoge suikerconcentratie in het bloed en daardoor de aanwezigheid van suiker in de urine.
  • Verstoringen in de concentraties van verschillende zouten (fosfaat, magnesium, kalium).

Krijgt u veel last van bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Bewaren beneden 25oC. Niet in de vriezer bewaren.

Anvullende Informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is glucose monohydraat. Dit middel bevat 110 g glucose monohydraat per 1000 ml, overeenkomend met 100 g glucose.
  • De andere stoffen zijn water voor injecties.

Hoe ziet GLUCOSE 10% eruit en wat is de inhoud van de verpakking?

GLUCOSE 10% wordt op de markt gebracht in glazen flessen, kunststofflessen of kunststofzakken van verschillende inhoud.

Verpakkingsmateriaal Volume
Glazen fles 10 x 100 ml, 36 x 100 ml, 10 x 250 ml, 25 x 250 ml, 10 x 500 ml
Polyethyleen flacon (KabiPac) 10 x 100 ml, 40 x 100 ml, 10 x 250 ml, 20 x 250 ml, 30 x 250
  ml, 10 x 500 ml, 20 x 500 ml, 30 x 500 ml, 10 x 1000 ml
Polypropyleen infusiezakken 20 x 100 ml, 30 x 100 ml, 10 x 500 ml, 12 x 500 ml
PVC infusiezakken 50 x 100 ml, 25 x 250 ml, 15 x 500 ml
Polyolefine infusiezakken (freeflex®) 40 x 50 ml, 60 x 50 ml, 65 x 50 ml, 70 x 50 ml
Instructie: zie bijlage 40 x 100 ml, 50 x 100 ml, 55 x 100 ml, 60 x 100 ml
  20 x 250 ml, 30 x 250 ml, 35 x 250 ml, 40 x 250 ml
  15 x 500 ml, 20 x 500 ml
  8 x 1000 ml, 10 x 1000 ml
Polyolefine infusiezakken met Luer-Lock 40 x 50 ml, 60 x 50 ml, 65 x 50 ml, 70 x 50 ml
connectie (freeflex® +) 40 x 100 ml, 50 x 100 ml, 55 x 100 ml, 60 x 100 ml
Instructie: zie bijlage 20 x 250 ml, 30 x 250 ml, 35 x 250 ml, 40 x 250 ml
  15 x 500 ml, 20 x 500 ml
  8 x 1000 ml, 10 x 1000 ml

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Fresenius Kabi Nederland BV Molenberglei 7

2627 Schelle – België

RVG 51662

Fabrikant

Fresenius Kabi France 6, rue du Rempart 27400 Louviers Frankrijk

of

Fresenius Kabi Italia S.p.A.

Via Camagre, n°41/43

Isola della Scala Verone

Italië

of

Fresenius Kabi Deutschland GmbH

Werk Friedberg

Freseniusstraβe 1

61169 Friedberg

Duitsland

of

Fresenius Kabi Polska Sp. z o.o. ul. Sienkiewicza 25

99-300 Kutno Polen

of

Fresenius Kabi Norge AS

Svinesundveien 80

1753 Halden

Noorwegen

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in februari 2012.

Bijlage - instructies voor gebruik

Free flex ®

freeflex® zak freeflex® transferstuk

en freeflex® veiligheidskapje

Om de illustratie van het product te vereenvoudigen,

draagt de operator geen handschoenen. Deze gebruiksaanwijzing is enkel als richtlijn voor het gebruiken van dit product bedoeld.

Klaarmaken voor toediening

  • Controleer de samenstelling, het lotnummer en de uiterste gebruiksdatum van de freeflex® i.v. oplossing in de verpakking.
    • Controleer de verpakking op beschadiging of lekken van de oplossing. Niet gebruiken indien beschadigd!
    • Verwijder de beschermverpakking vlak voor gebruik startend aan het flapje in de hoek.
    • Identificeer de donkerblauwe infusiepoort. Controleer de freeflex® oplossing op zichtbare deeltjes of troebelheid.
    • Breek de donkerblauwe veiligheidsdop van de freeflex® infusiepoort af.
  • Gebruik een toedieningsset zonder openingen of, wanneer een set met openingen wordt gebruikt, dient de luchtinlaat afgesloten te worden. Neem de onderkant van de infusiepoort vast met uw vingers achter de bescherming. Duw en draai de toedieningsset stevig in de poort. Enige weerstand moet voelbaar zijn wanneer het poortmembraan verbroken wordt. Om lekken

te vermijden, moet de spike zodanig ingebracht worden dat de heldere, plastic kraag tot aan de schouder van de spike komt.

Toevoeging van geneesmiddelen met behulp van het free flex ® transferstuk

Toediening van medicatie in een Monovial of Biodome systeem is enveens mogelijk.

    • Identificeer de witte additiepoort.
    • Verwijder het onderste witte deel van de additiepoort.
    • Druk de smalle kant van het freeflex®-transferstuk op de witte additiepoort tot aan de eerste inkeping. De tip van de naald zit nu in de steriele kamer, beschermd van luchtcontaminatie.
    • Bereid de vial met medicatie voor en connecteer hem met het open einde van het freeflex®-transferstuk. Aangezien het andere uiteinde van de naald van het freeflex®-transferstuk zich in de steriele kamer bevindt, is er geen risico op contaminatie door omgevingslucht of lekken van medicatie.
  • Druk het freeflex®-transferstuk richting de zak om de binnenmembraan te doorprikken. Dit maakt het contact mogelijk tussen de oplossing en het geneesmiddel dat moet worden verdund.
  • Druk de freeflex® zak, met de vial neerwaarts hangend, samen en laat weer los om zo de

oplossing vanuit de zak in de flacon te duwen. Schud om het geneesmiddel op te lossen.

  • Draai de freeflex® infuuszak, druk de freeflex® zak samen en laat los zodat de oplossing uit de vial loopt. Schud goed om het geneesmiddel te mengen.
  • Meng de medicatie door goed te schudden. Na het aanbrengen van het rode veiligheidskapje over de freeflex® additiepoort kan er geen geneesmiddel meer toegevoegd worden.

Toevoeging medicatie met behulp van een injectiespuit

Op steriele wijze een spuit klaarmaken met de medicatie, gebruik makend van een naald van 21-23 gauge (G).

  • Identificeer de witte additiepoort.
  • Verwijder het onderste witte deel van de additiepoort met een korte draaibeweging.
  • De witte additiepoort met de vingers vasthouden achter de vingerring. De naald er volledig insteken zodat ze door de buitenmembraan en de binnenmembraan dringt. Injecteer de oplossing in de zak. Door de rigide constructie van de poort kan de naald de zijkanten van de poort niet perforeren.
  • Schud goed om het geneesmiddel te mengen. Na

het aanbrengen van het rode veiligheidskapje over de freeflex®-additiepoort kan er geen geneesmiddel meer toegevoegd worden.

WAARSCHUWINGEN

  1. Neem de freeflex® i.v. verpakking pas vlak vóór gebruik uit de overwrap.
  2. Niet toedienen, tenzij de oplossing helder is, geen deeltjes bevat en de freeflex® i.v. verpakking niet beschadigd is.
  3. Stop de infusie als bijwerkingen optreden.
  4. Niet verluchten.
  5. Het wordt aanbevolen dat de toedieningssets minstens elke 24 uur worden vervangen.
  6. Een gedeeltelijk gebruikte freeflex® i.v. verpakking moet worden weggegooid.
  7. Het is mogelijk dat additieven niet incompatibel zijn; het advies van een deskundige is nodig

voordat medicatie aan een freeflex® i.v. verpakking wordt toegevoegd. Als de arts beslist medicatie toe te voegen, moet een aseptische techniek worden gehanteerd; toevoegingen moeten door een daartoe bevoegd persoon worden uitgevoerd.

free flex ® +

  1. freeflex® + verpakking met i.v. oplossing
  2. freeflex® + transferadapter
  3. freeflex® + beschermdop
  4. freeflex® + precisiestaafje
  • Controleer de samenstelling, het lotnummer en de uiterste gebruiksdatum van de freeflex® + i.v. oplossing in de verpakking.
  • Controleer de verpakking op beschadiging of lekken van de oplossing. Niet gebruiken indien beschadigd!
    • Controleer de freeflex® + oplossing op zichtbare deeltjes of troebelheid. Niet gebruiken, tenzij de oplossing helder is.
    • Draai de freeflex® + i.v. verpakking om, zodat de tekst naar beneden gericht is. Pel met behulp van de vooraf geknipte hoeklipjes de overwrap open, zodat de eerste zak verwijderd kan worden. De overwrap is lichtjes aan de eerste zak gehecht, zodat deze beter gehanteerd kan worden, zelfs wanneer men wegwerphandschoenen draagt.
    • Identificeer de donkerblauwe infusiepoort. Controleer de freeflex® + oplossing nogmaals op zichtbare deeltjes of troebelheid.
    • Breek de donkerblauwe veiligheidsdop van de freeflex® infusiepoort af.
  • Gebruik een toedieningsset zonder openingen of, wanneer een set met openingen wordt gebruikt, dient de luchtinlaat afgesloten te worden. Neem de onderkant van de infusiepoort vast met uw vingers achter de bescherming. Duw en draai de toedieningsset stevig in de poort. Enige weerstand moet voelbaar zijn wanneer het poortmembraan verbroken wordt. Om lekken te vermijden, moet de spike zodanig ingebracht worden dat de heldere, plastic kraag tot aan de schouder van de spike komt.

De freeflex® + i.v. verpakking is compatibel met transfersystemen voor één injectieflacon.

  • Volg stap 1 en 2 (zie hoofdstuk 1). Identificeer de lichtblauwe injectiepoort.
  • Breek de lichtblauwe veiligheidsdop van de freeflex® + injectiepoort af.
  • Sluit de luer-lock van de transferadapter aan op de injectiepoort van de freeflex® + zak die met de luer compatibel is. Nu is de injectiepoort open; bijgevolg moet de injectiepoort rechtop worden gehouden om lekken te vermijden.
  • Druk vervolgens de injectieflacon met medicatie op de adapter.
  • Om de injectieflacon op de adapter te bevestigen, moet de blauwe veiligheidsring in de richting van de injectieflacon worden geduwd. Zorg ervoor dat de veiligheidsring op zijn plaats klikt, zodat de verbinding tussen de injectieflacon met medicatie en de transferadapter vastgeklemd is.
  • Wanneer de injectieflacon naar beneden hangt, moet in de freeflex® + i.v. verpakking worden geknepen en moet deze worden losgelaten, zodat de oplossing in de injectieflacon loopt. Schud ermee om de medicatie op te lossen.
    • Keer de freeflex® + i.v. verpakking om en duw de lucht van de zak in de injectieflacon, zodat de oplossing van de injectieflacon in de zak loopt. Goed schudden om de medicatie te mengen. Verwijder de freeflex® + transferadapter.
    • De rode beschermdop kan over de injectiepoort worden geklemd, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat een geneesmiddel werd toegevoegd.

Maak met behulp van een aseptische techniek een spuit met luer-lock klaar; een naald is niet nodig.

  • Volg stap 1 en 2 (zie hoofdstuk 1). Identificeer de lichtblauwe injectiepoort.
  • Breek de lichtblauwe veiligheidsdop van de freeflex® + injectiepoort af. Het membraan onder de afdekking is steriel; het membraan hoeft niet te worden gedesinfecteerd!
  • Houd de lichtblauwe injectiepoort met uw vingers achter de vingerbescherming vast. Sluit de luer-lock van de spuit op de injectiepoort van de freeflex® + aan en injecteer de medicatie in de zak. Dankzij de rigide poortconstructie kan het hanteren op een veilige en gemakkelijke manier plaatsvinden.
  • Meng de medicatie goed door ermee te schudden. De rode beschermdop kan over de injectiepoort worden geklemd, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat een geneesmiddel werd toegevoegd.

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK