Auteur: Stada


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Citalopram STADA is een antidepressivum. Het behoort tot de groep van de zogenaamde selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s).

Citalopram STADA wordt gebruikt voor:

  • de behandeling van episodes met ernstige depressie,
Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

  • Als u allergisch (overgevoelig) bent voor citalopram of voor één van de andere bestanddelen van Citalopram STADA tabletten.
  • Als u geneesmiddelen gebruikt die bekend staan als monoamine oxidase (MAO)-remmers. Deze middelen worden normaal gesproken gebruikt bij de behandeling van een depressie of de ziekte van Parkinson. De MAO-remmer selegiline kan op hetzelfde moment als citalopram ingenomen worden, mits de dosering selegiline niet meer dan 10 mg per dag is.
  • Als u onlangs MAO-remmers heeft ingenomen. Afhankelijk van het soort MAO-remmer moet u tot 14 dagen na het stoppen van de MAO-remmer wachten, voordat u begint met citalopram (zie ook “Neemt u nog andere geneesmiddelen in?”). Als u stopt met citalopram en u wilt beginnen met het innemen van een MAO-remmer, moet u tenminste 7 dagen wachten.
  • Als u linezolid inneemt (voor de behandeling van bacteriële infecties), tenzij u streng wordt geobserveerd door uw arts en uw bloeddruk wordt bewaakt.
  • Als u pimozide inneemt (een geneesmiddel dat gebruikt wordt om schizofrenie en chronische psychose te behandelen).
  • Als u een aangeboren hartritmestoornis hebt of hier last van hebt gehad (vastgesteld met een ECG: een hartfilmpje).
  • Als u andere geneesmiddelen gebruikt voor het behandelen van hartritmeproblemen of geneesmiddelen die invloed hebben op het hartritme (zie ook de rubriek ‘Neemt u nog andere geneesmiddelen in?’).

Gedachten over zelfmoord en verergering van uw depressie

Als u depressief bent kunt u soms gedachten hebben over zelfbeschadiging of zelfmoord. Deze gedachten kunnen toenemen als u voor het eerst antidepressiva gaat innemen, aangezien deze geneesmiddelen allemaal de tijd nodig hebben, in het algemeen ongeveer 2 weken of soms ook langer, om te gaan werken.

U heeft een meer waarschijnlijke kans dat u dit soort gedachten vertoont:

  • als u al eerder gedachten heeft gehad over zelfmoord of zelfbeschadiging
  • als u een jong volwassene bent. Informatie uit klinische onderzoeken heeft een toegenomen risico aangetoond op zelfmoordgedrag bij jonge volwassenen jonger dan 25 jaar oud met psychiatrische aandoeningen die behandeld werden met een antidepressivum.

Als u op enig moment gedachten over zelfbeschadiging of zelfmoord hebt, neem dan direct contact op met uw arts of ga direct naar een ziekenhuis.

Het kan helpen als u een vriend of familielid vertelt dat u zich depressief voelt of dat u lijdt aan een depressie, en hen vraagt deze bijsluiter te lezen. U kunt hen vragen u te vertellen of zij denken dat uw depressie erger wordt of dat zij zich zorgen maken over veranderingen in uw gedrag.

Gebruik bij kinderen en jongeren jonger dan18 jaar

Citalopram STADA mag normaliter niet toegediend worden bij kinderen en jongeren onder 18 jaar. Bovendien dient u zich ervan bewust te zijn dat patiënten onder 18 een verhoogd risico hebben voor bijwerkingen zoals suïcidepogingen, suïcidale gedachten en vijandelijkheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag en woede) indien zij geneesmiddelen uit deze therapeutische klasse nemen.

Ondanks dit alles kan uw arts aan patiënten jonger dan 18 jaar Citalopram STADA voorschrijven omdat dit in het belang van de patiënt is. Als uw arts Citalopram STADA heeft voorgeschreven aan een patiënt die jonger is dan 18 jaar en u wilt dit bespreken, dan wordt u verzocht contact op te nemen met uw arts. Indien bij patiënten jonger dan 18 jaar één van de hiervoor genoemde symptomen zich ontwikkelt of verslechtert bij inname van Citalopram STADA, dan wordt u verzocht uw arts hierover te informeren. Lange termijn veiligheidsgegevens van Citalopram STADA over groei, ontwikkeling en cognitieve en gedragsontwikkeling ontbreken in deze leeftijdsgroep.

Vertel het uw arts als u last heeft of heeft gehad van een of meer van onderstaande ziekten of aandoeningen. Uw arts zal besluiten of u Citalopram STADA mag innemen of niet. Raadpleeg uw arts als:

  • U het zogenaamde serotoninesyndroom ontwikkelt, met verschijnselen zoals ernstige opwinding, bevingen, spierspasmen en koorts.
    • Als dit ontstaat, zal uw arts uw behandeling met citalopram onmiddellijk stoppen.
  • U last heeft van epilepsie, die onvoldoende onder controle is.
    • Als u toevallen krijgt, voor de eerste keer of als u meer toevallen dan normaal krijgt, moet u stoppen met Citalopram STADA en het uw arts vertellen.
  • U behandeld wordt met elektroconvulsieve shocktherapie (ECT).
  • U last heeft of heeft gehad van manische perioden (hyperactief gedrag of gedachten).
    • Als u opnieuw last krijgt van manie, zal uw arts de behandeling met Citalopram STADA stoppen.
  • U lijdt aan een zogenaamde psychose met depressieve episoden.
    • Citalopram STADA kan uw psychotische verschijnselen verergeren.
  • U klachten ontwikkelt, zoals een innerlijk gevoel van onrust en u niet stil kan zitten of staan, wat meestal verbonden is met innerlijke onrust (akathisie).
    • Dit komt waarschijnlijk voor gedurende de eerste weken van de behandeling. Het verhogen van de dosering Citalopram STADA kan de gevoelens verergeren (zie “Mogelijke bijwerkingen”).
  • U eerder last heeft gehad van bloedingstoornissen.
    • Citalopram STADA kan het risico op een bloeding verhogen.
  • U last heeft van een ernstige nierziekte.
    • De effecten van Citalopram STADA bij mensen met een nierziekte zijn niet bekend.
  • U last heeft van leverschade of een leverziekte.
    • U moet een lagere dosering Citalopram STADA gebruiken en u zult regelmatig gecontroleerd moeten worden.
  • U verschijnselen als slapeloosheid of opwinding krijgt.
    • Deze komen vrij vaak voor in het begin van de behandeling en uw arts kan een lagere dosering aan u voorschrijven.
  • U suikerziekte heeft.
    • Het kan zijn dat uw arts de dosering insuline of andere geneesmiddelen voor het verlagen de hoeveelheid suiker in uw bloed moet aanpassen.
  • U zich niet goed voelt met zwakke spieren of verwarring tijdens de behandeling met Citalopram STADA.
  • U gevoelig bent voor bepaalde hartaandoeningen (verlenging van het zogenaamde QTc-interval op een hartfilmpje/ECG) of als u een mogelijk aangeboren lange QT-syndroom heeft of als u lage hoeveelheden kalium of magnesium in uw bloed heeft (hypokaliëmie/hypomagnesiëmie).
  • Als u last hebt of hebt gehad van hartproblemen of kort geleden een hartaanval hebt gehad.
  • Als u in rust een trage hartslag hebt en/of u weet dat u een zouttekort hebt als gevolg van langdurige diarree en braken of door gebruik van diuretica (plaspillen).
  • Als u last hebt van een snelle of onregelmatige hartslag, flauwvallen, toevallen of duizeligheid bij het opstaan, omdat dit kan wijzen op een afwijkende hartslag.

Vertel het ook aan uw arts als u een of meer van de volgende middelen inneemt:

  • Een type geneesmiddel voor de behandeling van migraine dat tot de zogenaamde triptanen behoort (zoals sumatriptan), de sterke pijnstiller tramadol of als u de supplementen oxitriptan of tryptofaan gebruikt.
  • Kruidenmiddelen die St. Janskruid (Hypericum perforatum) bevatten. U heeft meer kans op bijwerkingen. U moet stoppen met het innemen van St. Janskruid en uw arts informeren.
  • Geneesmiddelen die de bloedstolling beïnvloeden of het risico op een bloeding verhogen.

Neemt u naast X nog andere geneesmiddelen in, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat innemen? Vertel dat dan uw arts

of apotheker. Dit behelst medicijnen, kruidengeneesmiddelen, gezonde voeding of supplementen die u hebt verworven zonder recept.

Het gelijktijdig innemen van Citalopram STADA met sommige andere geneesmiddelen kan de manier waarop ze werken beïnvloeden of hun bijwerkingen versterken en omgekeerd (d.w.z. dat er interacties op kunnen treden).

  • Geneesmiddelen die behoren tot de groep van MAO-remmers (geneesmiddelen die gebruikt worden om een depressie of de ziekte van Parkinson te behandelen). Er kunnen zeer ernstige bijwerkingen optreden, waaronder een aandoening die het serotoninesyndroom genoemd wordt (zie rubriek 2 onder “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?”).
  • Tramadol (een sterke pijnstiller), sumatriptan of andere "triptanen" (geneesmiddelen die gebruikt worden om migraine te behandelen), oxitriptan en tryptofaan (een voedingssupplement en voorloper van serotonine). - Inname van Citalopram STADA met deze middelen wordt niet aangeraden.
  • Anticoagulantia (zoals warfarine) en andere middelen die de bloedstolling kunnen beïnvloeden, zoals niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (ontstekingsremmende geneesmiddelen zoals naproxen en ibuprofen), acetylsalicylzuur, dipyramidol en ticlopidine (geneesmiddelen die gebruikt worden om het risico op trombose te verminderen).
  • Geneesmiddelen die bekend staan als ‘atypische antipsychotica’, fenothiazines of tricyclische antidepressiva. Deze kunnen ook het risico op bloedingen verhogen.
  • Kruidenmiddelen die St. Janskruid (Hypericum perforatum) bevatten. Deze mogen niet op hetzelfde moment als Citalopram STADA ingenomen worden, omdat de bijwerkingen erger kunnen worden.
  • Cimetidine, omeprazol, esomeprazol of lansoprazol (antacida), fluvoxamine en ticlopidine kunnen de hoeveel citalopram in het bloed verhogen. Uw arts kan de dosering citalopram verminderen, indien er bijwerkingen optreden als deze middelen gelijktijdig met citalopram ingenomen worden.
  • Lithium (een middel voor de behandeling van manie en depressie). Voorzichtigheid is geboden bij de combinatie met citalopram. Zoals gewoonlijk moet de hoeveelheid lithium in het bloed regelmatig gecontroleerd worden.
  • Geneesmiddelen die de grens voor toevallen verlagen, zoals andere antidepressiva (tricyclische antidepressiva, SSRI’s), neuroleptica (gebruikt om psychoses, zoals schizofrenie en manie te behandelen, bijv. fenothiazines, butyroferonen, thioxanthenen), mefloquine (een middel voor de behandeling van malaria), bupropion (een middel dat gebruikt kan worden bij het stoppen met roken, antidepressivum) en tramadol (pijnstiller); gelijktijdig gebruik kan toevallen veroorzaken.
  • Bepaalde geneesmiddelen kunnen langzamer uit het lichaam verwijderd worden wanneer ze samen met citalopram gebruikt worden. Deze middelen omvatten flecaïnide en propafenon (middelen voor de behandeling van hartritmestoornissen), metoprolol (indien gebruikt voor hartfalen), antidepressiva zoals desipramine, clomipramine en nortriptyline (geneesmiddelen voor de behandeling van depressie), bepaalde antipsychotica, zoals risperidon, thioridazine en haloperidol. Uw arts kan de dosering van uw medicijnen aanpassen.
  • GEBRUIK DIT MIDDEL NIET als u ook geneesmiddelen gebruikt voor hartritmeproblemen of geneesmiddelen die invloed hebben op het hartritme, zoals klasse IA- en III-antiaritmica, antipsychotica (bijvoorbeeld fenothiazinederivaten, pimozide, haloperidol), tricyclische antidepressiva, bepaalde antimicrobiële middelen (zoals sparfloxacine, moxifloxacine, erytromycine iv, pentamidine, behandeling bij malaria, met name halofantrine) of bepaalde

antihistaminica (astemizol, mizolastine). Als u hierover nog vragen hebt, neem dan contact op met uw arts.

De tabletten kunnen met of zonder voedsel ingenomen worden. Hoewel er geen speciale problemen zijn waargenomen met Citalopram STADA en alcohol, dient het gebruik van alcohol vermeden te worden tijdens de behandeling met Citalopram STADA.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Zwangerschap

Er is slechts beperkte ervaring met het gebruik van Citalopram STADA tijdens de zwangerschap. Neem Citalopram STADA niet in als u zwanger bent of van plan bent om zwanger te worden, tenzij uw arts het absoluut noodzakelijk acht. Zorg dat uw verloskundige en/of arts weet dat u Citalopram STADA gebruikt. Bij gebruik tijdens de zwangerschap, vooral in de laatste drie maanden van de zwangerschap, kunnen geneesmiddelen als Citalopram STADA het risico op een bepaalde ernstige aandoening bij baby’s verhogen. Deze aandoening wordt ‘persisterende pulmonale hypertensie van de pasgeborene’ (PPHN) genoemd en veroorzaakt een versnelde ademhaling en blauwachtige verkleuring van de huid van de baby. Deze verschijnselen beginnen meestal in de eerste 24 uur nadat de baby is geboren. Als dit met uw baby gebeurt, moet u onmiddellijk contact opnemen met uw verloskundige en/of arts.

Niettemin dient u niet plotseling te stoppen met de behandeling met Citalopram STADA. Als u Citalopram STADA tijdens de laatste 3 maanden van de zwangerschap inneemt, moet u uw arts informeren, omdat de baby bij de geboorte last van bepaalde verschijnselen kan hebben. Deze verschijnselen beginnen meestal binnen de eerste 24 uur nadat de baby is geboren. Ze omvatten verschijnselen als het niet goed kunnen slapen of drinken, ademhalingsproblemen, een blauwige huid of te warm of te koud zijn, ziek zijn, veel huilen, stijve of slappe spieren, lethargie, bevingen, rillingen of stuiptrekkingen. Als uw baby een of meer van deze verschijnselen vertoont bij de geboorte moet u direct uw arts bellen die u verder kan adviseren.

Borstvoeding

Citalopram komt in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht en daarom is er een risico op een effect op de baby. Als u Citalopram STADA gebruikt, moet u uw arts raadplegen voordat u borstvoeding gaat geven.

Vruchtbaarheid

Uit dieronderzoek is gebleken dat citalopram de kwaliteit van het sperma verlaagt.

In theorie kan dit van invloed zijn op de vruchtbaarheid, maar tot nu toe is er geen effect op de vruchtbaarheid bij de mens waargenomen.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Citalopram STADA heeft enig effect op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Alle medicijnen die de geest beïnvloeden, kunnen het vermogen om beoordelingen te maken en op noodgevallen te reageren, verminderen. Uw rijvaardigheid en vermogen om machines te bedienen kunnen beïnvloed worden. Bestuur geen rijtuigen en bedien geen machines totdat u weet hoe u reageert op Citalopram STADA. Raadpleeg uw arts of apotheker als u niet zeker bent.

Hoe gebruikt u dit middel?

Neem dit geneesmiddel altijd in precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

De gebruikelijke dosering is

Volwassenen

De gebruikelijke dosis is 20 mg per dag. Uw arts kan dit verhogen naar maximaal 40 mg per dag.

Oudere patiënten (65 jaar of ouder)

Er moet begonnen worden met een halve startdosis, dat wil zeggen 10-20 mg per dag. Oudere patiënten mogen doorgaans niet meer dan 20 mg per dag krijgen.

Kinderen en jongeren onder de 18 jaar

Citalopram STADA mag niet gebruikt worden voor de behandeling van kinderen en jongeren onder de 18 jaar (zie “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”).

Patiënten met extra risico

Verminderde werking van de nieren

Als u een milde tot matige nierziekte heeft, mag u de gebruikelijke dosering Citalopram STADA innemen. Er zijn geen gegevens over de behandeling van patiënten met een ernstig verminderde werking van de nieren (creatinineklaring van minder dan 30 ml/min.) en daarom wordt het gebruik van Citalopram STADA niet aangeraden.

Patiënten met een verminderde werking van de lever

Patiënten met leverschade of een leverziekte moeten een startdosering van 10 mg per dag krijgen. Patiënten met leverklachten mogen niet meer dan 20 mg per dag krijgen. Patiënten met een verminderde werking van de lever zullen zorgvuldig gecontroleerd worden door hun arts.

Toedieningswijze

Neem de filmomhulde tabletten eenmaal per dag in, in de ochtend of in de avond, met een glas water. De tabletten kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen.

Duur van de behandeling

Het duurt naar verwachting tenminste 2 weken voordat de antidepressieve werking van Citalopram STADA optreedt. De behandeling dient voortgezet te worden, totdat u gedurende 4-6 maanden geen symptomen meer heeft gehad. Uw arts zal de juiste dosering en behandelduur uitzoeken, afhankelijk van de aard en ernst van uw aandoening en uw persoonlijke reactie op het geneesmiddel.

Als u per ongeluk te veel tabletten heeft ingenomen, of als een kind Citalopram STADA ingenomen heeft, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of dichtstbijzijnde spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis voor advies.

De verschijnselen van een overdosering hangen af van de dosis, maar kunnen de volgende omvatten: slaperigheid, coma, bewegingloosheid (stupor), toevallen, versnelde polsslag, zweten, misselijkheid, braken, blauwe lippen en huid en hyperventilatie (versnelde en toegenomen ademhaling) en in zeldzame gevallen effecten op het hartritme. Verschijnselen van het zogenaamde serotoninesyndroom kunnen ook optreden.

Maakt u zich geen zorgen. Sla die dosering helemaal over en neem de volgende dosering op het juiste moment in. Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.

Als u stopt met het innemen van dit middel

Neem eerst contact op met uw arts voordat u de behandeling met Citalopram STADA onderbreekt of stopt, zelfs als u zich beter voelt. Als Citalopram STADA plotseling gestopt wordt, kunnen er onthoudingsverschijnselen optreden. Deze kunnen de volgende verschijnselen omvatten: duizeligheid, prikkelend gevoel en het gevoel van elektrische schokken, slaapstoornissen (zoals slapeloosheid en intense dromen), opwinding en angst, misselijkheid, braken, bevingen, verwarring, zweten, hoofdpijn, diarree, hartkloppingen, emotionele instabiliteit, geïrriteerdheid en stoornissen in het zien. Over het algemeen zijn deze symptomen mild tot matig van aard en verdwijnen vanzelf binnen 2 weken. Bij sommige patiënten kunnen deze symptomen echter ernstiger zijn of langer duren.

Citalopram STADA moet langzaam afgebouwd worden bij het beëindigen van de behandeling. Het wordt aanbevolen om de dosis langzaam te verminderen gedurende een periode van tenminste 1-2 weken.

Als u ernstige onthoudingsverschijnselen krijgt wanneer u met Citalopram STADA stopt, neem dan contact op met uw arts. Hij of zij kan u vragen om uw tabletten weer in te nemen en om ze in een langzamer tempo te verminderen.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. De volgende bijwerkingen zijn gemeld met de frequenties zoals hieronder beschreven.

Zeer vaak bij meer dan 1 op de 10 patiënten
Vaak bij minder dan 1 op de 10 maar meer dan 1 op de 100 patiënten
Soms bij minder dan 1 op de 100 maar meer dan 1 op de 1000 patiënten
Zelden bij minder dan 1 op de 1000 maar meer dan 1 op de 10.000 patiënten
Zeer zelden bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten
Niet bekend kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald

Zeer vaak

  • slaperigheid, slaapproblemen, slapeloosheid, opwinding, nervositeit
  • hoofdpijn, tremor, duizeligheid
  • moeilijkheden met het scherpstellen van de ogen
  • hartkloppingen (palpitaties)
  • misselijkheid, droge mond, verstopping (obstipatie), diarree
  • overmatig zweten
  • algehele zwakte (asthenie)

Vaak

  • gewichtsafname of -toename
  • slaapstoornissen, concentratieproblemen, abnormale dromen, geheugenverlies (amnesie), angst, afgenomen zin in seks/vrijen (libido), toegenomen eetlust, afgenomen eetlust, verlies van eetlust, gevoelens van onverschilligheid (apathie), verwarring
  • migraine, waarnemingen van kriebelingen (paresthesie)
  • afwijkingen in het zien
  • oorsuizen (tinnitus)
  • verhoogde polsslag
  • orthostatische hypotensie (bloeddrukdaling door bijvoorbeeld opstaan), lage bloeddruk, hoge bloeddruk
  • loopneus (rhinitis), ontstoken bijneusholtes (sinusitis)
  • spijsverteringsstoornissen, braken, buikpijn, winderigheid, verhoogde speekselvloed, smaakstoornissen
  • huiduitslag, jeuk
  • plasproblemen, toename in plassen
  • uitblijven van de zaadlozing, problemen met de zaadlozing, uitblijven van een orgasme bij vrouwen, abnormaal orgasme bij vrouwen, abnormale of pijnlijke menstruatie, impotentie
  • vermoeidheid, gapen, aandachtsstoornis
  • spierpijn, gewrichtspijn
  • ontwenningsverschijnselen zoals duizeligheid, misselijkheid, braken, trillen, verwardheid, zweten, hoofdpijn, diarree, het gevoel van stekende naalden en elektrische schokken, slaapstoornissen (inclusief slapeloosheid en intense dromen), opwinding of angst, hartkloppingen, emotionele labiliteit, prikkelbaarheid en zichtstoornissen (zie rubriek 3 “Als u stopt met het innemen van dit middel”)

Soms

  • gevoel van overmatige blijdschap (euforie), toegenomen zin in seks/vrijen (libido)
  • agressie
  • gevoel van onwerkelijkheid/vervreemding van zichzelf of van het eigen gevoel (depersonalisatie), hallucinaties, overdreven opgewektheid gepaard gaande met het hebben van veel energie (manie)
  • verwijding van de pupillen (mydriasis)
  • bewegingsstoornissen, zoals een afwijkende houding en wriemelende bewegingen (extrapiramidale aandoening), toevallen
  • vertraagde hartslag
  • hoesten
  • toename van leverenzymen (gemeten met een bloedtest)
  • overgevoeligheid voor zonlicht (fotosensibiliteit), huiduitslag met vorming van bultjes (urticaria), haaruitval (alopecie), rode of paarse verkleuring van de huid (purpura)
  • achterblijven van urine in de blaas ten gevolge van een gestoorde blaaslediging (urineretentie)
  • vochtophoping (oedeem)
  • overgevoeligheidsreacties, bewustzijnsverlies, algemeen gevoel van ziek zijn (malaise)

Zelden

  • lage hoeveelheid natrium in het bloed (hyponatriëmie), een syndroom dat de aanmaak van urine door het lichaam beïnvloedt (SIADH)
  • serotoninesyndroom
  • bloedingen, inclusief bloedingen in de baarmoeder, maagdarmkanaal, huid en slijmvliezen
  • leverontsteking (hepatitis)
  • koorts

Zeer zelden

  • paniekaanval (dit symptoom kan veroorzaakt worden door de ziekte zelf)
  • afwijkingen in het hartritme
  • plotselinge vochtophoping in de huid en slijmvliezen (bijv. keel en tong), ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag, vaak als allergische reactie (angioneurotisch oedeem)
  • abnormale melkachtige afscheiding uit de borstklieren (galactorroe)
  • ernstige overgevoeligheidsreacties (anafylactische reacties), die kunnen uitmonden in een shock (sterke daling van de bloeddruk, bleekheid, onrust, zwakke snelle pols, klamme huid, verminderd bewustzijn) door een plotseling sterke vaatverwijding

Niet bekend

  • bloedafwijking (tekort aan bloedplaatjes) gepaard gaande met blauwe plekken en bloedingsneiging (trombocytopenie)
  • buitensporige, ongewenste (beschadigende, ongemak veroorzakende en soms fatale) reacties veroorzaakt door het normale immuunsysteem (overgevoeligheid)
  • tandenknarsen (bruxisme)
  • rusteloosheid
  • te weinig kalium in het bloed (hypokaliëmie)
  • abnormale ECG hartfilmpje (QT-verlenging)
  • neusbloeding (epitaxis)
  • abnormale leverfuctietest
  • bloeduitstorting (ecchymosis)
  • baarmoederbloeding (metorrhagia)
  • pijnlijke erectie (priapisme)
  • onplezierig gevoel van rusteloosheid of het onvermogen om stil te zitten of te staan (akathisie; zie rubriek 2 “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”)
  • Gedachten aan zelfdoding en suïcidaal gedrag
  • Er zijn meldingen van mensen die gedachten hebben over of gedrag vertonen met zelfbeschadiging of zelfmoordneigingen tijdens gebruik van citalopram of vlak na behandeling met citalopram (zie rubriek 2 “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”)

Andere mogelijke bijwerkingen

Bij patiënten die dit soort geneesmiddelen gebuiken, is een hogere kans op botbreuken gezien.

Als u een van de volgende symptomen krijgt, moet u stoppen met het gebruik van dit middel en onmiddellijk contact opnemen met uw arts:

  • Een snelle, onregelmatige hartslag en flauwvallen, wat tekenen kunnen zijn van een levensbedreigende aandoening die torsade de pointes heet.

Krijgt u veel last van een van de bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos, de blisterverpakking en de tablettencontainer na ‘EXP’. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum. Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

De werkzame stoff in dit middel is citalopram.

Citalopram STADA 10 mg

Elke filmomhulde tablet bevat 12,495 mg citalopramhydrobromide, overeenkomend met 10 mg citalopram.

Citalopram STADA 20 mg

Elke filmomhulde tablet bevat 24,99 mg citalopramhydrobromide, overeenkomend met 20 mg citalopram.

Citalopram STADA 30 mg

Elke filmomhulde tablet bevat 37,485 mg citalopramhydrobromide, overeenkomend met 30 mg citalopram.

Citalopram STADA 40 mg

Elke filmomhulde tablet bevat 49,98 mg citalopramhydrobromide, overeenkomend met 40 mg citalopram.

De andere stoffen in dit middel zijn:

Kern: mannitol, microkristallijne cellulose, watervrij colloïdaal silica, magnesiumstearaat. Filmomhulling: hypromellose, macrogol 6000, titaniumdioxide (E171).

Citalopram STADA 10 mg

Ronde, witte tabletten met een diameter van 6 mm.

Citalopram STADA 20 mg

Ronde, witte filmomhulde tabletten met een breukstreep en een diameter van 8 mm. De tablet kan worden verdeeld worden in gelijke doses.

Citalopram STADA 30 mg

Ronde, witte filmomhulde tabletten met een breukstreep en een diameter van 9 mm. De tablet kan worden verdeeld worden in gelijke doses.

Citalopram STADA 40 mg

Ronde, witte filmomhulde tabletten met een breukstreep en een diameter van 10 mm. De tablet kan worden verdeeld worden in gelijke doses.

Beschikbaar in blisterverpakkingen van 10, 14, 20, 28, 30, 50, 56, 98, 100 en 100 x 1 tabletten per verpakking en in een tablettencontainer met 250 en 500 tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

In het register ingeschreven onder

  • Citalopram STADA 10 mg, filmomhulde tabletten
  • Citalopram STADA 20 mg, filmomhulde tabletten
  • Citalopram STADA 40 mg, filmomhulde tabletten
  • Citalopram STADA 30 mg, filmomhulde tabletten
  • RVG 27633
  • RVG 27634
  • RVG 27635
  • RVG 31380

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

STADA Arzneimittel AG

Stadastrasse 2-18

D-61118 Bad Vilbel

Duitsland

Fabrikant:

ALIUD Pharma GmbH

Gottlieb-Daimler-Strasse 19

89150 Laichingen

Duitsland

Centrafarm Services B.V.

Nieuwe Donk 9

4879 AG Etten-Leur

Nederland

10 mg, 20 mg & 40 mg: Clonmel Healthcare Limited Waterford Road

Clonmel, Co. Tipperary Ierland

10 mg, 20 mg & 40 mg: PharmaCoDane ApS Marielundvej 46 A 2730 Herlev Denemarken

10 mg, 20 mg & 40 mg: S.A. Sanico N.V. Veedijk Industriezone IV 2300 Turnhout

België

STADA Arzneimittel AG

Stadastrasse 2-18

61118 Bad Vilbel

Duitsland

20 mg & 40 mg:

Doppel Farmaceutici S.r.I.

Via Volturno, 48, Quinto de Stampi Rozzano, Milano

Italië

Dit geneesmiddel is geregistreerd in lidstaten van de EEA onder de volgende namen:

  • België: Citalopram Eurogenerics 10 mg/20 mg/40 mg filmomhulde tabletten
- Denemarken: Citalopram PCD
  • Ierland: Ciprotan 10 mg/20 mg/40 mg film-coated tablets
  • Italië: Citalopram EG 20 mg/40 mg Compresse rivestite con film
  • Luxemburg: Citalopram EG 10 mg/20 mg/40 mg
  • Nederland: Citalopram STADA 10 mg/20 mg/30 mg/40 mg filmomhulde tabletten
  • Zweden: Citalopram STADA

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in oktober 2012

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK