Fluracedyl 5%, oplossing voor injectie 50 mg/ml

ATC-Code
L01BC02
Fluracedyl 5%, oplossing voor injectie 50 mg/ml

Pharmachemie

Stof(fen)
Fluorouracil
Verdovend
Nee
Farmacologische groep Antimetabolieten

Advertentie

Alles om te weten

Vergunninghouder

Pharmachemie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Fluracedyl 5% is een geneesmiddel voor kanker.

Fluracedyl 5% wordt gebruikt voor de behandeling van veel vormen van kanker die vaak voorkomen, met name darm- en borstkanker. Het kan in combinatie met andere kankerremmende middelen en bestraling worden gebruikt.

Advertentie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

  • als u allergisch bent voor één van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6
  • als u een ernstige infectie heeft (bijv. herpes zoster, waterpokken)
  • als uw tumor niet kwaadaardig is
  • als u erg verzwakt bent door langdurige ziekte
  • als uw beenmerg beschadigd is door andere behandelingen (inclusief bestraling)
  • als u brivudine, sorivudine of analogen daarvan gebruikt (antivirale middelen)

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

  • als u zwanger bent of borstvoeding geeft.
  • als het aantal bloedlichaampjes te laag wordt (u krijgt bloedproeven om dit te controleren)
  • als u problemen heeft met uw nieren
  • als u problemen heeft met uw lever, inclusief geelzucht (geelverkleuring van de huid)
  • als u problemen heeft met uw hart Vertel uw arts als u tijdens de behandeling last krijgt van pijn op de borst
  • als u een verminderde werking/tekort heeft aan het enzym DPD (dihydropyrimidine dehydrogenase)
  • als u een hooggedoseerde bestraling van het heupgebied heeft ondergaan.

Gebruikt u naast Fluracedyl 5% nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken ? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

De volgende geneesmiddelen kunnen de werking van fluorouracil beïnvloeden.

  • methotrexaat (een kankerremmend middel)
  • metronidazol (een antibioticum)
  • leucovorine (ook wel calciumfolinaat genoemd – dit middel wordt gebruikt om de schadelijke bijwerkingen van kankerremmende middelen te verminderen)
  • allopurinol (voor de behandeling van jicht)
  • cimetidine (voor de behandeling van maagzweren)
  • warfarine (een middel tegen bloedstolsels)
  • interferon alfa 2a; brivudine, sorivudine en analogen daarvan (antivirale middelen)
  • cisplatine (een kankerremmend middel)

- fenytoïne (om epilepsie, stuipen en een onregelmatig hartritme onder controle te houden)

  • vaccins.

Zwangerschap, borstvoeding vruchtbaarheid

Zwangerschap

Als u een vrouw in de vruchtbare leeftijd bent moet u terwijl u dit middel krijgt toegediend en nog minstens 6 maanden na de beëindiging van de behandeling een effectief voorbehoedmiddel gebruiken. Als u tijdens de behandeling zwanger wordt, moet u uw arts hiervan op de hoogte stellen en genetische counseling krijgen.

Borstvoeding

Aangezien niet bekend is of fluorouracil wordt uitgescheiden in de moedermelk, di ent borstvoeding te worden gestaakt als de moeder met fluorouracil wordt behandeld.

Vruchtbaarheid

Als u een man bent, mag u geen kind verwekken tijdens en tot zes maanden na beëindiging van de behandeling met Fluracedyl 5%. U wordt aangeraden om vóór de behandeling advies in te winnen over

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

conservering van sperma omdat de behandeling met Fluracedyl 5% blijvende onvruchtbaarheid kan veroorzaken.

Vraag uw arts om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

U mag niet rijden of machines bedienen omdat Fluracedyl 5% bijwerkingen zoals misselijkheid en braken kan veroorzaken. Het kan ook bijwerkingen op het zenuwstelsel en gezichtsveranderingen veroorzaken. Als u last krijgt van een van deze bijwerkingen mag u geen voertuig besturen of gereedschap of machines gebruiken, omdat de rijvaardigheid of het vermogen om machines te gebruiken negatief kan worden beïnvloedt.

Hoe gebruikt u dit middel?

De dosis van het geneesmiddel dat u krijgt, hangt af van uw algemene conditie, uw lichaamsgewicht, of u onlangs geopereerd bent en hoe goed uw lever en nieren werken. De dosis hangt ook af van de uitslag van uw bloedonderzoek. De dosis mag niet meer bedragen dan 1 g per dag. De eerste behandelingskuur kan dagelijks of eenmaal per week worden gegeven. Afhankelijk van uw reactie op de behandeling kan worden besloten om meer behandelingskuren te geven. U kunt de behandeling ook krijgen in combinatie met radiotherapie.

Het geneesmiddel kan worden verdund met een glucoseoplossing, natriumchloride of water voor injectie voordat het aan u wordt toegediend. Het wordt via een ader of slagader toegediend. Als het via een ader wordt toegediend, kan het worden gegeven als een normale injectie of als een langzame injectie met behulp van een infuus. Als het in een slagader wordt toegediend, wordt het als infuus gegeven.

Omdat dit geneesmiddel in een ziekenhuis aan u wordt toegediend, is het onwaarschijnlijk dat u te weinig of te veel krijgt. Vertel uw arts of apotheker echter als u zich ergens zorgen om maakt.

T ijdens en na de behandeling met Fluracedyl 5% moeten er bloedproeven bij u worden gedaan om het aantal bloedlichaampjes te bepalen. De behandeling moet misschien worden gestaakt als het aantal witte bloedlichaampjes te laag wordt.

Als u te veel Fluracedyl 5% heeft toegediend gekregen, kunnen misselijkheid, braken, diarree, ernstige mucositis en zweren en bloedingen in het maagdarmkanaal optreden.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

De frequenties van de hieronder genoemde bijwerkingen zijn als volgt ingedeeld: Zeer vaak: bij meer dan 1 op de 10 patiënten

Vaak: bij 1 tot 10 op de 100 patiënten Soms: bij 1 tot 10 op de 1.000 patiënten Zelden: bij 1 tot 10 op de 10.000 patiënten

Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten

Niet bekend: kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Zeer vaak

  • Ischemische ECGafwijkingen (onvoldoende bloedtoevoer naar een orgaan)
  • Anemie (een aandoening waarbij het aantal rode bloedlichaampjes in het circulerende bloed te laag is)
  • Hoge koorts en een sterke daling in granulocyten in het circulerende bloed

 Neutropenie (een abnormaal laag aantal neutrofielen in uw bloed)

  • Pancytopenie (een aandoening waarbij de productie van bloedcellen in het beenmerg ernstig verminderd of helemaal gestopt is)
  • Leukopenie (een abnormaal laag aantal witte bloedlichaampjes in het circulerende bloed)
  • Vermindering van de productie van bloedcellen
 Ontsteking van het slijmvlies in de  Faryngitis (ontsteking van de  Ontsteking van het rectum of de
mond en het spijsverteringskanaal slijmvliezen in de farynx) anus
 Gebrek aan eetlust  Waterige diarree  M isselijkheid
 Braken  Haaruitval  Hand-voetsyndroom, een
    toxische huidreactie
 Vertraagde wondgenezing  Neusbloedingen  Vermoeidheid
 Algehele zwakte  Vermoeidheid  Gebrek aan energie
 Ontsteking van het slijmvlies in  Ontsteking van de slokdarm  Verhoging van urinezuur in het
een van de structuren in de mond   bloed

Vaak

 Angina pectoris (ernstige pijn op de borst, gepaard gaande met een ontoereikende bloedtoevoer naar het hart)

Soms

 Afwijkingen in het hartritme  Hartaanval  M yocardischemie (verlies van
    zuurstof in de hartspier)

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Krijgt u veel last van één van de bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Hoe bewaart u dit middel?

Bewaren beneden 25°C. Niet in de koelkast of vriezer bewaren. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Een eventueel gevormd neerslag kan worden opgelost door verwarmen bij 35°C.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na `EXP`. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

  • De werkzame stof in dit middel is 50 mg 5-fluorouracil per ml.
  • De andere stoffen in dit middel zijn natriumhydroxide (E524, voor pH stelling) en water voor injectie.

De oplossing voor injectie is helder, kleurloos tot nagenoeg kleurloos en vrij van zichtbare deeltjes.

Fluracedyl 5% is verpakt in:

  • glazen ampullen à 5 ml (doos met 5, 10 of 50 ampullen) en 10 ml (doos met 5 of 25 ampullen) oplossing voor injectie
  • glazen injectieflacons met een afsluitibg van rubber à 5 ml, 10 ml, 20 ml (doos met 1 en 10 injectieflacons) en 100 ml (doos met 1 injectieflacon) oplossing voor injectie

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Pharmachemie BV Swensweg 5

2031 GA Haarlem Nederland

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Fabrikant

Pharmachemie BV

Swensweg 5

2031 GA Haarlem

Nederland

T eva Pharmaceutical Works Private Limited Company

T áncsics M. út 82

H-2100 Gödöllő

Hongarije

In het register ingeschreven onder

RVG 14632

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in mei 2013.

0413.3v.HW

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

<----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg

Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling

Fluracedyl 5% bevat 50 mg 5-fluorouracil per ml steriele isotonische oplossing voor injectie. Fluracedyl oplossing voor injectie is niet geconserveerd en is derhalve slechts voor éénmalig gebruik bestemd.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

Therapeutische indicaties

Fluracedyl kan als monotherapie of in combinatie worden toegepast als palliatieve behandeling bij veelvoorkomende maligniteiten, met name darm - en borstkanker.

Dosering en wijze van toediening

De keuze van de juiste dosering en een geschikt behandelschema zal afhangen van de toestand van de patiënt, de tumorsoort die wordt behandeld en of fluorouracil als monotherapie of in combinatie met een andere therapie wordt toegediend. De initiële behandeling dient in het ziekenhuis te worden toegediend en de totale dagelijkse dosis mag niet meer dan 1 gram bedragen. De dosis wordt gewoonlijk berekend conform het werkelijke gewicht van de patiënt, behalve bij obesitas, oed eem of een andere vorm van abnormale vochtretentie zoals ascites. In dat geval dient het ideale gewicht als uitgangspunt te worden genomen voor de berekening.

Aangeraden wordt de dosis te verlagen bij patiënten met een van de volgende complicaties:

  1. Cachexie
  2. Grote operatie in de voorafgaande 30 dagen
  3. Verminderde beenmergfunctie
  4. Gestoorde lever- of nierfunctie

Fluracedyl kan door middel van intraveneuze injectie, intraveneuze of intra-arteriële infusie worden toegediend.

Het volgende behandelingsregime wordt aanbevolen voor toepassing als monotherapie.

Initiële behandeling

Deze kan worden toegediend als infuus of injectie, waarbij meestal de voorkeur wordt gegeven aan een infuus, vanwege de lagere toxiciteit.

Intraveneus infuus

15 mg/kg lichaamsgewicht of 600 mg/m2, maar niet meer dan 1 g per infusie, verdund in 500 ml glucose 5% of NaCl 0,9% en als een 4 uur durend infuus toegediend met een snelheid van 40 druppels per minuut. Als alternatief kan deze dagelijkse dosis als 30-60 minuten durend infuus of als een continu 24- uurs infuus worden toegediend. Het infuus kan dagelijks worden herhaald tot toxiciteit ontstaat (stomatitis, diarree, leukopenie of trombocytopenie), of een totale dosis van 12-15 g is bereikt.

Intraveneuze injectie

Gedurende 3 dagen kan dagelijks 12 mg/kg lichaamsgewicht of 480 mg/m 2 worden toegediend.

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Daarna, als er geen aanwijzingen voor toxiciteit zijn (stomatitis, diarree, leukopenie of trombocytopenie), krijgt de patiënt om de andere dag (dag 5, 7 en 9) nog drie doses van 6 mg/kg of 240 mg/m2 toegediend. Een alternatieve behandeling is 15 mg/kg als eenmalige intraveneuze injectie eenmaal per week voor de duur van de chemokuur.

Intra-arterieel infuus

Een dagelijkse dosis van 5-7,5 mg/kg lichaamsgewicht of 200-300 mg/m2 kan worden toegediend door middel van een continu 24-uurs intra-arterieel infuus.

Onderhoudstherapie

De intensieve kuur die in eerste instantie wordt gegeven, kan worden gevolgd door een onderhoudsbehandeling op voorwaarde dat er geen significante toxisc he bijwerkingen zijn opgetreden. In alle gevallen moeten de toxische bijwerkingen zijn verdwenen voordat de onderhoudsbehandeling wordt gestart.

De behandeling kan worden voortgezet met intraveneuze injecties eenmaal per week van 5 -10 mg/kg lichaamsgewicht of 200-400 mg/m2.

In combinatie met radiotherapie

Radiotherapie in combinatie met 5-FU is nuttig gebleken in de behandeling van bepaalde typen gemetastaseerde laesies in de longen en voor de pijnbestrijding bij recidiverende, inoperabele tumoren. De standaarddosering voor 5-FU dient te worden gebruikt.

In combinatie met andere cytostatica

Fluracedyl kan samen met andere cytostatica worden toegepast. In dat geval wordt de standaarddosering gereduceerd.

Bijzondere populaties

Patiënten met verminderde nier- of leverwerking.

Bij patiënten met verminderde nier- of leverwerking dient voorzichtigheid te worden betracht en kan het nodig zijn om de dosis te verlagen.

Vanwege het gebrek aan gegevens over de veiligheid en de werking van Fluracedyl wordt dit middel niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen.

Er is geen dosisaanpassing nodig.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor fluorouracil of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
  • ernstige infecties (bijv. herpes zoster, waterpokken).
  • ernstig verzwakte patiënten.
  • beenmergdepressie na radiotherapie of behandeling met andere antineoplastische middelen.
  • behandeling van non-maligne aandoeningen.

5-Fluorouracil (5-FU) mag niet worden toegediend in combinatie met brivudine, sorivudine en anal ogen daarvan. Brivudine, sorivudine en analogen daarvan zijn krachtige remmers van dihydropyrimidine dehydrogenase (DPD), het enzym waardoor 5-FU gemetaboliseerd wordt. Zie rubrieken 4.4 en 4.5. Fluracedyl is streng gecontra-indiceerd bij zwangere vrouwen of bij vrouwen die borstvoeding geven.

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Aanbevolen wordt dat Fluracedyl alleen wordt toegediend door, of onder strikte supervisie van, een ervaren arts die bekend is met het gebruik van krachtige antimetabolieten en de faciliteiten heeft voor regelmatige controle van klinische, biochemische en hematologische effecten tijdens en na de toediening.

Alle patiënten dienen voor de initiële behandeling te worden opgenomen in het ziekenhuis. Adequate behandeling met fluorouracil wordt meestal gevolgd door leukopenie, waarbij het laagste

aantal witte bloedcellen gewoonlijk tussen dag 7 en 14 van de eerste kuur wordt waargenomen, maar soms pas na 20 dagen. Het aantal witte bloedcellen is gewoonlijk tegen dag 30 weer normaal. Dagelijkse controle van het aantal bloedplaatjes en witte bloedcellen wordt aanbevolen en de behandeling dient te worden onderbroken als het aantal bloedplaatjes beneden 100.000/mm3 daalt of het aantal witte bloedcellen beneden 3500/mm3. Als het totale aantal bloedcellen minder dan 2000/mm3 bedraagt, en in het bijzonder in geval van granulocytopenie, wordt aanbevolen dat de patiënt in het ziekenhuis in beschermende isolatie wordt geplaatst en op de juiste wijze wordt behandeld om systemische infectie te voorkomen.

De behandeling dient ook te worden onderbroken bij de eerste aanwijzingen voor orale ulceratie of bij gastro-intestinale bijwerkingen zoals stomatitis, diarree, gastro-intestinale bloeding of hemorragieën van verschillende lokalisatie. De ratio tussen werkzame en toxische dosis is klein en therapeutische respons is onwaarschijnlijk zonder enige mate van toxiciteit. Daarom moet bij de selectie van de patiënten en aanpassing van de dosis zorgvuldigheid worden betracht.

Voorzichtigheid dient te worden betracht bij toepassing van fluorouracil bij patiënten met verminderde nier- of leverfunctie of geelzucht. Er zijn geïsoleerde gevallen van angina, afwijkende ECG en zelden van myocardinfarct gemeld na toediening van fluorouracil. Derhalve is voorzichtigheid geboden bij de behandeling van patiënten die tijdens de behandelingskuren last hadden van pijn op de borst, of bij patiënten met een cardiaal belaste anamnese.

Dihydropyrimidine dehydrogenase (DPD) speelt een belangrijke rol in de metaboliseri ng van fluorouracil. Er zijn meldingen geweest van verhoogde toxiciteit van fluorouracil bij patiënten met verminderde werking of deficiëntie van DPD. Indien van toepassing dient de enzymactiviteit van DPD te worden vastgesteld voorafgaand aan de behandeling met 5-fluoropyrimidines.

Nucleoside-analogen, bijv. brivudine en sorivudine, die de DPD-activiteit beïnvloeden, kunnen verhoogde plasmaconcentratie en verhoogde toxiciteit van fluoropyrimidines tot gevolg hebben (zie rubriek 4.5). Derhalve dient er een tussentijd van minstens 4 weken te worden gehandhaafd tussen de toediening van fluorouracil en brivudine, sorivudine of analogen daarvan. Mochten er per ongeluk nucleoside-analogen worden toegediend aan patiënten die met fluorouracil worden behandeld, dan dienen effectieve maatregelen te worden getroffen om de toxiciteit van fluorouracil te verminderen.

In dat geval wordt onmiddellijke ziekenhuisopname aanbevolen. Er dienen maatregelen te worden getroffen om systemische infecties en dehydratie te voorkomen.

In verband met de kans op ernstige of fatale infecties dienen vaccins met levend virus te worden vermeden bij patiënten die 5-fluorouracil krijgen toegediend. Contact met mensen die onlangs zijn ingeënt met het poliovaccin dient te worden vermeden.

Langdurige blootstelling aan zonlicht wordt afgeraden vanwege het risico op fotosensitiviteit. Voorzichtigheid moet worden betracht bij gebruik bij patiënten die hooggedoseerde bestraling van het bekken hebben ondergaan.

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Vrouwen in de vruchtbare leeftijd en mannen dienen tijdens en gedurende 6 maanden na de beëindiging van de behandeling effectieve anticonceptie te gebruiken.

Patiënten die gelijktijdig fenytoïne en fluorouracil gebruiken, moeten regelmatig tests ondergaan omdat de plasmaconcentratie van fenytoïne verhoogd kan zijn.

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Van verschillende middelen is gemeld dat ze biochemisch van invloed zijn op de anti -tumorwerking of toxiciteit van fluorouracil. De meest gebruikelijke middelen zijn onder andere methotrexaat, metronidazol, leucovorine, interferon alfa en allopurinol.

De combinatie van fluorouracil en clozapine dient te worden vermeden vanwege een verhoogd risico op agranulocytose.

Bij patiënten met orofarynxcarcinoom die worden behandeld met 5-fluorouracil en cisplatine is een verhoogde incidentie van cerebrale infarcten gemeld.

Bij enkele patiënten met een stabiel warfarine-regime is na instelling van de behandeling met fluorouracil een duidelijke verhoging van de protrombinetijd en de INR gemeld.

Het enzym dihydropyrimidine dehydrogenase (DPD) speelt een belangrijke rol in de metabolisering van fluorouracil. Geneesmiddelen die invloed hebben op de DPD-activiteit, zoals de nucleosideanalogen brivudine, sorivudine en chemisch verwante analogen daarvan, kunnen een duidelijke verhoging van de plasmaconcentratie van fluorouracil veroorzaken en derhalve de toxiciteit verhogen. Derhalve dient er een tussentijd van minimaal 4 weken te worden gehandhaafd tussen de inname van fluorouracil en brivudine, sorivudine of analogen daarvan (zie rubriek 4.4).

Van cimetidine is gemeld dat het de plasmaconcentraties van fluorouracil verhoogt, mogelijk door verminderde metabolisatie in de lever.

Bij patiënten die gelijktijdig fenytoïne en 5-fluorouracil kregen toegediend, is een verhoging van de plasmaconcentratie van fenytoïne gemeld met daaruit voortvloeiend symptomen van toxiciteit van fenytoïne.

Fluorouracil versterkt de werking van andere cytostatica en radiotherapie (zie rubriek 4.2). Vaccins met levend virus dienen te worden vermeden bij patiënten met een gecompromitteerd immuunsysteem.

Lijst van hulpstoffen

Natriumhydroxide (E524, voor pH-stelling), water voor injectie.

Gevallen van onverenigbaarheid

Fluorouracil is onverenigbaar met calciumfolinaat, carboplatine, cisplatine, cytarabine, diazepam, doxorubicine, droperidol, filgrastim, galliumnitraat, methotrexaat, metoclopramide, morfine, ondansetron, parenterale voeding, vinorelbine, andere anthracyclinen.

Bereide oplossingen zijn basisch; aanbevolen wordt om vermenging met zure geneesmiddelen of preparaten te vermijden.

Vanwege het gebrek aan onderzoek met betrekking tot onverenigbaarheid mag dit geneesmiddel niet worden gemengd met andere geneesmiddelen.

FLURACEDYL 5% oplossing voor injectie

Houdbaarheid

Ongeopende flacon/ampul: 18 maanden

Na aanprikken van Fluracedyl 5% oplossing voor injectie in de 100 ml infusieflacon is een chemische en fysische houdbaarheidaangetoond van 7 dagen bij kamertemperatuur (beneden 25°C).

Na verdunnen van Fluracedyl 5% oplossing voor injectie in 5% glucoseoplossing of in 0.9% natriumchlorideoplossing is een chemische en fysische houdbaarheid aangetoond van tenminste 48 uur bij kamertemperatuur (beneden25°C).

Vanuit een microbiologisch standpunt, dient het product onmiddellijk gebruikt te worden. Word t het product niet onmiddellijk gebruikt, dan vallen de bewaartermijnen en –omstandigheden na openen en voorafgaand aan toedienen onder de verantwoordelijkheid van de toediener. Normaal gesproken zal de bewaartermijn niet langer zijn dan 8 uur bij kamertem peratuur (beneden 25°C), tenzij het aanprikken of de verdunning heeft plaatsgevonden onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden.

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Fluracedyl 5% bewaren beneden 25°C, in de oorspronkelijke verpakking buiten invloedvan licht . Niet in de koelkast of vriezer bewaren. Een neerslag kan worden opgelost door verwarmen bij 35°C. De vervaldatum is op de verpakking vermeld. Een aangebroken Fluracedyl oplossing dient wegens het ontbreken van een conserveermiddelbinnen 8 uur te worden gebruikt.

Aard en inhoud van de verpakking

  • Ampullen nominaal 5 en 10 ml, kleurloos glas type I (Ph.Eur.). Handelsvormen: Doos met 5, 10 of 50 ampullen à 5 ml of doos met 5 of 25 ampullen à 10 ml.
  • Flacons nominaal 5, 10, 20 en 100 ml, kleurloos glas type I (Ph.Eur) voorzien van chlorobutylrubber stopper, aan de onderkant voorzien van een inerte coating, met een aluminiumzegel voorzien van een polypropyleen schijf. Handelsvormen: Doos met 1 flacon à 5, 10, 20 of 100 ml of doos met 10 flacons à 5, 10 of 20 ml.
  • Infusieflacon nominaal 100 ml Handelsvormen: Doos met 1 infusieflacon à 100 ml. (multi-dose flacons à 100 ml bestemd voor toedieningvia een continu infuussysteem gedurende

meerdere dagen).

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Ieder contact met de vloeistof dient vermeden te worden. T ijdens de bereiding dient een strikt aseptische werktechniek te worden toegepast; als beschermende maatregelenzijn het gebruik van handschoenen, mondkap, veiligheidsbril en beschermende kleding noodzakelijk. Het gebruik van een LAF -kast met verticale stroomrichting wordt aanbevolen. T ijdens toedieningdienen handschoenen gedragen te worden. Indien de oplossing toch in contact komt met huid, slijmvliezen of ogen, dient onmiddellijk overvloedig met water te worden gespoeld. De huid kan grondig met zeep worden gereinigd.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

Uw persoonlijke medicijn-assistent

Medicijnen

Zoek hier onze uitgebreide database van medicijnen van A-Z, met effecten en ingrediënten.

Stoffen

Alle werkzame stoffen met hun toepassing, chemische samenstelling en medicijnen waarin ze zijn opgenomen.

Ziekten

Oorzaken, symptomen en behandelingsmogelijkheden voor veel voorkomende ziekten en verwondingen.

De getoonde inhoud komt niet in de plaats van de oorspronkelijke bijsluiter van het geneesmiddel, met name wat betreft de dosering en de werking van de afzonderlijke producten. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid van de gegevens, aangezien deze gedeeltelijk automatisch zijn omgezet. Voor diagnoses en andere gezondheidskwesties moet altijd een arts worden geraadpleegd. Meer informatie over dit onderwerp vindt u hier.

This website is certified by Health On the Net Foundation. Click to verify.