Auteur: Meda


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wanneer u, naast Tambocor, bepaalde andere geneesmiddelen gebruikt, kunnen deze soms elkaars werking en/of bijwerking(en) beïnvloeden (ze kunnen wisselwerkingen vertonen). Meld daarom altijd aan uw arts welke andere geneesmiddelen u (af en toe) gebruikt.

Een wisselwerking kan onder meer optreden bij gebruik van dit middel met:

  • bepaalde andere middelen tegen hartritmestoornissen
  • digoxine (hartversterkend middel); flecaïnide kan de hoeveelheid digoxine in uw bloed verhogen
  • geneesmiddelen die de pompfunctie van het hart verlagen zoals de zgn. bètablokkers
  • bepaalde middelen tegen epilepsie (bv. fenytoïne, fenobarbital en carbamazepine), de afbraak van flecaïnide kan door deze stoffen versneld worden
  • cimetidine (maagzuurremmend middel), kan de werkzaamheid van flecaïnide versterken
  • amiodaron (hartmiddel). De dosis flecaïnide dient verminderd te worden
  • geneesmiddelen tegen neerslachtigheid (fluoxetine en tricyclische antidepressiva)
  • astemizol en terfenadine (middelen tegen allergie)
  • kinine en halofantrine (antimalaria middelen)
  • verapamil (bloeddrukverlager)
  • kinidine (middel tegen hartritmestoornissen)
  • plasmiddelen.
  • haloperidol en risperidon (geneesmiddelen tegen waanideeën): kunnen een verhoogd risico op ritmestoornissen geven
  • ritonavir (een middel bij virusinfecties, zoals HIV): geeft een verhoogd risico op ritmestoornissen, en mag niet gelijktijdig met flecaïnide worden gebruikt.
  • bupropion (geneesmiddel als hulp bij het stoppen met roken) bij gelijktijdig gebruik met flecaïnide, dient uw arts na te gaan of de dosis flecaïnide moet worden verlaagd.

Wanneer u één of meer van deze middelen gebruikt, is het verstandig eerst advies te vragen aan uw arts of apotheker.

  • Wat is de dosering en hoe moet u dit geneesmiddel gebruiken?

Uw arts zal een persoonlijke, aan uw klachten aangepaste dosering voorschrijven. Gewoonlijk zal de behandeling met Tambocor in het ziekenhuis worden gestart.

De algemene dosering is slechts een richtlijn en is als volgt:

  • bij hartkamerritmestoornissen waarvan de oorzaak boven de hartkamer gelegen is De begindosering is 2 maal daags 50 mg. Indien nodig zal uw arts de dosis verhogen naar maximaal 300 mg per dag.
  • bij hartkamerritmestoornissen

De begindosering is 2 maal daags 100 mg. De maximale dagdosis bedraagt 400 mg. Deze dosis wordt gewoonlijk gebruikt bij patiënten met een groot postuur of in die gevallen waar een snelle controle van de ritmestoornis vereist is. Uw arts zal gewoonlijk de dosering na 3-5 dagen stapsgewijs verlagen tot de laagst mogelijke effectieve dosering. Eventueel kan uw arts tijdens langdurige behandeling de dosering verlagen.

  • bij patiënten op hoge leeftijd

De uitscheidingssnelheid kan vertraagd zijn bij patiënten op hoge leeftijd. Uw arts zal bij de behandeling hiermee rekening houden.

  • bij patiënten met een verminderde nierwerking

Bij deze patiënten is de maximale begindosering 100 mg per dag, waarbij uw arts regelmatig de concentratie van flecaïnide zal laten controleren.

  • kinderen

Aangezien de effectiviteit en de veiligheid van het gebruik bij kinderen niet zijn vastgesteld, wordt de behandeling bij kinderen niet aanbevolen.

Wanneer en hoe moeten de tabletten worden ingenomen?

Neem de tabletten in door deze met voldoende vloeistof (bijv. water) door te slikken. De dagelijkse dosering moet meestal verdeeld over de dag worden ingenomen.

Wat moet u doen als u teveel heeft ingenomen?

Indien u een ernstige overdosering vermoedt, dient u direct een arts te waarschuwen.

Wat als u één of meer keer bent vergeten het geneesmiddel in te nemen?

Neem de dosis alsnog in zodra u ontdekt dat u dit vergeten bent. Dit geldt niet als u het pas ontdekt wanneer het bijna tijd is voor uw volgende dosis. In dit geval moet u de vergeten dosis niet extra innemen maar gewoon uw schema verder volgen. Het is belangrijk de tabletten volgens schema in te nemen. Raadpleeg in geval van twijfel uw arts.

Wat als u plotseling stopt met het gebruik?

Als u ineens stopt met het gebruik van Tambocor zult u geen ontwenningsverschijnselen krijgen. Echter, de beoogde controle van de hartritmestoornis treedt niet meer op. Stop dus nooit met het gebruik zonder medeweten van uw arts.

  • Wat voor bijwerkingen zijn er bekend?

Behalve de gewenste effecten kan een geneesmiddel ook ongewenste reacties (bijwerkingen) veroorzaken. Bijwerkingen treden niet bij iedereen op.

De volgende bijwerkingen kunnen onder meer voorkomen:

  • Algemene aandoeningen: vermoeidheid, oedeem.
  • Hart: hartritmestoornissen (zoals hartkloppingen, boezemfibrilleren en –flutter, versnelde hartslag en in de meest extreme vorm plotse hartdood) zijn tijdens het gebruik van flecaïnide vaak waargenomen, vooral bij patiënten met structureel hartlijden en/of een slechte linkerkamerfunctie. De volgende bijwerkingen zijn ook waargenomen: stoornis in de geleiding van het hart, leidend tot ritmestoornissen, vertraagde hartslag, hartfalen, pijn op de borst, verlaagde bloeddruk, hartinfarct, gevoel van onregelmatige hartslag.
  • Huid: lichtovergevoeligheid, allergische huidreacties zoals netelroos, haaruitval en huiduitslag.
  • Maag en darmen: misselijkheid en braken. Ook kunnen voorkomen: buikpijn, verminderde eetlust, verstopping, diarree, verstoorde spijsvertering, winderigheid.
  • Lever: stoornissen in de leverwerking en geelzucht.
  • Zenuwstelsel: duizeligheid, hoofdpijn, licht gevoel in het hoofd. Gewoonlijk verdwijnen deze bijwerkingen bij voortzetting van de behandeling. Zeldzame gevallen van bewegingsstoornissen, die verdwijnen na het staken van de behandeling, zijn gemeld. Eveneens zeldzaam zijn: bevingen, tintelingen van de huid (‘alsof er mieren over lopen’), zenuwaandoeningen (bijvoorbeeld in de armen en benen), coördinatie stoornissen, waanvoorstellingen, ernstige

neerslachtigheid, verwarring en geheugenverlies. Ook kunnen optreden; angst, blozen, verhoogde transpiratie, slaperigheid, slapeloosheid, plotseling bewustzijnsverlies en oorsuizen.

  • Ogen: dubbelzien, wazig zien. Deze en andere bijwerkingen zijn gewoonlijk van voorbijgaande aard en verdwijnen na stoppen of verminderen van de dosering.
  • Bloed: afname van rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes is soms gemeld.
  • Overige: kortademigheid: extreem zeldzame gevallen van longontsteking zijn voorgekomen.

Waarschuw uw arts of apotheker indien bij u een ernstige bijwerking of een bijwerking optreedt die niet staat vermeld in de bijsluiter.

  • Hoe kunt u dit geneesmiddel het beste bewaren ?

Bewaar de tabletten in de goed gesloten verpakking. De tabletten zijn dan houdbaar tot en met de datum die op de verpakking na ‘Niet te gebruiken na’ is vermeld. Na deze datum mag u de tabletten niet meer gebruiken. De afkorting ‘Exp.’ op de strip betekent: ‘Niet te gebruiken na’. Raadpleeg bij twijfel over de houdbaarheid uw apotheker.

Geneesmiddelen buiten bereik van kinderen houden!

  • Algemeen
  • Geef nooit uw geneesmiddelen aan anderen en gebruik ook niet zomaar middelen van anderen, ook al lijken de klachten gelijk. Raadpleeg een arts.
  • Lever oude geneesmiddelen in bij de apotheek, zodat zij op de juiste wijze vernietigd kunnen worden.
  • Wanneer dit geneesmiddel lactose (melksuiker), gluten, kleurstoffen, smaakstoffen of conserveermiddelen bevat, wordt dit vermeld onder ‘Wat zit er in dit geneesmiddel’.

Het is mogelijk dat u na het lezen van bovenstaande tekst nog vragen heeft. Uw arts of apotheker zullen deze graag beantwoorden.

Zij beschikken over de laatste informatie. Als er daarna nog vragen bestaan kunt u bellen of schrijven naar Meda Pharma BV te Amstelveen.

Datum december 2010

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK