Auteur: Ranbaxy UK


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Hoe werkt dit middel?

Citalopram is een Selectieve Serotonine Heropname Remmer (SSRI) en behoort tot een groep geneesmiddelen die bekend staat als antidepressiva. Deze geneesmiddelen helpen om bepaalde chemische onevenwichtigheden in de hersenen die de symptomen van uw ziekte veroorzaken te corrigeren.

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Citalopram Ranbaxy bevat citalopram en wordt gebruikt voor de behandeling van depressie en, wanneer u zich beter voelt, om te helpen voorkomen dat deze symptomen terugkeren. Citalopram Ranbaxy wordt ook gebruikt voor langdurige behandeling om het optreden van nieuwe perioden van depressie te voorkomen als u terugkerende depressie heeft.

Citalopram wordt ook gebruikt ter verlichting van symptomen als u lijdt aan paniekaanvallen met of zonder pleinvrees (bijvoorbeeld angst om het huis te verlaten, winkels binnen te gaan, of vrees voor openbare plaatsen).

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
  • U bent allergisch voor één van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6
  • Als u behandeld wordt met geneesmiddelen van het type MAO-remmers (monoamine-oxydase remmers, een ander soort antidepressief werkend middel). De behandeling met citalopram mag pas worden gestart 14 dagen nadat u gestopt bent met het gebruik van een zogenaamde irreversibele MAO-remmer of na te zijn gestopt met de behandeling van een zogenaamde reversibele MAO-remmer gedurende de periode die staat vermeld in de productinformatie van de reversibele MAO-remmer. Omgekeerd dienen er minstens 7 dagen voorbij te gaan nadat u bent gestopt met de behandeling met citalopram voordat u een MAO-remmer kunt gaan gebruiken.
  • Als u geneesmiddelen zoals linezolide (antibioticum) en/of pimozide (om geestelijke stoornissen te behandelen) gebruikt.
  • Als u een aangeboren hartritmestoornis hebt of hier last van hebt gehad (vastgesteld met een ECG: een hartfilmpje);
  • Als u andere geneesmiddelen gebruikt voor het behandelen van hartritmeproblemen of
UK/H/0672 2013-07-19 v4.2

geneesmiddelen die invloed hebben op het hartritme.

Zie ook de rubriek ‘Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?’.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Gedachten over zelfmoord en verergering van uw depressie of angststoornis

Als u depressief bent en/of lijdt aan angststoornissen kunt u soms gedachten hebben over zelfbeschadiging of zelfmoord. Deze gedachten kunnen toenemen als u voor het eerst middelen tegen depressie (antidepressiva) gaat innemen, aangezien deze geneesmiddelen allemaal de tijd nodig hebben, in het algemeen ongeveer 2 weken of soms ook langer, om te gaan werken.

  • U heeft een meer waarschijnlijke kans dat u dit soort gedachten vertoont: als u al eerder gedachten heeft gehad over zelfmoord of zelfbeschadiging.
  • Als u een jong volwassene bent. Informatie uit klinische onderzoeken heeft een toegenomen risico aangetoond op zelfmoordgedrag bij jonge volwassenen jonger dan 25 jaar oud met psychiatrische aandoeningen die behandeld werden met een antidepressivum.

Als u op enig moment gedachten over zelfbeschadiging of zelfmoord hebt, neem dan direct contact op met uw arts of ga direct naar een ziekenhuis.

Het kan helpen als u een vriend of familielid vertelt dat u zich depressief voelt of dat u lijdt aan een angststoornis, en hen vraagt deze bijsluiter te lezen. U kunt hen vragen u te vertellen of zij denken dat uw depressie of angststoornis erger wordt of dat zij zich zorgen maken over veranderingen in uw gedrag.

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt als u last heeft of heeft gehad van een of meer van onderstaande aandoeningen.

  • Epilepsie (toevallen of stuipen).
  • Problemen met uw nieren en/of lever. Uw arts kan de dosis van de tabletten verminderen als uw nieren en/of lever niet goed werkt.
  • Een laag natriumgehalte in uw bloed, wat vermoeidheid, verwardheid, spiertrekkingen, toevallen en coma kan veroorzaken. Dit effect treedt waarschijnlijk sneller op als u een vrouwelijke oudere patiënt bent. Echter, zodra u stopt met het innemen van dit geneesmiddel zal het natriumgehalte in uw bloed weer normaliseren.
  • Als u electroshock therapie ondergaat.
  • Manie (overdreven opgewektheid en het hebben van veel energie).
  • Ernstige psychische aandoening waarbij de persoon het contact met de realiteit verliest en niet in staat is om helder na te denken en te oordelen.
  • Suikerziekte (diabetes). De dosering van insuline of orale middelen tegen diabetes moet mogelijk worden aangepast.
  • Gesloten hoek glaucoom of een voorgeschiedenis van glaucoom.
  • Als u een voorgeschiedenis van bloedingen in de maag of darm heeft en/of als u geneesmiddelen gebruikt waarvan bekend is dat ze de bloedstolling beïnvloeden of het risico van bloedingen verhogen, zoals:
    • Bepaalde pijnstillende middelen met ook een ontstekingsremmende en koortswerende werking (NSAID’s, zoals aspirine, ibuprofen, diclofenac);
    • Ticlopidine en dipyradamol (geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de bloedplaatjes beïnvloeden);
    • Atypische antipsychotica (zoals clozapine), fenothiazines (bijvoorbeeld chloorpromazine, thioridazine), tricyclische antidepressiva (bijvoorbeeld imipramine, desipramine) (zie rubriek “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”).
  • Als u last hebt of hebt gehad van hartproblemen of kort geleden een hartaanval hebt gehad.
  • Als u in rust een trage hartslag hebt en/of u weet dat u een zouttekort hebt als gevolg van langdurige diarree en braken of door gebruik van diuretica (plaspillen).
  • Als u last hebt van een snelle of onregelmatige hartslag, flauwvallen, toevallen of duizeligheid bij het opstaan, omdat dit kan wijzen op een afwijkende hartslag.

Symptomen zoals rusteloosheid, bijvoorbeeld, niet stil kunnen zitten of staan, kunnen tijdens de eerste weken van de behandeling optreden. Vertel het uw arts onmiddellijk als u last krijgt van deze

UK/H/0672 2013-07-19 v4.2

symptomen. Een dosisaanpassing kan dan nodig zijn.

Sommige patiënten met een manisch-depressieve psychose kunnen overgaan in de manische fase. Dit wordt gekenmerkt door ongewone en snel veranderende gedachten, overdreven vrolijkheid en overmatige lichamelijke activiteit. Als u dit ervaart, neem dan contact op met uw arts.

In sommige zeldzame gevallen, kunnen zich tijdens de behandeling met Citalopram Ranbaxy bepaalde gelijktijdige serotonerge effecten serotoninesyndroom of een toestand die lijkt op maligne neuroleptisch syndroom ontwikkelen, in het bijzonder wanneer het wordt ingenomen samen met andere serotonerge en/of neuroleptische stoffen. Omdat deze syndromen mogelijk tot levensbedreigende situaties kunnen leiden, moet de behandeling met Citalopram Ranbaxy, indien zich deze syndromen voordoen, worden gestaakt, en dient een ondersteunende symptomatische behandeling te worden gestart. Deze syndromen worden gekenmerkt door een aantal symptomen die tegelijk optreden, zoals motorische rusteloosheid, verwarring, zweten, hallucinaties, toegenomen reflexen, stijfheid in de spieren, rillingen, verhoogde hartslag en beven (zie ook "Mogelijke bijwerkingen").

Rhabdomyolyse (tijdelijke verlamming of zwakte van de spieren) kan zelden optreden.

Speciale informatie met betrekking tot uw ziekte

Net als bij andere geneesmiddelen die worden gebruikt om een depressie of aanverwante ziekten te behandelen, wordt de verbetering niet direct bereikt. Na de start van de Citalopram Ranbaxy behandeling kan het enkele weken duren voordat u een verbetering ervaart. In het begin van de behandeling kunnen sommige patiënten toegenomen angst ervaren, die zal verdwijnen tijdens de behandeling. Daarom is het zeer belangrijk dat u dit geneesmiddel gebruikt zoals uw arts heeft voorgeschreven en dat u niet stopt met de behandeling of de dosering aanpast zonder overleg met uw arts.

Gebruik bij kinderen en jongeren

Citalopram Ranbaxy dient niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar. Patiënten jonger dan 18 jaar hebben een verhoogd risico op bijwerkingen zoals zelfmoordpogingen, zelfmoordgedachten en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag en woede) als zij behandeld worden met geneesmiddelen uit deze therapeutische klasse. Ondanks dit alles kan uw arts aan patiënten jonger dan 18 jaar Citalopram Ranbaxy voorschrijven omdat dit in het belang van de patiënt is. Als uw arts Citalopram Ranbaxy heeft voorgeschreven aan een patiënt die jonger is dan 18 jaar en u wilt dit bespreken, dan wordt u verzocht contact op te nemen met uw arts. Indien bij patiënten jonger dan 18 jaar één van de hiervoor genoemde symptomen zich ontwikkelt of verslechtert bij inname van Citalopram Ranbaxy, dan wordt u verzocht uw arts hierover te informeren. Lange termijn veiligheidsgegevens van Citalopram Ranbaxy over groei, ontwikkeling en cognitieve en gedragsontwikkeling ontbreken in deze leeftijdsgroep.

Waarop moet u letten met eten en drinken?

Citalopram Ranbaxy kan op elk moment van de dag worden ingenomen, met of zonder voedsel. Drink geen alcohol terwijl u Citalopram Ranbaxy gebruikt.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Citalopram Ranbaxy nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Sommige geneesmiddelen kunnen problemen veroorzaken wanneer u ze samen met dit geneesmiddel gebruikt.

Voorzichtigheid is geboden als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • Niet-selectieve MAO-remmers (monoamine-oxydase remmers): die fenelzine, iproniazide, isocarboxazide, nialamide en tranylcypromine als werkzame stof bevatten.
  • Reversibele MAO-remmers waaronder moclobemide (gebruikt bij de behandeling van depressie).
  • Irreversibele MAO-remmer waaronder selegiline (gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Parkinson).
  • Lithium (gebruikt bij de behandeling van manisch-depressieve stoornis) en tryptofaan.
  • Imipramine en desipramine (beide worden gebruikt bij de behandeling van depressie).
  • Sumatripan en vergelijkbare geneesmiddelen (gebruikt bij de behandeling van migraine), dextrometorfan (tegen hoest), pethidine (pijnstiller) en tramadol (gebruikt bij ernstige pijn). Deze middelen verhogen het risico op bijwerkingen.
  • St. Janskruid (Hypericum Perforatum): een kruidenmiddel gebruikt bij depressie
UK/H/0672 2013-07-19 v4.2
  • Aspirine en niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) (geneesmiddelen die worden gebruikt voor pijnverlichting of die een bloedverdunnende werking hebben, zogenaamde anticoagulantia).
  • Ticlopidine, dipyridamol (geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de bloedplaatjes beïnvloeden)..
  • Geneesmiddelen die gebruikt worden bij psychische aandoeningen, zoals atypische antipsychotica (bijvoorbeeld clozapine, risperidon, olanzapine, quetiapine) of fenothiazinen (bv chloorpromazine, trifluperazine) of antidepressiva (bijvoorbeeld imipramine, clomipramine, desipramine). Inname van citalopram met deze geneesmiddelen kan het risico op een bloeding verhogen.
  • Geneesmiddelen die het kalium en magnesium niveau in uw bloed beïnvloeden. Metoprolol, een bètablokker die gebruikt wordt om migraine, sommige hartaandoeningen en een hoge bloeddruk te behandelen. De effecten van beide geneesmiddelen kan toenemen, afnemen of veranderen.
  • Neuroleptica (gebruikt bij de behandeling van schizofrenie).
  • Carbamazepine (gebruikt om epilepsie te behandelen).
  • Cimetidine (gebruikt om maag- en darmzweren te behandelen).
  • Mefloquine (gebruikt om malaria te behandelen).
  • Bupropion (gebruikt om depressie te behandelen).

GEBRUIK DIT MIDDEL NIET als u ook geneesmiddelen gebruikt voor hartritmeproblemen of geneesmiddelen die invloed hebben op het hartritme, zoals klasse IA- en III-antiaritmica, antipsychotica (zoals fentiazinederivaten, pimozide, haloperidol), tricyclische antidepressiva, bepaalde antimicrobiële middelen (zoals sparfloxacine, moxifloxacine, erytromycine iv, pentamidine, behandelingen bij malaria, met name halofantrine) of bepaalde antihistaminica (astemizol, mizolastine). Als u hierover nog vragen hebt, neem dan contact op met uw arts.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid:

Als u zwanger bent of borstvoeding geeft, of als u denkt dat u zwanger kunt zijn of van plan bent zwanger te worden, vraag dan uw arts of apotheker om advies voordat u begint met het gebruik van dit geneesmiddel. Uw arts zal beslissen of behandeling met Citalopram noodzakelijk is, of dat een alternatieve behandeling mogelijk is.

U dient niet abrupt te stoppen met de behandeling als gevolg van zwangerschap of om andere redenen.

Zorg dat uw verloskundige en/of arts weet dat u Citalopram 20 Ranbaxy gebruikt. Bij gebruik tijdens de zwangerschap, vooral in de laatste drie maanden van de zwangerschap, kunnen geneesmiddelen als

Citalopram 20 Ranbaxy het risico op een bepaalde ernstige aandoening bij baby’s verhogen. Deze aandoening wordt ‘persisterende pulmonale hypertensie van de pasgeborene’ (PPHN) genoemd en veroorzaakt een versnelde ademhaling en blauwachtige verkleuring van de huid van de baby. Deze verschijnselen beginnen meestal in de eerste 24 uur nadat de baby is geboren. Als dit met uw baby gebeurt, moet u onmiddellijk contact opnemen met uw verloskundige en/of arts.

Als u citalopram gebruikt in de laatste 3 maanden van de zwangerschap en tot de datum van de geboorte, moet u zich bewust zijn dat de volgende symptomen bij uw pasgeboren baby kunnen optreden: stuipen, het te warm of te koud hebben, moeite met ademhalen, blauwige of paarse huid of slijmvliezen, voedingsproblemen, overgeven, lage bloedsuiker, stijve of slappe spieren, overactieve reflexen, trillen, nerveus of geïrriteerd gevoel, slaapzucht, veel huilen, slaperigheid of slaapproblemen. Als uw pasgeboren baby een van deze symptomen heeft, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of , verloskundige.

Citalopram gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Of dit gevolgen heeft voor het kind is niet vastgesteld. Overleg met uw arts of u door kunt gaan met het geven van borstvoeding indien het noodzakelijk is dat u wordt behandeld met citalopram.

Uit dieronderzoek is gebleken dat citalopram de kwaliteit van het sperma verlaagt. In theorie kan dit van invloed zijn op de vruchtbaarheid, maar tot nu toe is er geen effect op de vruchtbaarheid bij de mens waargenomen.

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines:

Het valt te verwachten dat er wat vermindering is van de waakzaamheid en concentratie als gevolg van

UK/H/0672 2013-07-19 v4.2

uw ziekte, het gebruik van geneesmiddelen tegen uw ziekte of de combinatie van beide. Hiermee dient u rekening te houden bij het besturen van voertuigen en het bedienen van machines.

Citalopram 20 Ranbaxy bevat lactose

Citalopram 20 Ranbaxy bevat lactose. Indien uw arts u heeft meegedeeld dat u bepaalde suikers niet verdraagt, neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt.

Hoe gebruikt u dit middel?

Hoeveel moet u gebruiken?

De dosering en de duur van de behandeling worden door de arts individueel aangepast, afhankelijk van hoe u op de behandeling reageert. Houdt u aan de aanwijzingen van uw arts en verander niet zelf de voorgeschreven dosering.

Volwassenen

Depressie

De gebruikelijke dosis is 20 mg per dag. Uw arts kan dit verhogen naar maximaal 40 mg per dag.

Paniekstoornis

De startdosis is 10 mg per dag gedurende de eerste week, waarna de dosis wordt verhoogd tot 20-30 mg per dag. Uw arts kan de dosis verhogen naar maximaal 40 mg per dag.

Ouderen (boven 65 jaar)

Er moet begonnen worden met een halve startdosis, d.w.z. 10-20 mg per dag. Oudere patiënten mogen doorgaans niet meer dan 20 mg per dag krijgen.

Kinderen en jong volwassenen

Citalopram Ranbaxy mag niet gebruikt worden voor de behandeling van kinderen en jongeren onder de 18 jaar (zie “Wees extra voorzichtig met Citalopram Ranbaxy”).

Patiënten met bijzondere risico’s

Patiënten met leverklachten mogen niet meer dan 20 mg per dag krijgen.

Hoe wordt dit middel ingenomen?

Neem de tabletten eenmaal per dag in, ’s ochtends of ’s avonds, met of zonder voedsel. Slik ze met voldoende vloeistof (bijvoorbeeld een glas water). Kauw niet op de tabletten (ze hebben een bittere smaak).

De breukstreep dient niet om de tablet te breken

Duur van de behandeling

Net als andere geneesmiddelen tegen depressie en paniekstoornis kan het een aantal weken duren voordat u enige verbetering voelt. Ga door met het gebruik van Citalopram Ranbaxy, zelfs als het even duurt voordat u enige verbetering van uw toestand voelt.

De behandelingsduur is individueel, gewoonlijk tenminste 6 maanden. Blijf de tabletten gebruiken zolang uw arts voorschrijft. Stop niet met het gebruik van Citalopram Ranbaxy tenzij uw arts dat heeft gezegd, zelf als u zicht beter begint te voelen. De onderliggende aandoening kan voor een lange tijd blijven bestaan en als u de behandeling te snel stopt kunnen de symptomen terugkeren.

Patienten met terugkerende depressie hebben baat bij een voortdurende behandeling, soms voor meerdere jaren, om het optreden van nieuwe depressieve perioden te voorkomen.

Verander de dosering nooit zelf zonder eerst met uw arts te overleggen.

In geval u bemerkt dat Citalopram 20 Ranbaxy te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Neem nooit meer tabletten in dan uw arts heeft voorgeschreven. Wanneer u te veel tabletten heeft ge-

UK/H/0672 2013-07-19 v4.2

bruikt of ingenomen, of wanneer iemand anders ze heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Laat hen het doosje tabletten zien. De meest waarschijnlijke symptomen van een overdosering zijn: duizeligheid of slaperigheid, zweten, hoge koorts, blauwe of paarsachtige verkleuring van de huid en slijmvliezen, Serotonine syndroom, zich ziek voelen, of ziek zijn (misselijk of braken), verwijde pupillen, snelle of diepe ademhaling, het hebben van een abnormale hartslag, abnormaal hartritme, hoge of lage bloeddruk, hartaanval, oncontroleerbare spier-spasme van ogen, hoofd, nek en lichaam, schudden of trillen, toevallen, zich opgewonden of angstig voelen, coma.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Wanneer u een dosis gemist heeft, ga dan gewoon door met de volgende dosis zoals gebruikelijk. Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen..

Als u stopt met het innemen van Citalopram Ranbaxy:

Neem eerst contact op met uw arts voordat u de behandeling met Citalopram Ranbaxy onderbreekt of stopt, zelfs als u zich beter voelt.

Als Citalopram Ranbaxy plotseling gestopt wordt, kunnen er onthoudingsverschijnselen optreden. Deze kunnen de volgende verschijnselen omvatten: duizeligheid, diarree, gevoelloosheid en tintelingen, zweten, hoofdpijn, snelle of onregelmatige hartslag, emotionele wisselingen, geïrriteerdheid, opwinding of angst, slaapstoornissen (zoals slapeloosheid en intense dromen), bevingen of trillen, verwardheid, gezichtsstoornissen, misselijkheid en braken Over het algemeen zijn deze symptomen mild tot matig van aard en verdwijnen vanzelf binnen een paar dagen. Het wordt aanbevolen om de dosis langzaam te verminderen gedurende een periode van tenminste 1-2 weken.

Als u onthoudingsverschijnselen krijgt wanneer u met Citalopram Ranbaxy stopt, neem dan contact op met uw arts. Hij of zij kan u vragen om uw tabletten weer in te nemen en om ze in een langzamer tempo te verminderen.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, of apotheker of verpleegkundige.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Ze zijn de eerste twee weken van de behandeling het meest merkbaar en nemen gewoonlijk af wanneer uw depressie verbetert.

Als u een van de volgende symptomen krijgt, moet u stoppen met het gebruik van dit middel en onmiddellijk contact opnemen met uw arts:
  • Allergische reacties
  • Plotselinge vochtophoping in huid en slijmvliezen (angio-oedeem), zoals: o zwelling van het gezicht, de tong of de keel o moeite met slikken o netelroos en moeite met ademen
  • Serotoninesyndroom (symptomen: ritmische samentrekkingen, verwarring, transpiratie, hallucinaties, verhoogde reflexen, spierstijfheid, koude rillingen, verhoogde hartslag en trillen).
  • Een snelle, onregelmatige hartslag en flauwvallen, wat tekenen kunnen zijn van een levensbedreigende aandoening die torsade de pointes heet.
Zeer vaak: (bij meer dan 1 op de 10 patiënten)
  • niet goed kunnen slapen of slaperigheid;
  • hoofdpijn, duizeligheid;
  • hartkloppingen;
  • zich ziek voelen (misselijk), droge mond;
  • meer zweten;
  • zichtstoornissen;
UK/H/0672 2013-07-19 v4.2

 algemene lichaamszwakte.

Vaak: (bij minder dan 1 op de 10, maar bij meer dan 1 op de 100 patiënten)
  • onrustig gevoel, nervositeit;
  • slaapafwijkingen (overmatige slaperigheid, afwijkende dromen), verminderde concentratie, afwijkende dromen, geheugenverlies, angst, verminderde zin in seks ( libido), afwijkend orgasme (vrouwen),verlies van eetlust, onverschilligheid en verwarring;
  • migraine en waarnemen van kriebelingen, jeuk of tintelingen zonder dat daar aanleiding voor is (paresthesie);
  • bevingen (tremor);
  • verandering van de bloeddruk (kan verhogen of verlagen);
  • spijsverteringsstoornissen, braken, verstoppingen, diarree (dunne ontlasting), buikpijn, toegenomen winderigheid en speeksel;
  • moeilijkheden bij het plassen, verhoogde urineproductie;
  • spierpijn, gewrichtspijn;
  • gewichtsafname;
  • ontsteking van het neusslijmvlies gekenmerkt door verstopte neus, niezen en loopneus (rhinitis), bijholteontsteking (sinusitis);
  • geen zaadlozing kunnen hebben, impotentie, bij sommige vrouwen is menstruatiepijn gemeld);
  • jeuk (pruritis);
  • afwijkingen van het zicht;
  • oorsuizen;
  • moeheid en gapen.
Soms: (bij minder dan 1 op de 100, maar bij meer dan 1 op de 1.000 patiënten)
  • agressie, het zien, voelen of horen van dingen die er niet zijn (hallucinaties), overdreven opgewekte stemming en het hebben van zeer veel energie (manie), vervreemding van zichzelf (depersonalisatie), uitgelaten stemming en toegenomen zin in seks (libido);
  • toegenomen eetlust, gewichtstoename;
  • flauwvallen;
  • verwijde pupillen;
  • huiduitslag, netelroos, haaruitval, ongewone bloedingen of blauwe plekken onder de huid;
  • niet kunnen plassen;
  • zware menstruatie;
  • hoesten;
  • opgezwollen handen, enkels of voeten;
  • verhoogde gevoeligheid van de huid voor zonlicht;
  • allergische reacties, algemeen gevoel van onbehagen (malaise).
Zelden: (bij minder dan 1 op 1.000, maar bij meer dan 1 op 10.000 patiënten)
  • ongewone bloedingen, meestal van de huid en slijmvliezen, maagdarmbloedingen of vaginale bloedingen;
  • vermoeidheid, verwarring en trillende spieren. Dit kunnen symptomen van een laag natriumgehalte in uw bloed zijn;
  • smaakafwijkingen;
  • toevallen, oncontroleerbare trillende, trekkende of kronkelende bewegingen;
  • leverziekte, gekenmerkt door gele verkleuring van de huid en ogen, lichtgekleurde ontlasting, donkergekleurde urine, enz;
  • koorts of hoge temperatuur.
Zeer zelden: (minder dan 1 op de 10.000 patiënten, inclusief incidentele gevallen)
  • versnelde hartslag;
  • verhoogd prolactine gehalte.
Niet bekend:
  • makkelijker blauwe plekken of bloedingen krijgen;
  • teveel hormoonproductie wat het vasthouden van vocht veroorzaakt;
  • laag kaliumgehalte in het bloed;
UK/H/0672 2013-07-19 v4.2
  • paniekaanvallen, tandenknarsen, rusteloosheid, suïcidale gedachten, suïcidaal gedrag;
  • abnormale, onwillekeurige bewegingen (extrapiramidale stoornissen);
  • rusteloosheid of moeite met stil zitten (bewegingsstoornis);
  • zich zwak of licht in het hoofd voelen bij het opstaan als gevolg van bloeddrukdaling;
  • bloedneus;
  • abnormale leverfunctietest;
  • aanhoudende pijnlijke erectie van de penis die optreedt zonder seksuele opwinding;
  • abnormale melkafscheiding bij mannen en vrouwen.

Bij patiënten van 50 jaar en ouder zijn botbreuken gemeld.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, www.lareb.nl. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Voor dit geneesmiddel zijn er geen bijzondere bewaarcondities.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is citalopram. De tabletten bevatten 25 mg citalopramhydrobromide overeenkomend met 20 mg van de werkzame stof citalopram.

De andere stoffen in dit middel zijn:

Tabletkern: lactosemonohydraat, microkristallijne cellulose, maiszetmeel, polyvidon, croscarmellosenatrium, magnesiumstearaat

Filmomhulling: Opadry wit 20H 58983, hypromellose, titaandioxide (E 171), propyleenglycol, hydroxypropylcellulose, talk.

Hoe ziet Citalopram Ranbaxy eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

De tabletten zijn wit tot gebroken wit, rond van vorm en aan de ene zijde gemarkeerd met ‘20’ en hebben een lipvormige breukstreep aan de andere zijde.

De breukstreep dient niet om de tablet te breken.

Citalopram 20 Ranbaxy zijn filmomhulde tabletten worden geleverd blisterverpakkingen van 1, 14, 28, 30, 50, 56, 98, 100 of 250 tabletten. Elke doosje bevat een patiëntenbijsluiter.

Het is mogelijk dat niet alle verpakkingen in de handel worden gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
UK/H/0672 2013-07-19 v4.2

Ranbaxy (UK) Limited

Building 4, Chiswick Park, 566 Chiswick High Road

W4 5YE Londen

Verenigd Koninkrijk

Fabrikant

Ranbaxy Ireland Ltd,

Spafield

Cork Road

Cashel

Co. Tipperary

Ierland

Basics GmbH

Hemmelrather Weg 201

51377 Leverkusen

Duitsland

In het register ingeschreven onder:

RVG 31087; Citalopram 20 Ranbaxy, filmomhulde tabletten 20 mg

Dit geneesmiddel is geregistreerd in de lidstaten van de EEA onder de volgende namen:

Tsjechië: Zyloram 20 mg tablets

Oostenrijk: Citalopram Ranbaxy 20 mg Filmtabletten Duitsland: CITALOPRAM BASICS 20 mg Filmtabletten Spanje: Citalopram Ranbaxygen 20 mg comprimidos Ierland: Bellcital 20 mg tablets

Nederland: Citalopram Ranbaxy 20 mg filmomhulde tabletten Verenigd Koninkrijk: Citalopram 20 mg tablets

Deze bijsluiter is voor het laatst herzien in juli 2013.

UK/H/0672 2013-07-19 v4.2

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK