Auteur: Baxter


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Gesteriliseerd water voor injecties

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Verkeerde toediening van ADVATE

Verkeerde toediening (injectie in de slagader of buiten de ader) moet worden vermeden omdat zich lichte, kortdurende reacties op de injectieplaats kunnen voordoen, zoals blauwe plekken en roodheid.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Verkeerde toediening van ADVATE

Verkeerde toediening (injectie in de slagader of buiten de ader) moet worden vermeden omdat zich lichte, kortdurende reacties op de injectieplaats kunnen voordoen, zoals blauwe plekken en roodheid.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Verkeerde toediening van ADVATE

Verkeerde toediening (injectie in de slagader of buiten de ader) moet worden vermeden omdat zich lichte, kortdurende reacties op de injectieplaats kunnen voordoen, zoals blauwe plekken en roodheid.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U bent allergisch voor muizen- of hamsterproteïnen.

Als u hiervan niet zeker bent, raadpleeg dan uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt. Vertel uw arts als u reeds behandeld bent met factor VIII-producten, vooral als u remmers ontwikkeld heeft, omdat er een hoger risico kan bestaan dat dit opnieuw gebeurt. Remmers zijn neutraliserende antistoffen tegen factor VIII die de werkzaamheid van ADVATE verminderen om bloedingen te voorkomen of onder controle te houden. De vorming van remmers is een bekende complicatie bij de behandeling van hemofilie A. Als uw bloeding niet onder controle gehouden wordt met ADVATE, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

In zeldzame gevallen is het mogelijk dat u een anafylactische reactie (een hevige, plotselinge allergische reactie) heeft op ADVATE. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties zoals huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam, opzwellen van lippen en tong, ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst, algemeen gevoel van onbehagen en duizeligheid. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een vroege waarschuwing van een anafylactische shock. Tot de verschijnselen van een anafylactische shock kunnen ook extreme duizeligheid, bewustzijnsverlies en zware ademhalingsmoeilijkheden behoren.

Als een van deze verschijnselen optreedt, stop dan onmiddellijk de injectie en neem contact op met uw arts. Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Kinderen

De vermelde waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast ADVATE nog andere geneesmiddelen, of hebt u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

ADVATE heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.

ADVATE bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat 0,45 mmol natrium (10 mg) per injectieflacon, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten op een gecontroleerd natriumdieet.

Verkeerde toediening van ADVATE

Verkeerde toediening (injectie in de slagader of buiten de ader) moet worden vermeden omdat zich lichte, kortdurende reacties op de injectieplaats kunnen voordoen, zoals blauwe plekken en roodheid.

Hoe gebruikt u dit middel?

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten. Deze verpakkingsgrootte is beschikbaar met 5 ml oplosmiddel en 2 ml oplosmiddel. Voor de verpakking met 2 ml oplosmiddel is echter geen documentatie beschikbaar voor kinderen jonger dan 2 jaar.

Vanwege de daling van het injectievolume van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, is er in geval van overgevoeligheidsreacties tijdens de injectie minder tijd om te reageren. Voorzichtigheid is dan ook geboden bij injectie van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, vooral bij kinderen.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten. Deze verpakkingsgrootte is beschikbaar met 5 ml oplosmiddel en 2 ml oplosmiddel. Voor de verpakking met 2 ml oplosmiddel is echter geen documentatie beschikbaar voor kinderen jonger dan 2 jaar.

Vanwege de daling van het injectievolume van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, is er in geval van overgevoeligheidsreacties tijdens de injectie minder tijd om te reageren. Voorzichtigheid is dan ook geboden bij injectie van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, vooral bij kinderen.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten. Deze verpakkingsgrootte is beschikbaar met 5 ml oplosmiddel en 2 ml oplosmiddel. Voor de verpakking met 2 ml oplosmiddel is echter geen documentatie beschikbaar voor kinderen jonger dan 2 jaar.

Vanwege de daling van het injectievolume van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, is er in geval van overgevoeligheidsreacties tijdens de injectie minder tijd om te reageren. Voorzichtigheid is dan ook geboden bij injectie van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, vooral bij kinderen.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

De behandeling met ADVATE wordt gestart door een arts die ervaring heeft met de behandeling van patiënten met hemofilie A.

Uw dosis ADVATE wordt door uw arts berekend (in internationale eenheden of IE) op basis van uw toestand en lichaamsgewicht, en wordt bepaald of het product gebruikt wordt voor de preventie of behandeling van bloedingen. De frequentie van toediening is afhankelijk van hoe goed ADVATE werkt voor u. Doorgaans is de substitutietherapie met ADVATE een levenslange behandeling.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.

Preventie van bloedingen

De gebruikelijke dosis octocog alfa bedraagt 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, die om

de 2 tot 3 dagen toegediend wordt. In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen echter regelmatigere injecties of hogere doses noodzakelijk zijn.

Behandeling van bloedingen

De dosis octocog alfa wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de niveaus van factor VIII-activiteit die bereikt dienen te worden. De vooropgestelde niveaus van factor VIII-activiteit zijn afhankelijk van de ernst en de plaats van de bloeding.

dosis (IE) = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van factor VIII (% ten opzichte van de normale waarde) x 0,5

Als u meent dat de werking van ADVATE ontoereikend is, raadpleeg dan uw arts.

Uw arts voert relevante laboratoriumtests uit om te verzekeren dat u beschikt over voldoende niveaus van factor VIII-activiteit. Vooral wanneer u een zware chirurgische ingreep ondergaat, is dit belangrijk.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma niet de verwachte niveaus van activiteit bereikt met ADVATE of als de bloeding niet voldoende onder controle gehouden wordt, kan dat te wijten zijn aan de vorming van factor VIII-remmers. Dit wordt gecontroleerd door uw arts. U heeft misschien een hogere dosis ADVATE of zelfs een ander product nodig om bloedingen onder controle te houden. De totale dosis ADVATE die u gebruikt om uw bloeding onder controle te houden, mag niet worden verhoogd zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hoe wordt ADVATE toegediend

ADVATE wordt doorgaans in een ader (intraveneus) geïnjecteerd door uw arts of verpleegkundige. ADVATE kan ook door uzelf of een andere persoon worden toegediend als een injectie, maar alleen nadat een passende training gegeven is. Gedetailleerde instructies voor zelftoediening vindt u aan het einde van deze bijsluiter.

Gebruik bij kinderen

Voor de behandeling van bloeding verschilt de dosis voor kinderen niet van de dosis voor volwassen patiënten. Voor de preventie van bloeding bij kinderen jonger dan 6 jaar worden doses

van 20 tot 50 IE per kilo lichaamsgewicht 3 tot 4 maal per week aanbevolen. De toediening van ADVATE bij kinderen (intraveneus) wijkt niet af van de toediening bij volwassenen. Een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is wellicht nodig in geval van frequente infusies van factor VIII-producten. Deze verpakkingsgrootte is beschikbaar met 5 ml oplosmiddel en 2 ml oplosmiddel. Voor de verpakking met 2 ml oplosmiddel is echter geen documentatie beschikbaar voor kinderen jonger dan 2 jaar.

Vanwege de daling van het injectievolume van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, is er in geval van overgevoeligheidsreacties tijdens de injectie minder tijd om te reageren. Voorzichtigheid is dan ook geboden bij injectie van ADVATE gereconstitueerd met 2 ml oplosmiddel, vooral bij kinderen.

Hebt u te veel van dit middel gebruikt?

Volg steeds nauwgezet het advies van uw arts bij het gebruik van ADVATE. Raadpleeg bij twijfel uw arts. Als u meer ADVATE injecteert dan aanbevolen, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Ga verder met de volgende injectie zoals gepland en volg het advies van uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Het gebruik van ADVATE mag niet worden stopgezet zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben.

Hebt u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het

nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het

nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het

nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

In geval van hevige, plotselinge allergische reacties (anafylactisch) moet de injectie onmiddellijk worden stopgezet. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als er bij u een van de volgende vroege verschijnselen van allergische reacties (overgevoeligheidsreacties) optreedt:

  • huiduitslag, plaatselijke urticaria, striemen, jeuk over het hele lichaam;
  • opzwellen van lippen en tong;
  • ademhalingsmoeilijkheden, piepende ademhaling, gevoel van beklemming op de borst;
  • algemeen gevoel van onbehagen;
  • duizeligheid en bewustzijnsverlies.

Ernstige verschijnselen zoals ademhalingsmoeilijkheden en (bijna) flauwvallen vereisen onmiddellijk een spoedbehandeling.

Bijwerkingen kunnen optreden volgens bepaalde frequenties die als volgt gedefinieerd zijn:

  • zeer vaak: bij meer dan 1 op 10 personen
  • vaak: bij 1 tot 10 op 100 personen
  • soms: bij 1 tot 10 op 1000 personen
  • zelden: bij 1 tot 10 op 10 000 personen
  • zeer zelden: bij minder dan 1 op 10 000 personen
  • niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald.

Bijwerkingen die vaak optreden

het ontstaan van factor VIII-remmers, hoofdpijn en koorts.

Bijwerkingen die soms optreden

duizeligheid, griep, flauwvallen, abnormale hartslag, rode jeukende bultjes op de huid, borstongemak, blauwe plek op de injectieplaats, injectieplaatsreactie, jeuk, verhoogd zweten, ongewone smaak in de mond, opvliegingen, migraine, geheugenstoornis, koude rillingen, diarree, misselijkheid, braken, kortademigheid, keelpijn, infectie van de lymfvaten, wit worden van de huid, oogontsteking, huiduitslag, overmatig zweten, opzwellen van voeten en benen, verminderd aantal rode bloedcellen, toename van een soort witte bloedcellen (monocyten), en pijn in de bovenbuik of onderborst.

Als gevolg van chirurgische ingrepen

infectie als gevolg van de katheter, verminderde rodebloedcellentelling, opzwellen van ledematen en gewrichten, langdurige bloeding na verwijdering van de uitloop, verlaagd niveau van factor VIII-activiteit en postoperatieve blauwe plekken.

Als gevolg van instrumenten voor veneuze toegang (CVAD)

infectie als gevolg van de katheter, systemische infectie en lokale bloedklonten bij de katheterlocatie.

Bijwerkingen met onbekende frequentie

mogelijk levensbedreigende reacties (anafylaxie) en andere allergische reacties (overgevoeligheid), algemene aandoeningen (moeheid, gebrek aan energie).

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Behalve de vorming van remmers bij niet eerder behandelde pediatrische patiënten, en kathetergerelateerde complicaties, zijn in het klinisch onderzoek geen leeftijdgebonden verschillen in bijwerkingen waargenomen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het

nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag de injectieflacon met poeder gedurende één periode van maximaal 6 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). In dit geval is de uiterste houdbaarheidsdatum het eind van de periode van 6 maanden of de uiterste houdbaarheidsdatum vermeld op de injectieflacon, welke van de twee het eerst verstreken is. Noteer het eind van de bewaarperiode van 6 maanden bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het product. Na bewaring bij kamertemperatuur mag het product niet opnieuw in de koelkast worden bewaard.

De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Dit product is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Alle ongebruikte oplossing dient op de aangewezen manier te worden vernietigd.

Het product onmiddellijk gebruiken zodra het poeder volledig opgelost is.

De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is octocog alfa (humane stollingsfactor VIII, geproduceerd met DNA-recombinatietechniek). Elke injectieflacon met poeder bevat 250 IE octocog alfa.
  • De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, natriumchloride, histidine, trehalose, calciumchloride, trometamol, polysorbaat 80 en glutathion (gereduceerd).

Injectieflacon met oplosmiddel: 5 ml gesteriliseerd water voor injecties

Hoe ziet ADVATE eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

ADVATE is een bros poeder met een witte tot vaalwitte kleur.

Na reconstitutie is de oplossing helder en kleurloos en bevat het geen vreemde deeltjes. Elke verpakking bevat ook een hulpmiddel voor reconstitutie (BAXJECT II).

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Baxter AG,

Industriestrasse 67,

A-1221 Wenen,

Oostenrijk

Fabrikant

Baxter SA,

Boulevard René Branquart 80,

B-7860 Lessines,

België

Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

België/Belgique/Belgien Lietuva
Baxter Belgium SPRL UAB „Baxter Lithuania“
Tél/Tel: +32 2 386 80 00 Tel: +370 5 269 16 90 / +370 5 252 71 00
България Luxembourg/Luxemburg
Бакстер България ЕООД Baxter Belgium SPRL
тел.: +359 2 9808482 Tél/Tel: +32 2 386 80 00
Česká republika Magyarország
BAXTER CZECH spol.s.r.o. Baxter Hungary Kft.
Tel.: +420 225774111 Tel.: +36 1 202 1980
Danmark Malta
Baxter A/S Baxter Healthcare Ltd
Tlf: +45 48 16 64 00 Tel.: +44 1635 206345
Deutschland Nederland
Baxter Deutschland GmbH Baxter B.V.
Tel: +49 89 31 701-0 Tel: +31 30 2488911
Eesti Norge
OÜ Baxter Estonia Baxter AS
Tel.: +372 6 515 120 Tlf: +47 22 58 4800
Ελλάδα Österreich
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Healthcare GmbH
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel.: +43 (0)1 71120 0
España Polska
Baxter S.L. Baxter Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 96 2722800 Tel.: +48 22 4883 777
France Portugal
Baxter SAS Baxter Médico Farmacêutica, Lda.
Tél: +33 1 3461 5050 Tel: +351 21 925 25 00
Hrvatska România
Baxter d.o.o. FARMACEUTICA REMEDIA SA
Tel.: +386 1 420 16 80 Tel.: +40-21-321 16 40
Ireland Slovenija
Baxter Healthcare Ltd Baxter d.o.o.
Tel: +353 1 2065500 Tel.: +386 1 420 16 80
Ísland Slovenská republika
Lyfjaver ehf. Baxter Slovakia s.r.o.
Sími: +354 533 6100 Tel: +421 2 59418455
Italia Suomi/Finland
Baxter S.p.A. Baxter Oy
Tel: +39 06 324911 Puh/Tel: +358 9 8621111
Κύπρος Sverige
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Medical AB
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel: +46 8 6326400
Latvija United Kingdom
SIA BAXTER Latvia Baxter Healthcare Ltd
Tel.: +371 67 784 784 Tel: +44 1635 206345

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Deze bijsluiter is beschikbaar in alle EU/EER-talen op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau.

Instructies voor bereiding en toediening

Een aseptische techniek is vereist tijdens de bereiding van de oplossing en de toediening.

Gebruik voor de bereiding van de oplossing uitsluitend het gesteriliseerde water voor injecties en het hulpmiddel voor reconstitutie die beide bij elke verpakking met ADVATE bijgeleverd zijn. ADVATE mag niet met andere geneesmiddelen of oplosmiddelen worden gemengd.

Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren telkens wanneer ADVATE toegediend wordt.

Instructies voor reconstitutie

  • Niet gebruiken na de vervaldatum die staat vermeld op de etiketten en buitenverpakking.
  • Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont, zoals aangegeven door het volgende symbool: .
  • De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.
  1. Indien het product nog steeds in de koelkast bewaard wordt, neem dan zowel de injectieflacon met ADVATE-poeder als de injectieflacon met oplosmiddel uit de koelkast en laat ze op kamertemperatuur (tussen 15°C en 25°C) komen.
  2. Was uw handen grondig met zeep en warm water.
  3. Verwijder het kapje van de injectieflacon met poeder en de injectieflacon met oplosmiddel.
  4. Reinig de stoppen met de alcoholdoekjes. Plaats de injectieflacons op een vlakke en propere ondergrond.
  5. Verwijder de papieren beschermfolie van de verpakking zonder de binnenzijde aan te raken om de verpakking van de BAXJECT II te openen (Fig. A). Neem de BAXJECT II niet uit de verpakking. Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont.
  6. Draai de verpakking om en druk de doorzichtige plastic spike door de stop van de injectieflacon met oplosmiddel. Houd de rand van de verpakking vast en verwijder de verpakking van de BAXJECT II (Fig. B). Laat het blauwe kapje op de BAXJECT II zitten.
  7. Gebruik voor de reconstitutie uitsluitend het water voor injecties en het hulpmiddel die beide bij het product bijgeleverd zijn. De BAXJECT II is bevestigd op de injectieflacon met oplosmiddel. Draai het systeem om zodat de injectieflacon met oplosmiddel zich bovenaan bevindt. Druk de witte plastic spike door de stop van de injectieflacon met ADVATE. Door het vacuüm wordt het oplosmiddel opgezogen in de injectieflacon met ADVATE (Fig. C).

8. Zwenk voorzichtig de injectieflacon tot alle materiaal opgelost is. Controleer of ADVATE volledig opgelost is. Indien dat niet het geval is, kan niet de volledige gereconstitueerde oplossing de filter van het hulpmiddel passeren. Het product lost snel op (doorgaans na minder dan 1 minuut). Na reconstitutie moet de oplossing helder en kleurloos zijn en mag het geen vreemde deeltjes bevatten.

Fig. a Fig. b Fig. c

Instructies voor injectie

Voor de toediening moet een luerlockspuit worden gebruikt.

Belangrijke opmerking

  • De injectie niet proberen uit te voeren zonder eerst een specifieke training van uw arts of verpleegkundige gekregen te hebben.
  • De bereide oplossing vóór toediening controleren op de aanwezigheid van deeltjes en een mogelijke verkleuring (de oplossing moet helder en kleurloos zijn en mag geen vreemde deeltjes bevatten). ADVATE niet gebruiken indien de oplossing niet helemaal helder is of niet volledig opgelost is.
  1. Verwijder het blauwe kapje van de BAXJECT II. GEEN LUCHT OPZUIGEN IN DE SPUIT. Sluit de spuit aan op de BAXJECT II (Fig. d).
  2. Draai het systeem om (de injectieflacon met gereconstitueerde oplossing moet zich bovenaan bevinden). Trek de zuiger langzaam achteruit om de gereconstitueerde oplossing in de spuit op te zuigen (Fig. E).
  3. Koppel de spuit los van de BAXJECT II.
  4. Bevestig een vleugelnaald op de spuit en injecteer de gereconstitueerde oplossing in een ader. De oplossing moet langzaam worden toegediend met een snelheid van maximaal 10 ml/min die de patiënt als aangenaam ervaart (zie rubriek 4., “Mogelijke bijwerkingen”).
  5. Vernietig alle ongebruikte oplossing op de aangewezen manier.
Fig. d Fig. e

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Behandeling op aanvraag

In geval van volgende type bloedingen mag de factor VIII-activiteit niet dalen tot onder het gegeven niveau van activiteit in plasma (uitgedrukt in% ten opzichte van de normale waarde of in IE/dl) in de overeenkomstige periode. Onderstaande tabel kan dienen als leidraad voor de dosering bij bloedingen en chirurgische ingrepen.

De dosis en de frequentie van toediening moeten per patiënt worden bepaald op basis van de klinische respons. In bepaalde gevallen (zoals de aanwezigheid van een remmer met lage titer) kan de toediening van hogere dan met de formule berekende doses noodzakelijk zijn.

Ernst van de bloeding/Aard Vereist niveau van factor Frequentie van doses (uur)/
van de chirurgische ingreep VIII-activiteit (% of IE/dl) Therapieduur (dagen)
Bloeding    
Beginnende gewrichtsbloeding, 20 – 40 Herhaal de injecties om
spierbloeding of bloeding in de   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
mondholte.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende ten minste 1 dag, tot de
    bloeding stopt (de pijn gestild is) of
    tot genezing van de wond.
Meer uitgebreide 30 – 60 Herhaal de injecties om
gewrichtsbloeding,   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
spierbloeding of hematoom.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende 3 tot 4 dagen of langer,
    tot de pijn gestild is en het acute
    functieverlies verdwenen is.
Levensbedreigende bloedingen. 60 – 100 Herhaal de injecties om
    de 8 tot 24 uur (6 tot 12 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    toestand niet langer
    levensbedreigend is.
Chirurgische ingreep    
Kleine ingrepen 30 – 60 Om de 24 uur (12 tot 24 uur voor
Met inbegrip van tandextracties.   patiënten jonger dan 6 jaar), ten
    minste 1 dag, tot genezing van de
    wond.
Zware ingrepen 80 – 100 Herhaal de injecties om
  (pre- en postoperatief) de 8 tot 24 uur (6 tot 24 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    wond voldoende genezen is. Ga
    vervolgens verder met de therapie
    gedurende ten minste 7 bijkomende
    dagen om de factor VIII-activiteit
    tussen 30% en 60% (IE/dl) te
    houden.

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

ADVATE 500 IE, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Octocog alfa (recombinante humane stollingsfactor VIII)

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.

  • Bewaar deze bijsluiter. Misschien hebt u hem later weer nodig.
  • Hebt u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.
  • Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
  • Krijgt u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met uw arts.Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. Zie rubriek 4.

Inhoud van deze bijsluiter

  1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
  2. Wanneer mag u ADVATE niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
  3. Hoe gebruikt u ADVATE?
  4. Mogelijke bijwerkingen
  5. Hoe bewaart u ADVATE?
  6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

ADVATE bevat octocog alfa als werkzaam bestanddeel, een humane stollingsfactor VIII die geproduceerd is met DNA-recombinatietechniek. Factor VIII is noodzakelijk voor het bloed om klonters te vormen en bloedingen te stoppen. Factor VIII ontbreekt of werkt niet goed bij patiënten met hemofilie A (aangeboren tekort aan factor VIII).

ADVATE wordt gebruikt bij patiënten met hemofilie A voor de preventie of behandeling van spontane bloedingen of bloedingen als gevolg van een chirurgische ingreep.

ADVATE wordt bereid zonder de toevoeging van proteïnen, afgeleid van mensen of dieren, in het celcultuurproces, de zuivering of de eindformulatie.

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is octocog alfa (humane stollingsfactor VIII, geproduceerd met DNA-recombinatietechniek). Elke injectieflacon met poeder bevat 500 IE octocog alfa.
  • De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, natriumchloride, histidine, trehalose, calciumchloride, trometamol, polysorbaat 80 en glutathion (gereduceerd).

Injectieflacon met oplosmiddel: 5 ml gesteriliseerd water voor injecties

Hoe ziet ADVATE eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

ADVATE is een bros poeder met een witte tot vaalwitte kleur.

Na reconstitutie is de oplossing helder en kleurloos en bevat het geen vreemde deeltjes. Elke verpakking bevat ook een hulpmiddel voor reconstitutie (BAXJECT II).

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Baxter AG,

Industriestrasse 67,

A-1221 Wenen,

Oostenrijk

Fabrikant

Baxter SA,

Boulevard René Branquart 80,

B-7860 Lessines,

België

Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

België/Belgique/Belgien Lietuva
Baxter Belgium SPRL UAB „Baxter Lithuania“
Tél/Tel: +32 2 386 80 00 Tel: +370 5 269 16 90 / +370 5 252 71 00
България Luxembourg/Luxemburg
Бакстер България ЕООД Baxter Belgium SPRL
тел.: +359 2 9808482 Tél/Tel: +32 2 386 80 00
Česká republika Magyarország
BAXTER CZECH spol.s.r.o. Baxter Hungary Kft.
Tel.: +420 225774111 Tel.: +36 1 202 1980
Danmark Malta
Baxter A/S Baxter Healthcare Ltd
Tlf: +45 48 16 64 00 Tel.: +44 1635 206345
Deutschland Nederland
Baxter Deutschland GmbH Baxter B.V.
Tel: +49 89 31 701-0 Tel: +31 30 2488911
Eesti Norge
OÜ Baxter Estonia Baxter AS
Tel.: +372 6 515 120 Tlf: +47 22 58 4800
Ελλάδα Österreich
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Healthcare GmbH
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel.: +43 (0)1 71120 0
España Polska
Baxter S.L. Baxter Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 96 2722800 Tel.: +48 22 4883 777
France Portugal
Baxter SAS Baxter Médico Farmacêutica, Lda.
Tél: +33 1 3461 5050 Tel: +351 21 925 25 00
Hrvatska România
Baxter d.o.o. FARMACEUTICA REMEDIA SA
Tel.: +386 1 420 16 80 Tel.: +40-21-321 16 40
Ireland Slovenija
Baxter Healthcare Ltd Baxter d.o.o.
Tel: +353 1 2065500 Tel.: +386 1 420 16 80
Ísland Slovenská republika
Lyfjaver ehf. Baxter Slovakia s.r.o.
Sími: +354 533 6100 Tel: +421 2 59418455
Italia Suomi/Finland
Baxter S.p.A. Baxter Oy
Tel: +39 06 324911 Puh/Tel: +358 9 8621111
Κύπρος Sverige
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Medical AB
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel: +46 8 6326400
Latvija United Kingdom
SIA BAXTER Latvia Baxter Healthcare Ltd
Tel.: +371 67 784 784 Tel: +44 1635 206345

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Deze bijsluiter is beschikbaar in alle EU/EER-talen op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau.

Instructies voor bereiding en toediening

Een aseptische techniek is vereist tijdens de bereiding van de oplossing en de toediening.

Gebruik voor de bereiding van de oplossing uitsluitend het gesteriliseerde water voor injecties en het hulpmiddel voor reconstitutie die beide bij elke verpakking met ADVATE bijgeleverd zijn. ADVATE mag niet met andere geneesmiddelen of oplosmiddelen worden gemengd.

Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren telkens wanneer ADVATE toegediend wordt.

Instructies voor reconstitutie

  • Niet gebruiken na de vervaldatum die staat vermeld op de etiketten en buitenverpakking.
  • Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont, zoals aangegeven door het volgende symbool: .
  • De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.
  1. Indien het product nog steeds in de koelkast bewaard wordt, neem dan zowel de injectieflacon met ADVATE-poeder als de injectieflacon met oplosmiddel uit de koelkast en laat ze op kamertemperatuur (tussen 15°C en 25°C) komen.
  2. Was uw handen grondig met zeep en warm water.
  3. Verwijder het kapje van de injectieflacon met poeder en de injectieflacon met oplosmiddel.
  4. Reinig de stoppen met de alcoholdoekjes. Plaats de injectieflacons op een vlakke en propere ondergrond.
  5. Verwijder de papieren beschermfolie van de verpakking zonder de binnenzijde aan te raken om de verpakking van de BAXJECT II te openen (Fig. A). Neem de BAXJECT II niet uit de verpakking. Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont.
  6. Draai de verpakking om en druk de doorzichtige plastic spike door de stop van de injectieflacon met oplosmiddel. Houd de rand van de verpakking vast en verwijder de verpakking van de BAXJECT II (Fig. B). Laat het blauwe kapje op de BAXJECT II zitten.
  7. Gebruik voor de reconstitutie uitsluitend het water voor injecties en het hulpmiddel die beide bij het product bijgeleverd zijn. De BAXJECT II is bevestigd op de injectieflacon met oplosmiddel. Draai het systeem om zodat de injectieflacon met oplosmiddel zich bovenaan bevindt. Druk de witte plastic spike door de stop van de injectieflacon met ADVATE. Door het vacuüm wordt het oplosmiddel opgezogen in de injectieflacon met ADVATE (Fig. C).

8. Zwenk voorzichtig de injectieflacon tot alle materiaal opgelost is. Controleer of ADVATE volledig opgelost is. Indien dat niet het geval is, kan niet de volledige gereconstitueerde oplossing de filter van het hulpmiddel passeren. Het product lost snel op (doorgaans na minder dan 1 minuut). Na reconstitutie moet de oplossing helder en kleurloos zijn en mag het geen vreemde deeltjes bevatten.

Fig. a Fig. b Fig. c

Instructies voor injectie

Voor de toediening moet een luerlockspuit worden gebruikt.

Belangrijke opmerking

  • De injectie niet proberen uit te voeren zonder eerst een specifieke training van uw arts of verpleegkundige gekregen te hebben.
  • De bereide oplossing vóór toediening controleren op de aanwezigheid van deeltjes en een mogelijke verkleuring (de oplossing moet helder en kleurloos zijn en mag geen vreemde deeltjes bevatten). ADVATE niet gebruiken indien de oplossing niet helemaal helder is of niet volledig opgelost is.
  1. Verwijder het blauwe kapje van de BAXJECT II. GEEN LUCHT OPZUIGEN IN DE SPUIT. Sluit de spuit aan op de BAXJECT II (Fig. d).
  2. Draai het systeem om (de injectieflacon met gereconstitueerde oplossing moet zich bovenaan bevinden). Trek de zuiger langzaam achteruit om de gereconstitueerde oplossing in de spuit op te zuigen (Fig. E).
  3. Koppel de spuit los van de BAXJECT II.
  4. Bevestig een vleugelnaald op de spuit en injecteer de gereconstitueerde oplossing in een ader. De oplossing moet langzaam worden toegediend met een snelheid van maximaal 10 ml/min die de patiënt als aangenaam ervaart (zie rubriek 4., “Mogelijke bijwerkingen”).
  5. Vernietig alle ongebruikte oplossing op de aangewezen manier.
Fig. d Fig. e

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Behandeling op aanvraag

In geval van volgende type bloedingen mag de factor VIII-activiteit niet dalen tot onder het gegeven niveau van activiteit in plasma (uitgedrukt in% ten opzichte van de normale waarde of in IE/dl) in de overeenkomstige periode. Onderstaande tabel kan dienen als leidraad voor de dosering bij bloedingen en chirurgische ingrepen.

De dosis en de frequentie van toediening moeten per patiënt worden bepaald op basis van de klinische respons. In bepaalde gevallen (zoals de aanwezigheid van een remmer met lage titer) kan de toediening van hogere dan met de formule berekende doses noodzakelijk zijn.

Ernst van de bloeding/Aard Vereist niveau van factor Frequentie van doses (uur)/
van de chirurgische ingreep VIII-activiteit (% of IE/dl) Therapieduur (dagen)
Bloeding    
Beginnende gewrichtsbloeding, 20 – 40 Herhaal de injecties om
spierbloeding of bloeding in de   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
mondholte.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende ten minste 1 dag, tot de
    bloeding stopt (de pijn gestild is) of
    tot genezing van de wond.
Meer uitgebreide 30 – 60 Herhaal de injecties om
gewrichtsbloeding,   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
spierbloeding of hematoom.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende 3 tot 4 dagen of langer,
    tot de pijn gestild is en het acute
    functieverlies verdwenen is.
Levensbedreigende bloedingen. 60 – 100 Herhaal de injecties om
    de 8 tot 24 uur (6 tot 12 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    toestand niet langer
    levensbedreigend is.
Chirurgische ingreep    
Kleine ingrepen 30 – 60 Om de 24 uur (12 tot 24 uur voor
Met inbegrip van tandextracties.   patiënten jonger dan 6 jaar), ten
    minste 1 dag, tot genezing van de
    wond.
Zware ingrepen 80 – 100 Herhaal de injecties om
  (pre- en postoperatief) de 8 tot 24 uur (6 tot 24 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    wond voldoende genezen is. Ga
    vervolgens verder met de therapie
    gedurende ten minste 7 bijkomende
    dagen om de factor VIII-activiteit
    tussen 30% en 60% (IE/dl) te
    houden.

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

ADVATE 1000 IE, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Octocog alfa (recombinante humane stollingsfactor VIII)

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.

  • Bewaar deze bijsluiter. Misschien hebt u hem later weer nodig.
  • Hebt u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.
  • Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
  • Krijgt u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met uw arts.Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. Zie rubriek 4.

Inhoud van deze bijsluiter

  1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
  2. Wanneer mag u ADVATE niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
  3. Hoe gebruikt u ADVATE?
  4. Mogelijke bijwerkingen
  5. Hoe bewaart u ADVATE?
  6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

ADVATE bevat octocog alfa als werkzaam bestanddeel, een humane stollingsfactor VIII die geproduceerd is met DNA-recombinatietechniek. Factor VIII is noodzakelijk voor het bloed om klonters te vormen en bloedingen te stoppen. Factor VIII ontbreekt of werkt niet goed bij patiënten met hemofilie A (aangeboren tekort aan factor VIII).

ADVATE wordt gebruikt bij patiënten met hemofilie A voor de preventie of behandeling van spontane bloedingen of bloedingen als gevolg van een chirurgische ingreep.

ADVATE wordt bereid zonder de toevoeging van proteïnen, afgeleid van mensen of dieren, in het celcultuurproces, de zuivering of de eindformulatie.

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is octocog alfa (humane stollingsfactor VIII, geproduceerd met DNA-recombinatietechniek). Elke injectieflacon met poeder bevat 1000 IE octocog alfa.
  • De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, natriumchloride, histidine, trehalose, calciumchloride, trometamol, polysorbaat 80 en glutathion (gereduceerd).

Injectieflacon met oplosmiddel: 5 ml gesteriliseerd water voor injecties

Hoe ziet ADVATE eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

ADVATE is een bros poeder met een witte tot vaalwitte kleur.

Na reconstitutie is de oplossing helder en kleurloos en bevat het geen vreemde deeltjes. Elke verpakking bevat ook een hulpmiddel voor reconstitutie (BAXJECT II).

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Baxter AG,

Industriestrasse 67,

A-1221 Wenen,

Oostenrijk

Fabrikant

Baxter SA,

Boulevard René Branquart 80,

B-7860 Lessines,

België

Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

België/Belgique/Belgien Lietuva
Baxter Belgium SPRL UAB „Baxter Lithuania“
Tél/Tel: +32 2 386 80 00 Tel: +370 5 269 16 90 / +370 5 252 71 00
България Luxembourg/Luxemburg
Бакстер България ЕООД Baxter Belgium SPRL
тел.: +359 2 9808482 Tél/Tel: +32 2 386 80 00
Česká republika Magyarország
BAXTER CZECH spol.s.r.o. Baxter Hungary Kft.
Tel.: +420 225774111 Tel.: +36 1 202 1980
Danmark Malta
Baxter A/S Baxter Healthcare Ltd
Tlf: +45 48 16 64 00 Tel.: +44 1635 206345
Deutschland Nederland
Baxter Deutschland GmbH Baxter B.V.
Tel: +49 89 31 701-0 Tel: +31 30 2488911
Eesti Norge
OÜ Baxter Estonia Baxter AS
Tel.: +372 6 515 120 Tlf: +47 22 58 4800
Ελλάδα Österreich
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Healthcare GmbH
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel.: +43 (0)1 71120 0
España Polska
Baxter S.L. Baxter Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 96 2722800 Tel.: +48 22 4883 777
France Portugal
Baxter SAS Baxter Médico Farmacêutica, Lda.
Tél: +33 1 3461 5050 Tel: +351 21 925 25 00
Hrvatska România
Baxter d.o.o. FARMACEUTICA REMEDIA SA
Tel.: +386 1 420 16 80 Tel.: +40-21-321 16 40
Ireland Slovenija
Baxter Healthcare Ltd Baxter d.o.o.
Tel: +353 1 2065500 Tel.: +386 1 420 16 80
Ísland Slovenská republika
Lyfjaver ehf. Baxter Slovakia s.r.o.
Sími: +354 533 6100 Tel: +421 2 59418455
Italia Suomi/Finland
Baxter S.p.A. Baxter Oy
Tel: +39 06 324911 Puh/Tel: +358 9 8621111
Κύπρος Sverige
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Medical AB
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel: +46 8 6326400
Latvija United Kingdom
SIA BAXTER Latvia Baxter Healthcare Ltd
Tel.: +371 67 784 784 Tel: +44 1635 206345

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Deze bijsluiter is beschikbaar in alle EU/EER-talen op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau.

Instructies voor bereiding en toediening

Een aseptische techniek is vereist tijdens de bereiding van de oplossing en de toediening.

Gebruik voor de bereiding van de oplossing uitsluitend het gesteriliseerde water voor injecties en het hulpmiddel voor reconstitutie die beide bij elke verpakking met ADVATE bijgeleverd zijn. ADVATE mag niet met andere geneesmiddelen of oplosmiddelen worden gemengd.

Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren telkens wanneer ADVATE toegediend wordt.

Instructies voor reconstitutie

  • Niet gebruiken na de vervaldatum die staat vermeld op de etiketten en buitenverpakking.
  • Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont, zoals aangegeven door het volgende symbool: .
  • De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.
  1. Indien het product nog steeds in de koelkast bewaard wordt, neem dan zowel de injectieflacon met ADVATE-poeder als de injectieflacon met oplosmiddel uit de koelkast en laat ze op kamertemperatuur (tussen 15°C en 25°C) komen.
  2. Was uw handen grondig met zeep en warm water.
  3. Verwijder het kapje van de injectieflacon met poeder en de injectieflacon met oplosmiddel.
  4. Reinig de stoppen met de alcoholdoekjes. Plaats de injectieflacons op een vlakke en propere ondergrond.
  5. Verwijder de papieren beschermfolie van de verpakking zonder de binnenzijde aan te raken om de verpakking van de BAXJECT II te openen (Fig. A). Neem de BAXJECT II niet uit de verpakking. Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont.
  6. Draai de verpakking om en druk de doorzichtige plastic spike door de stop van de injectieflacon met oplosmiddel. Houd de rand van de verpakking vast en verwijder de verpakking van de BAXJECT II (Fig. B). Laat het blauwe kapje op de BAXJECT II zitten.
  7. Gebruik voor de reconstitutie uitsluitend het water voor injecties en het hulpmiddel die beide bij het product bijgeleverd zijn. De BAXJECT II is bevestigd op de injectieflacon met oplosmiddel. Draai het systeem om zodat de injectieflacon met oplosmiddel zich bovenaan bevindt. Druk de witte plastic spike door de stop van de injectieflacon met ADVATE. Door het vacuüm wordt het oplosmiddel opgezogen in de injectieflacon met ADVATE (Fig. C).

8. Zwenk voorzichtig de injectieflacon tot alle materiaal opgelost is. Controleer of ADVATE volledig opgelost is. Indien dat niet het geval is, kan niet de volledige gereconstitueerde oplossing de filter van het hulpmiddel passeren. Het product lost snel op (doorgaans na minder dan 1 minuut). Na reconstitutie moet de oplossing helder en kleurloos zijn en mag het geen vreemde deeltjes bevatten.

Fig. a Fig. b Fig. c

Instructies voor injectie

Voor de toediening moet een luerlockspuit worden gebruikt.

Belangrijke opmerking

  • De injectie niet proberen uit te voeren zonder eerst een specifieke training van uw arts of verpleegkundige gekregen te hebben.
  • De bereide oplossing vóór toediening controleren op de aanwezigheid van deeltjes en een mogelijke verkleuring (de oplossing moet helder en kleurloos zijn en mag geen vreemde deeltjes bevatten). ADVATE niet gebruiken indien de oplossing niet helemaal helder is of niet volledig opgelost is.
  1. Verwijder het blauwe kapje van de BAXJECT II. GEEN LUCHT OPZUIGEN IN DE SPUIT. Sluit de spuit aan op de BAXJECT II (Fig. d).
  2. Draai het systeem om (de injectieflacon met gereconstitueerde oplossing moet zich bovenaan bevinden). Trek de zuiger langzaam achteruit om de gereconstitueerde oplossing in de spuit op te zuigen (Fig. E).
  3. Koppel de spuit los van de BAXJECT II.
  4. Bevestig een vleugelnaald op de spuit en injecteer de gereconstitueerde oplossing in een ader. De oplossing moet langzaam worden toegediend met een snelheid van maximaal 10 ml/min die de patiënt als aangenaam ervaart (zie rubriek 4., “Mogelijke bijwerkingen”).
  5. Vernietig alle ongebruikte oplossing op de aangewezen manier.
Fig. d Fig. e

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Behandeling op aanvraag

In geval van volgende type bloedingen mag de factor VIII-activiteit niet dalen tot onder het gegeven niveau van activiteit in plasma (uitgedrukt in% ten opzichte van de normale waarde of in IE/dl) in de overeenkomstige periode. Onderstaande tabel kan dienen als leidraad voor de dosering bij bloedingen en chirurgische ingrepen.

De dosis en de frequentie van toediening moeten per patiënt worden bepaald op basis van de klinische respons. In bepaalde gevallen (zoals de aanwezigheid van een remmer met lage titer) kan de toediening van hogere dan met de formule berekende doses noodzakelijk zijn.

Ernst van de bloeding/Aard Vereist niveau van factor Frequentie van doses (uur)/
van de chirurgische ingreep VIII-activiteit (% of IE/dl) Therapieduur (dagen)
Bloeding    
Beginnende gewrichtsbloeding, 20 – 40 Herhaal de injecties om
spierbloeding of bloeding in de   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
mondholte.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende ten minste 1 dag, tot de
    bloeding stopt (de pijn gestild is) of
    tot genezing van de wond.
Meer uitgebreide 30 – 60 Herhaal de injecties om
gewrichtsbloeding,   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
spierbloeding of hematoom.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende 3 tot 4 dagen of langer,
    tot de pijn gestild is en het acute
    functieverlies verdwenen is.
Levensbedreigende bloedingen. 60 – 100 Herhaal de injecties om
    de 8 tot 24 uur (6 tot 12 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    toestand niet langer
    levensbedreigend is.
Chirurgische ingreep    
Kleine ingrepen 30 – 60 Om de 24 uur (12 tot 24 uur voor
Met inbegrip van tandextracties.   patiënten jonger dan 6 jaar), ten
    minste 1 dag, tot genezing van de
    wond.
Zware ingrepen 80 – 100 Herhaal de injecties om
  (pre- en postoperatief) de 8 tot 24 uur (6 tot 24 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    wond voldoende genezen is. Ga
    vervolgens verder met de therapie
    gedurende ten minste 7 bijkomende
    dagen om de factor VIII-activiteit
    tussen 30% en 60% (IE/dl) te
    houden.

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

ADVATE 1500 IE, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Octocog alfa (recombinante humane stollingsfactor VIII)

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.

  • Bewaar deze bijsluiter. Misschien hebt u hem later weer nodig.
  • Hebt u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.
  • Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
  • Krijgt u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met uw arts.Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. Zie rubriek 4.

Inhoud van deze bijsluiter

  1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
  2. Wanneer mag u ADVATE niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
  3. Hoe gebruikt u ADVATE?
  4. Mogelijke bijwerkingen
  5. Hoe bewaart u ADVATE?
  6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

ADVATE bevat octocog alfa als werkzaam bestanddeel, een humane stollingsfactor VIII die geproduceerd is met DNA-recombinatietechniek. Factor VIII is noodzakelijk voor het bloed om klonters te vormen en bloedingen te stoppen. Factor VIII ontbreekt of werkt niet goed bij patiënten met hemofilie A (aangeboren tekort aan factor VIII).

ADVATE wordt gebruikt bij patiënten met hemofilie A voor de preventie of behandeling van spontane bloedingen of bloedingen als gevolg van een chirurgische ingreep.

ADVATE wordt bereid zonder de toevoeging van proteïnen, afgeleid van mensen of dieren, in het celcultuurproces, de zuivering of de eindformulatie.

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is octocog alfa (humane stollingsfactor VIII, geproduceerd met DNA-recombinatietechniek). Elke injectieflacon met poeder bevat 1500 IE octocog alfa.
  • De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, natriumchloride, histidine, trehalose, calciumchloride, trometamol, polysorbaat 80 en glutathion (gereduceerd).

Injectieflacon met oplosmiddel: 5 ml gesteriliseerd water voor injecties

Hoe ziet ADVATE eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

ADVATE is een bros poeder met een witte tot vaalwitte kleur.

Na reconstitutie is de oplossing helder en kleurloos en bevat het geen vreemde deeltjes. Elke verpakking bevat ook een hulpmiddel voor reconstitutie (BAXJECT II).

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Baxter AG,

Industriestrasse 67,

A-1221 Wenen,

Oostenrijk

Fabrikant

Baxter SA,

Boulevard René Branquart 80,

B-7860 Lessines,

België

Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

België/Belgique/Belgien Lietuva
Baxter Belgium SPRL UAB „Baxter Lithuania“
Tél/Tel: +32 2 386 80 00 Tel: +370 5 269 16 90 / +370 5 252 71 00
България Luxembourg/Luxemburg
Бакстер България ЕООД Baxter Belgium SPRL
тел.: +359 2 9808482 Tél/Tel: +32 2 386 80 00
Česká republika Magyarország
BAXTER CZECH spol.s.r.o. Baxter Hungary Kft.
Tel.: +420 225774111 Tel.: +36 1 202 1980
Danmark Malta
Baxter A/S Baxter Healthcare Ltd
Tlf: +45 48 16 64 00 Tel.: +44 1635 206345
Deutschland Nederland
Baxter Deutschland GmbH Baxter B.V.
Tel: +49 89 31 701-0 Tel: +31 30 2488911
Eesti Norge
OÜ Baxter Estonia Baxter AS
Tel.: +372 6 515 120 Tlf: +47 22 58 4800
Ελλάδα Österreich
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Healthcare GmbH
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel.: +43 (0)1 71120 0
España Polska
Baxter S.L. Baxter Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 96 2722800 Tel.: +48 22 4883 777
France Portugal
Baxter SAS Baxter Médico Farmacêutica, Lda.
Tél: +33 1 3461 5050 Tel: +351 21 925 25 00
Hrvatska România
Baxter d.o.o. FARMACEUTICA REMEDIA SA
Tel.: +386 1 420 16 80 Tel.: +40-21-321 16 40
Ireland Slovenija
Baxter Healthcare Ltd Baxter d.o.o.
Tel: +353 1 2065500 Tel.: +386 1 420 16 80
Ísland Slovenská republika
Lyfjaver ehf. Baxter Slovakia s.r.o.
Sími: +354 533 6100 Tel: +421 2 59418455
Italia Suomi/Finland
Baxter S.p.A. Baxter Oy
Tel: +39 06 324911 Puh/Tel: +358 9 8621111
Κύπρος Sverige
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Medical AB
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel: +46 8 6326400
Latvija United Kingdom
SIA BAXTER Latvia Baxter Healthcare Ltd
Tel.: +371 67 784 784 Tel: +44 1635 206345

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Deze bijsluiter is beschikbaar in alle EU/EER-talen op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau.

Instructies voor bereiding en toediening

Een aseptische techniek is vereist tijdens de bereiding van de oplossing en de toediening.

Gebruik voor de bereiding van de oplossing uitsluitend het gesteriliseerde water voor injecties en het hulpmiddel voor reconstitutie die beide bij elke verpakking met ADVATE bijgeleverd zijn. ADVATE mag niet met andere geneesmiddelen of oplosmiddelen worden gemengd.

Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren telkens wanneer ADVATE toegediend wordt.

Instructies voor reconstitutie

  • Niet gebruiken na de vervaldatum die staat vermeld op de etiketten en buitenverpakking.
  • Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont, zoals aangegeven door het volgende symbool: .
  • De oplossing niet in de koelkast bewaren na bereiding.
  1. Indien het product nog steeds in de koelkast bewaard wordt, neem dan zowel de injectieflacon met ADVATE-poeder als de injectieflacon met oplosmiddel uit de koelkast en laat ze op kamertemperatuur (tussen 15°C en 25°C) komen.
  2. Was uw handen grondig met zeep en warm water.
  3. Verwijder het kapje van de injectieflacon met poeder en de injectieflacon met oplosmiddel.
  4. Reinig de stoppen met de alcoholdoekjes. Plaats de injectieflacons op een vlakke en propere ondergrond.
  5. Verwijder de papieren beschermfolie van de verpakking zonder de binnenzijde aan te raken om de verpakking van de BAXJECT II te openen (Fig. A). Neem de BAXJECT II niet uit de verpakking. Niet gebruiken indien de BAXJECT II, de steriele barrière of de verpakking beschadigd is of tekenen van beschadiging vertoont.
  6. Draai de verpakking om en druk de doorzichtige plastic spike door de stop van de injectieflacon met oplosmiddel. Houd de rand van de verpakking vast en verwijder de verpakking van de BAXJECT II (Fig. B). Laat het blauwe kapje op de BAXJECT II zitten.
  7. Gebruik voor de reconstitutie uitsluitend het water voor injecties en het hulpmiddel die beide bij het product bijgeleverd zijn. De BAXJECT II is bevestigd op de injectieflacon met oplosmiddel. Draai het systeem om zodat de injectieflacon met oplosmiddel zich bovenaan bevindt. Druk de witte plastic spike door de stop van de injectieflacon met ADVATE. Door het vacuüm wordt het oplosmiddel opgezogen in de injectieflacon met ADVATE (Fig. C).

8. Zwenk voorzichtig de injectieflacon tot alle materiaal opgelost is. Controleer of ADVATE volledig opgelost is. Indien dat niet het geval is, kan niet de volledige gereconstitueerde oplossing de filter van het hulpmiddel passeren. Het product lost snel op (doorgaans na minder dan 1 minuut). Na reconstitutie moet de oplossing helder en kleurloos zijn en mag het geen vreemde deeltjes bevatten.

Fig. a Fig. b Fig. c

Instructies voor injectie

Voor de toediening moet een luerlockspuit worden gebruikt.

Belangrijke opmerking

  • De injectie niet proberen uit te voeren zonder eerst een specifieke training van uw arts of verpleegkundige gekregen te hebben.
  • De bereide oplossing vóór toediening controleren op de aanwezigheid van deeltjes en een mogelijke verkleuring (de oplossing moet helder en kleurloos zijn en mag geen vreemde deeltjes bevatten). ADVATE niet gebruiken indien de oplossing niet helemaal helder is of niet volledig opgelost is.
  1. Verwijder het blauwe kapje van de BAXJECT II. GEEN LUCHT OPZUIGEN IN DE SPUIT. Sluit de spuit aan op de BAXJECT II (Fig. d).
  2. Draai het systeem om (de injectieflacon met gereconstitueerde oplossing moet zich bovenaan bevinden). Trek de zuiger langzaam achteruit om de gereconstitueerde oplossing in de spuit op te zuigen (Fig. E).
  3. Koppel de spuit los van de BAXJECT II.
  4. Bevestig een vleugelnaald op de spuit en injecteer de gereconstitueerde oplossing in een ader. De oplossing moet langzaam worden toegediend met een snelheid van maximaal 10 ml/min die de patiënt als aangenaam ervaart (zie rubriek 4., “Mogelijke bijwerkingen”).
  5. Vernietig alle ongebruikte oplossing op de aangewezen manier.
Fig. d Fig. e

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Behandeling op aanvraag

In geval van volgende type bloedingen mag de factor VIII-activiteit niet dalen tot onder het gegeven niveau van activiteit in plasma (uitgedrukt in% ten opzichte van de normale waarde of in IE/dl) in de overeenkomstige periode. Onderstaande tabel kan dienen als leidraad voor de dosering bij bloedingen en chirurgische ingrepen.

De dosis en de frequentie van toediening moeten per patiënt worden bepaald op basis van de klinische respons. In bepaalde gevallen (zoals de aanwezigheid van een remmer met lage titer) kan de toediening van hogere dan met de formule berekende doses noodzakelijk zijn.

Ernst van de bloeding/Aard Vereist niveau van factor Frequentie van doses (uur)/
van de chirurgische ingreep VIII-activiteit (% of IE/dl) Therapieduur (dagen)
Bloeding    
Beginnende gewrichtsbloeding, 20 – 40 Herhaal de injecties om
spierbloeding of bloeding in de   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
mondholte.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende ten minste 1 dag, tot de
    bloeding stopt (de pijn gestild is) of
    tot genezing van de wond.
Meer uitgebreide 30 – 60 Herhaal de injecties om
gewrichtsbloeding,   de 12 tot 24 uur (8 tot 24 uur voor
spierbloeding of hematoom.   patiënten jonger dan 6 jaar)
    gedurende 3 tot 4 dagen of langer,
    tot de pijn gestild is en het acute
    functieverlies verdwenen is.
Levensbedreigende bloedingen. 60 – 100 Herhaal de injecties om
    de 8 tot 24 uur (6 tot 12 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    toestand niet langer
    levensbedreigend is.
Chirurgische ingreep    
Kleine ingrepen 30 – 60 Om de 24 uur (12 tot 24 uur voor
Met inbegrip van tandextracties.   patiënten jonger dan 6 jaar), ten
    minste 1 dag, tot genezing van de
    wond.
Zware ingrepen 80 – 100 Herhaal de injecties om
  (pre- en postoperatief) de 8 tot 24 uur (6 tot 24 uur voor
    patiënten jonger dan 6 jaar) tot de
    wond voldoende genezen is. Ga
    vervolgens verder met de therapie
    gedurende ten minste 7 bijkomende
    dagen om de factor VIII-activiteit
    tussen 30% en 60% (IE/dl) te
    houden.

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

ADVATE 2000 IE, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Octocog alfa (recombinante humane stollingsfactor VIII)

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.

  • Bewaar deze bijsluiter. Misschien hebt u hem later weer nodig.
  • Hebt u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.
  • Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
  • Krijgt u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met uw arts.Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. Zie rubriek 4.

Inhoud van deze bijsluiter

  1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
  2. Wanneer mag u ADVATE niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
  3. Hoe gebruikt u ADVATE?
  4. Mogelijke bijwerkingen
  5. Hoe bewaart u ADVATE?
  6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

1. Wat is ADVATE en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

ADVATE bevat octocog alfa als werkzaam bestanddeel, een humane stollingsfactor VIII die geproduceerd is met DNA-recombinatietechniek. Factor VIII is noodzakelijk voor het bloed om klonters te vormen en bloedingen te stoppen. Factor VIII ontbreekt of werkt niet goed bij patiënten met hemofilie A (aangeboren tekort aan factor VIII).

ADVATE wordt gebruikt bij patiënten met hemofilie A voor de preventie of behandeling van spontane bloedingen of bloedingen als gevolg van een chirurgische ingreep.

ADVATE wordt bereid zonder de toevoeging van proteïnen, afgeleid van mensen of dieren, in het celcultuurproces, de zuivering of de eindformulatie.

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is octocog alfa (humane stollingsfactor VIII, geproduceerd met DNA-recombinatietechniek). Elke injectieflacon met poeder bevat 2000 IE octocog alfa.
  • De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, natriumchloride, histidine, trehalose, calciumchloride, trometamol, polysorbaat 80 en glutathion (gereduceerd).

Injectieflacon met oplosmiddel: 5 ml gesteriliseerd water voor injecties

Hoe ziet ADVATE eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

ADVATE is een bros poeder met een witte tot vaalwitte kleur.

Na reconstitutie is de oplossing helder en kleurloos en bevat het geen vreemde deeltjes. Elke verpakking bevat ook een hulpmiddel voor reconstitutie (BAXJECT II).

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Baxter AG,

Industriestrasse 67,

A-1221 Wenen,

Oostenrijk

Fabrikant

Baxter SA,

Boulevard René Branquart 80,

B-7860 Lessines,

België

Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

België/Belgique/Belgien Lietuva
Baxter Belgium SPRL UAB „Baxter Lithuania“
Tél/Tel: +32 2 386 80 00 Tel: +370 5 269 16 90 / +370 5 252 71 00
България Luxembourg/Luxemburg
Бакстер България ЕООД Baxter Belgium SPRL
тел.: +359 2 9808482 Tél/Tel: +32 2 386 80 00
Česká republika Magyarország
BAXTER CZECH spol.s.r.o. Baxter Hungary Kft.
Tel.: +420 225774111 Tel.: +36 1 202 1980
Danmark Malta
Baxter A/S Baxter Healthcare Ltd
Tlf: +45 48 16 64 00 Tel.: +44 1635 206345
Deutschland Nederland
Baxter Deutschland GmbH Baxter B.V.
Tel: +49 89 31 701-0 Tel: +31 30 2488911
Eesti Norge
OÜ Baxter Estonia Baxter AS
Tel.: +372 6 515 120 Tlf: +47 22 58 4800
Ελλάδα Österreich
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Healthcare GmbH
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel.: +43 (0)1 71120 0
España Polska
Baxter S.L. Baxter Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 96 2722800 Tel.: +48 22 4883 777
France Portugal
Baxter SAS Baxter Médico Farmacêutica, Lda.
Tél: +33 1 3461 5050 Tel: +351 21 925 25 00
Hrvatska România
Baxter d.o.o. FARMACEUTICA REMEDIA SA
Tel.: +386 1 420 16 80 Tel.: +40-21-321 16 40
Ireland Slovenija
Baxter Healthcare Ltd Baxter d.o.o.
Tel: +353 1 2065500 Tel.: +386 1 420 16 80
Ísland Slovenská republika
Lyfjaver ehf. Baxter Slovakia s.r.o.
Sími: +354 533 6100 Tel: +421 2 59418455
Italia Suomi/Finland
Baxter S.p.A. Baxter Oy
Tel: +39 06 324911 Puh/Tel: +358 9 8621111
Κύπρος Sverige
Baxter (Hellas) Ε.Π.Ε. Baxter Medical AB
Τηλ.: +30-210-28 80 000 Tel: +46 8 6326400
Latvija United Kingdom
SIA BAXTER Latvia Baxter Healthcare Ltd
Tel.: +371 67 784 784 Tel: +44 1635 206345

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Deze bijsluiter is beschikbaar in alle EU/EER-talen op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau.

Instructies voor bereiding en toediening

Een aseptische techniek is vereist tijdens de bereiding van de oplossing en de toediening.

Gebruik voor de bereiding van de oplossing uitsluitend het gesteriliseerde water voor injecties en het hulpmiddel voor reconstitutie die beide bij elke verpakking met ADVATE bijgeleverd zijn. ADVATE mag niet met andere geneesmiddelen of oplosmiddelen worden gemengd.

Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren telkens wanneer ADVATE toegediend wordt.

Instructies voor reconstitutie

  • Niet gebruiken na de vervaldatum die staat vermeld op de etiketten en buitenverpakking.

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK