Auteur: ratiopharm


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Citalopram behoort tot de groep geneesmiddelen van antidepressiva, zogenaamde selectieve heropnameremmers (SSRI’s). Iedereen heeft de lichaamseigen stof serotonine in de hersenen. Men denkt dat een tekort aan serotonine een depressie kan veroorzaken. Het is niet volledig duidelijk hoe citalopram werkt, maar het kan helpen om de hoeveelheid serotonine in de hersenen te verhogen.

Citalopram ratiopharm wordt gebruikt bij de behandeling van

- depressie (episodes van ernstige depressie)

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

  • u bent allergisch voor één van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6.
  • wanneer u geneesmiddelen van het type monoamine-oxidaseremmers (MAO remmers, onder andere gebruikt voor de behandeling van depressies, bijv. moclobemide) gebruikt of deze kortgeleden heeft gebruikt. Overleg, voordat u begint met het gebruik van Citalopram ratiopharm, eerst met uw arts, omdat het nodig kan zijn te wachten tot 14 dagen na beëindiging van het gebruik

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

van een MAO-remmer. De MAO-remmer selegiline (gebruikt voor de behandeling van de ziekte van Parkinson) mag gebruikt worden maar niet in hogere doseringen dan 10 mg per dag. Wanneer overgegaan wordt van Citalopram ratiopharm naar MAO-remmers, dient u tenminste 7 dagen te wachten voordat u begint met het innemen van MAO-remmers.

  • als u een aangeboren hartritmestoornis hebt of hier last van hebt gehad (vastgesteld met een ECG: een hartfilmpje)
  • als u andere geneesmiddelen gebruikt voor het behandelen van hartritmeproblemen of geneesmiddelen die invloed hebben op het hartritme. Zie ook de rubriek ‘Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?’
  • wanneer u linezolid inneemt (gebruikt voor behandeling van bacteriële infecties), tenzij er mogelijkheden zijn voor nauwlettende observatie door uw arts en monitoring van de bloeddruk

Wanneer één van deze waarschuwingen betrekking op u heeft, informeer dan uw arts voordat u Citalopram ratiopharm inneemt.

Neem contact op met uw arts voordat u citalopram gebruikt:

  • wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt (zie “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”).
  • als u last hebt of hebt gehad van hartproblemen of kort geleden een hartaanval hebt gehad.
  • als u in rust een trage hartslag hebt en/of u weet dat u een zouttekort hebt als gevolg van langdurige diarree en braken of door gebruik van diuretica (plaspillen).
  • als u last hebt van een snelle of onregelmatige hartslag, flauwvallen, toevallen of duizeligheid bij het opstaan, omdat dit kan wijzen op een afwijkende hartslag.
  • wanneer u suikerziekte (diabetes) heeft, omdat uw arts mogelijk de doses insuline, of andere geneesmiddelen om uw bloedsuiker te verlagen, moet aanpassen.
  • wanneer u epilepsie of een verleden van aanvallen heeft of begint te lijden aan epileptische aanvallen gedurende de behandeling met Citalopram ratiopharm. Uw arts kan besluiten de behandeling met Citalopram ratiopharm te beëindigen wanneer epileptische aanvallen voorkomen.
  • wanneer u elektroshocktherapie ontvangt (Electro Convulsie Therapie of ECT).
  • wanneer u lijdt aan manische episoden/hypomanische episoden (overactief gedrag of overactieve gedachten). Uw arts kan besluiten de behandeling met Citalopram ratiopharm te beëindigen wanneer u een manische fase ingaat.
  • wanneer u een verleden heeft van stollingsstoornissen of snel bloedingen heeft of wanneer u geneesmiddelen gebruikt die mogelijk het risico op bloedingen verhogen (zie “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”).
  • wanneer u andere psychiatrische aandoeningen heeft (psychoses).
  • wanneer u lijdt aan lever- of nierproblemen. Mogelijk moet uw arts de dosering Citalopram ratiopharm verlagen.
  • Als u ouder bent dan 65 jaar.
  • wanneer u bepaalde oogproblemen heeft, zoals bepaalde soorten glaucoom (verhoogde oogdruk).

Gedachten over zelfmoord en verergering van uw depressie of angststoornis

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

Als u depressief bent en/of lijdt aan angststoornissen kunt u soms gedachten hebben over zelfbeschadiging of zelfmoord. Deze gedachten kunnen toenemen als u voor het eerst middelen tegen depressie (antidepressiva) gaat innemen, aangezien deze geneesmiddelen allemaal de tijd nodig hebben, in het algemeen ongeveer 2 weken of soms langer, om te gaan werken.

U heeft een meer waarschijnlijke kans dat u dit soort gedachten vertoont:

  • als u al eerder gedachten heeft gehad over zelfmoord of zelfbeschadiging
  • als u een jong volwassene bent. Informatie uit klinische onderzoeken heeft een toegenomen risico aangetoond op zelfmoordgedrag bij jonge volwassenen jonger dan 25 jaar oud met psychiatrische

aandoeningen die behandeld werden met een antidepressivum.

Als u op enig moment gedachten over zelfbeschadiging of zelfmoord hebt, neem dan direct contact op met uw arts of ga direct naar het ziekenhuis.

Het kan helpen als u een vriend of familielid vertelt dat u zich depressief voelt of dat u lijdt aan een angststoornis en hen vraagt deze bijsluiter te lezen. U kunt hen vragen u te vertellen of zij denken dat uw depressie of angststoornis erger wordt of dat zij zich zorgen maken over veranderingen in uw gedrag.

Kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar

Citalopram ratiopharm dient niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar. Patiënten jonger dan 18 jaar hebben een verhoogd risico op zelfmoordpogingen, zelfmoordgedachten en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag en woede) als zij behandeld worden met geneesmiddelen uit deze therapeutische klasse. Ondanks dit alles kan uw arts aan patiënten jonger dan 18 jaar Citalopram ratiopharm voorschrijven omdat dit in het belang van de patiënt is. Als uw arts Citalopram ratiopharm heeft voorgeschreven aan een patiënt die jonger is dan 18 en u wilt dit bespreken, dan wordt u verzocht contact op te nemen met uw arts. Indien bij patiënten jonger dan 18 jaar één van de hiervoor genoemde symptomen zich ontwikkelt of verslechtert bij inname van Citalopram ratiopharm, dan wordt u verzocht uw arts hierover te informeren. Lange termijn veiligheidsgegevens van Citalopram ratiopharm over groei, ontwikkeling en cognitieve en gedragsontwikkeling ontbreken voor deze leeftijdsgroep.

Gevoel van rusteloosheid en psychomotore opwinding

Wees extra voorzichtig wanneer symptomen optreden als een innerlijk gevoel van rusteloosheid en psychomotorische opwinding, zoals niet kunnen stilzitten of stilstaan, gewoonlijk samengaand met een gevoel van angst (acathisie). Deze verschijnselen treden meestal op in de eerste weken van de behandeling. Het verhogen van de dosering van Citalopram ratiopharm kan deze gevoelens nog slechter maken (zie rubriek 4 “Mogelijke bijwerkingen”).

Serotonine-syndroom

Informeer onmiddellijk uw arts wanneer één van onderstaande symptomen optreden gedurende de behandeling met Citalopram ratiopharm omdat dit kan duiden op het zogeheten serotonine -syndroom. De symptomen zijn: hoge koorts, trillen (tremor), plotselinge bewegingen van de spieren en agitatie. Wanneer dergelijke verschijnselen ontstaan zal uw arts de behandeling met Citalopram ratiopharm onmiddellijk staken.

Laag natriumgehalte in het bloed

Citalopram ratiopharm kan in zeldzame gevallen, voornamelijk bij oudere vrouwelijke patiënten, een te

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

laag natriumgehalte in het bloed en een ongewone afscheiding van een bepaald hormoon in de hersenen dat de vochtbalans in het lichaam regelt (syndroom van inadequate secretie van het antidiuretische hormoon (SIADH)) veroorzaken. Informeer uw arts wanneer u zich ziek, onwel met slappe spieren of verward voelt tijdens de behandeling met Citalopram ratiopharm.

Ontwenningsverschijnselen bij het stoppen

Ontwenningsverschijnselen bij het stoppen van de behandeling komen vaak voor, vooral wanneer het stoppen met Citalopram ratiopharm plotseling gebeurt. Het risico op ontwenningsverschijnselen kan afhankelijk zijn van een aantal factoren zoals de duur en dosering van de behandeling en de snelheid waarmee de dosering wordt verlaagd. Duizeligheid, zintuiglijke stoornissen (waaronder paresthesie, een stoornis in de gevoelswaarnemingen en elektroshock stoornissen), slaapstoornissen (waaronder slapeloosheid en intense dromen), nervositeit of angst, misselijkheid en/of braken, beven, verwarring, zweten, hoofdpijn, diarree, palpitaties (hartkloppingen), emotionele instabiliteit, prikkelbaarheid en stoornissen in het zien zijn gerapporteerd. In het algemeen zijn deze bijwerkingen mild tot matig, hoewel ze bij sommige patiënten ernstig en intensief kunnen zijn. Ze treden meestal op binnen de eerste dagen na het stoppen met de behandeling, maar er zijn zeer zeldzame meldingen van zulke symptomen bij patiënten die onopzettelijk een dosering gemist hebben. In het algemeen zijn deze symptomen zelfbeperkend en verdwijnen ze meestal binnen 2 weken, hoewel ze bij sommige mensen langer kunnen duren (2-3 maanden of langer). Daarom wordt geadviseerd om de dosering met Citalopram ratiopharm geleidelijk af te bouwen over een periode van een aantal weken of maanden, naar de behoefte van de patiënt.

Wanneer onverdraagbare verschijnselen optreden als gevolg van een dosisvermindering of als gevolg van het staken van de behandeling, dient men te overwegen om de eerder voorgeschreven dosering te hervatten. Nadien kan de arts het verlagen van de dosering voortzetten, maar dan in een geleidelijker tempo.

Gebruikt u naast Citalopram ratiopharm nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan aan uw arts of apotheker.

GEBRUIK DIT MIDDEL NIET als u ook geneesmiddelen gebruikt voor hartritmeproblemen of geneesmiddelen die invloed hebben op het hartritme, zoals klasse IA - of III-antiaritmica, antipsychotica (bijv. fentiazine derivaten, pimozide, haloperidol), tricyclische antidepressiva, bepaalde antimicrobiële middelen (zoals sparfloxacine, moxifloxacine, erytromycine iv, pentamidine, behandelingen bij malaria, met name halofantrine) of bepaalde antihistaminica (astemizo l, mizolastine). Als u hierover nog vragen hebt, neem dan contact op met uw arts.

Wanneer u één van de onderstaande geneesmiddelen inneemt of kortgeleden heeft ingenomen en dit nog niet met uw behandelend arts heeft besproken, dient u de behandelend arts om advies te vragen. De dosering dient mogelijk te worden aangepast of u dient een ander geneesmiddel voorgeschreven te krijgen.

  • monoamine-oxidaseremmers en linezolid (zie “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?”).
  • selegiline (middel gebruikt bij de ziekte van Parkinson)

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

  • buspirone (middel gebruikt bij angststoornissen)
  • geneesmiddelen genoemd triptanen zoals sumatriptan (geneesmiddel wat wordt gebruikt voor de behandeling van migraine).
  • tramadol (geneesmiddel dat wordt gebruikt bij ernstige pijn).
  • antistollingsmiddelen, dipiridamol en ticlopidine (bloedverdunners).
  • acetylsalicylzuur, niet steroïde anti-ontstekingsmiddelen (NSAIDs) zoals ibuprofen (geneesmiddelen voor de behandeling van ontstekingen en pijn).
  • neuroleptica (fenothiazines (bijvoorbeeld thiorid azine), thioxanthenen, butyrofenonen (bijvoorbeeld haloperidol), atypische antipsychotica, bijvoorbeeld risperidon (geneesmiddelen voor de behandeling van bepaalde psychiatrische aandoeningen).
  • tricyclische antidepressiva (geneesmiddelen voor de behandeling van depressie).
  • kruidenpreparaten welke Sint Janskruid (Hypericum perforatum) bevatten.
  • cimetidine, omeprazol, esomeprazol, lanzoprazol (geneesmiddelen die worden gebruikt om de productie van maagzuur te verlagen).
  • lithium (geneesmiddel dat wordt gebruikt bij manie) en tryptofaan (voorloper van serotonine).
  • imipramine, desipramine, clomipramine, nortriptyline (geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van depressie).
  • fluvoxamine (geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van depressie en obsessieve dwangmatige stoornis).
  • mefloquine (geneesmiddel voor de behandeling van malaria).
  • bupropion (geneesmiddel voor de behandeling van depressie en om het stoppen met roken te stimuleren).
  • flecaïnide, propafenon (geneesmiddelen voor de behandeling van een onregelmatige hartslag)
  • metoprolol (middel voor de behandeling van hartfalen).
  • geneesmiddelen die lage bloedspiegels van kalium of magnesium kunnen veroorzaken. Vraag uw arts of apotheker of het geneesmiddel dat u gelijktijdig inneemt met Cital opram ratiopharm behoort tot deze groep.

Het wordt aanbevolen om geen alcohol te drinken tijdens de behandeling met Citalopram ratiopharm. Citalopram ratiopharm kan worden ingenomen met of zonder voedsel.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Zorg dat uw verloskundige en/of arts weet dat u Citalopram ratiopharm gebruikt. Bij gebruik tijdens de zwangerschap, vooral in de laatste drie maanden van de zwangerschap, kunnen geneesmiddelen als

Citalopram ratiopharm het risico op een bepaalde ernstige aandoening bij baby’s verhogen. Deze aandoening wordt “persisterende pulmonale hypertensie van de pasgeborene” (PPHN) genoemd en veroorzaakt een versnelde ademhaling en blauwachtige verkleuring van de huid van de baby. Deze verschijnselen beginnen meestal in de eerste 24 uur nadat de baby is geboren. Al s dit met uw baby gebeurt, moet u onmiddellijk contact opnemen met uw verloskundige en/of arts.

Verder, indien u Citalopram ratiopharm gedurende de laatste 3 maanden van uw zwangerschap gebruikt en tot aan de dag van de geboorte moet u zich bewust zijn van de volgende bijwerkingen die dit kan

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

hebben op uw pasgeborene: toevallen, te warm of te koud zijn, moeite met voeden, overgeven, laag bloedsuikergehalte, stijve of slappe spieren, overactieve reflexen, tremor, schrikkerig, geïrriteerd, vermoeid, constant huilen, slaperigheid of moeite met slapen. Als uw pasgeboren kind één van deze symptomen krijgt neem dan direct contact op met uw verloskundige of arts.

Als u borstvoeding geeft, vraag dan uw arts om advies. U moet geen borstvoeding geven aan uw kind als u Citalopram ratiopharm gebruikt omdat kleine hoeveelheden van het geneesmiddel in de moedermelk terechtkomen.

Uit dieronderzoek is gebleken dat citalopram de kwaliteit van het sperma verlaagt. In theorie kan dit van invloed zijn op de vruchtbaarheid, maar tot nu toe is er geen effect op de vruchtbaarheid bij de mens waargenomen.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Citalopram ratiopharm heeft een lichte tot matige invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken. Echter, geneesmiddelen die het centraal zenuwstelsel beïnvloeden kunnen het vermogen om beslissingen te nemen en te reageren op noodgevallen verminderen. U dient niet te rijden of machines te bedienen totdat u weet hoe u reageert op Citalopram ratiopharm. Raadpleeg bi j twijfel uw arts of apotheker.

Hoe gebruikt u dit middel?

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

40 mg

Citalopram ratiopharm 40 mg is niet geschikt voor alle doseringen zoals hieronder beschreven. Voor deze doseringen zijn andere citalopram-bevattende producten in de handel.

Gebruik bij volwassenen

De gebruikelijke dosis is 20 mg citalopram per dag. Uw arts kan dit verhogen naar maximaal 40 mg per dag.

Gebruik bij oudere patiënten (vanaf 65 jaar)

Er moet begonnen worden met een halve startdosis, d.w.z. 10-20 mg per dag. Oudere patiënten mogen doorgaans niet meer dan 20 mg per dag krijgen.

Gebruik bij patiënten met extra risico

Patiënten met leverklachten mogen niet meer dan 20 mg per dag krijgen.

Citalopram ratiopharm wordt 1 maal per dag oraal ingenomen, ‘s ochtends of ’s avonds.

De filmomhulde tabletten kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen, maar wel met wat vlo eistof.

Citalopram ratiopharm werkt niet direct. U zult pas na ongeveer 2 weken een verbetering merken. Nadat

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

de ziekteverschijnselen verdwenen zijn, dient u citalopram nog 4-6 maanden te gebruiken.

Stoppen met de behandeling

Citalopram ratiopharm dient langzaam afgebouwd te worden om zo het risico op ontwenningsverschijnselen te beperken. Uw arts zal adviseren de dosering over een periode van 1 -2 weken geleidelijk aan af te bouwen (zie “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”).

Wanneer u of iemand anders teveel van Citalopram ratiopharm heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of de eerste hulp afdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

De volgende bijwerkingen kunnen optreden: onregelmatige hartslag, epileptische aanvallen, verandering in het hartritme, onwel voelen (misselijk), overgeven, zweten, versuft voelen, bewusteloos raken, versnelde hartslag, tremor, verandering in de bloeddruk, agitatie, duizeligheid, vergrote pupill en, blauwachtige verkleuring van de huid, versnelde ademhaling. Ook kan het serotonine-sydroom optreden (zie rubriek 4 “Mogelijke bijwerkingen”).

Wanneer u bent vergeten een dosis in te nemen, neem dan de volgende dosis op de gebruikelijke tijd. Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Stop niet met het gebruik van Citalopram ratiopharm totdat u arts u dit mededeelt. Citalopram ratiopharm dient langzaam afgebouwd te worden, geadviseerd wordt om de dosering geleidelijk aan over een periode van tenminste 1-2 weken af te bouwen. Het is belangrijk dat u de instructies van uw arts volgt. Stoppen met de behandeling van Citalopram ratiopharm, vooral wanneer plots eling wordt gestopt, kan resulteren in het optreden van ontwenningsverschijnselen ( zie ‘Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?’). Neem contact op met uw arts wanneer ontwenningsverschijnselen optreden nadat u gestopt bent met de behandeling van Citalopram ratiopharm.

Heeft u nog andere vragen heeft over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Ernstige bijwerkingen

Als u één van de volgende symptomen ontwikkeld moet u direct stoppen met het gebruik van Citalopram ratiopharm en onmiddellijk naar uw arts gaan:

- een snelle, onregelmatige hartslag en flauwvallen, wat tekene n kunnen zijn van een levensbedreigend

aandoening die torsade de pointes heet;

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

  • moeite met ademhalen;
  • opzwellen van het gezicht, lippen, tong of keel waardoor er moeite ontstaat met slikken of ademhalen;
  • ernstig jeukende huid (met opgezwollen bulten).

Serotonine-syndroom is gemeld in zeldzame gevallen bij patiënten die behandeld werden met dit soort antidepressiva (SSRI’s). Vertel het uw arts als u hoge koorts, trillen (tremor), plotselinge spierbewegingen en agitatie krijgt, omdat deze symptomen kunnen duiden op het ontwikkelen van deze aandoening. Behandeling met Citalopram ratiopharm moet onmiddellijk worden beëindigd.

Als u één van de volgende symptomen opmerkt moet u onmiddellijk contact opnemen met uw arts omdat uw dosering mogelijk verminderd moet worden of u mogelijk moet stoppen met het gebruik:

  • Als u voor het eerst toevallen krijgt of als u al langer toevallen had maar deze worden meer frequent.
  • Als uw gedrag verandert omdat u zich opgetogen of overenthousiast voelt.
  • Vermoeidheid, verwardheid en trekkingen van uw spieren. Dit kunnen teken zijn van een laag zoutgehalte in uw bloed.

Als u gedachtes heeft over zelfbeschadiging of zelfmoord op enig moment, neem dan contact op met uw arts of ga direct naar een ziekenhuis.

De bijwerkingen van Citalopram ratiopharm zijn meestal mild en van voorbijgaande aard. Ze komen het meest voor tijdens de eerste week van de behandeling en verminderen meestal wanneer de depressieve toestand verbetert.

  • slaperigheid, moeilijkheden met slapen, opwinding, hoofdpijn,
  • misselijk gevoel, droge mond, toegenomen zweten.
  • gevoel van zwakte en vermoeidheid (asthenie).
  • moeite met scherpstellen van de ogen op verschillende afstanden
  • verminderde eetlust of gebrek aan eetlust, gewichtsafname
  • agitatie, nerveus zijn, verwardheid
  • angst, abnormale dromen, geheugenverlies, apathie
  • migraine
  • tremor, tintelingen of doof gevoel in de handen of voeten, duizeligheid
  • verstoorde aandacht
  • afwijkingen in de smaak
  • oorsuizen (tinnitus)
  • versnelde hartslag (palpitatie), hoge of lage bloeddruk
  • geeuwen, rhinitis, sinitus
  • diarree, overgeven, verstopping, maagproblemen (bijv: buikpijn, indigestie, winderigheid),

toegenomen speeksel

- jeuk

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

  • pijn in spieren en gewrichten
  • overmatige of abnormaal veel urineproductie
  • verminderd libido
  • voor vrouwen: geremd orgasme bij de vrouw, pijnlijk verloop van de menstruatie
  • voor mannen: verstoorde zaadlozing, erectie stoornis
  • impotentie
  • moe voelen
  • toename in eetlust, toename van gewicht
  • agressie, dingen zien en horen die er niet zijn (hallucinaties), overactief gedrag of gedachte (manie), vervreemding van zichzelf (depersonalisatie), euforie
  • plotseling verlies van bewustzijn (gedurende enkele sec onden of meerdere minuten [syncope])
  • vergrote pupillen (het donkere midden van het oog)
  • snelle of langzame hartslag
  • netelroos, haar uitval, uitslag, gemakkelijk oplopen van blauwe plekken, overgevoelig voor licht
  • moeite met urineren
  • abnormaal hevig en verlengde menstruatie
  • opzwellen van armen of benen
  • lager zoutgehalte in het bloed dan normaal is, met name bij oudere vrouwelijke patiënten
  • toegenomen libido
  • stuipen, onvrijwillige bewegingen
  • bloedingen
  • ontsteking van de lever (hepatitis)
  • hoesten
  • koorts
  • gevoel van onbehagen

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten)

- onregelmatige hartslag

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

  • toename in bloeding of blauwe plekken vanwege een verminderd aantal bloedplaatjes
  • laag kaliumgehalte in het bloed (hypokaliaemie)
  • paniek aanval
  • tandenknarsen
  • ongebruikelijke spiertrekkingen of stijfheid
  • rusteloos gevoel, onvrijwillige bewegingen van de spieren (acathisie) (zie: ”Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?””)
  • visus stoornissen
  • veranderingen in het elektrocardiogram (ECG)
  • verminderde bloeddruk bij het opstaan vanuit zittende of liggende positie (soms vergezeld door

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

duizeligheid)

  • bloedneus
  • bloedingstoornissen waaronder gastro-enteraal, rectaal, huid en spier bloedingen
  • abnormale leverfunctie testen
  • plotseling opzwellen van de huid en slijmvliezen vanwege vochtretentie
  • Baarmoederlijke bloeding met onregelmatige tussenpozen
  • bij mannen: pijnlijke erecties
  • productie van borstmelk bij mannen of bij vrouwen die geen borstvoeding geven (galactorrhoea) zelfmoordgedachten/zelfmoordgedrag (zie “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”).
  • Bij patiënten die dit soort geneesmiddelen gebruiken, is een hogere kans op botbreuken gezie n.

Bijwerkingen zullen meestal na enkele dagen verdwijnen. Als de bijwerkingen problemen op leveren of aanhouden, of als u een andere ongebruikelijke bijwerking ontwikkelt terwijl u Citalopram ratiopharm gebruikt, vertel het dan aan uw arts.

Ontwenningsverschijnselen na stoppen

Zie “Als u stopt met het gebruik van dit middel”.

Krijgt u veel last van één van de bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de verpakking na

“EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met de geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op e en verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

Het werkzame stof in dit middel is citalopram.

10 mg

Elke filmomhulde tablet bevat 10 mg citalopram (als hydrobromide) 20 mg

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

Citalopram-ratiopharm 10 mg Filmtabletten Citalopram-ratiopharm 10 mg tabletti, Kalvopäällysteinen Citalopram ratiopharm 10 mg, filmomhulde tabletten Citalopram "ratiopharm" 10 mg-Filmtabletten

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

Elke filmomhulde tablet bevat 20 mg citalopram (als hydrobromide) 40 mg

Elke filmomhulde tablet bevat 40 mg citalopram (als hydrobromide)

De andere stoffen in dit middel zijn:

Tabletkern: mannitol, microkristallijne cellulose, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat Tablet coating: hypromellose, macrogol 6000, titaandioxide (E171).

Citalopram ratiopharm 10 mg zijn ronde, witte filmomhulde tabletten met een diameter van 6 mm. Citalopram ratiopharm 20 mg zijn ronde, witte filmomhulde tabletten met deelstreep en een diameter van 8 mm. De tabletten kunnen in gelijke doses worden verdeeld.

Citalopram ratiopharm 40 mg zijn ronde, witte filmomhulde tabletten met deelstreep en een diameter van 10 mm. De tabletten kunnen in gelijke doses worden verdeeld.

Blisterverpakkingen met 10, 14, 20, 28, 30, 50, 56, 98 of 100, 100x1 filmomhulde tabletten. Tablettencontainer met 100, 250 of 500 filmomhulde tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen ratiopharm Nederland bv

Swensweg 5 2031 GA Haarlem Nederland

Fabrikant

Merckle GmbH

Ludwig Merckle Straße 3

89143 Blaubeuren

Duitsland

In het register ingeschreven onder

RVG 25150 - Citalopram ratiopharm 10 mg, filmomhulde tabletten.

RVG 25151 - Citalopram ratiopharm 20 mg, filmomhulde tabletten.

RVG 25152 - Citalopram ratiopharm 40 mg, filmomhulde tabletten.

Dit geneesmiddel is geregistreerd in lidstaten van de EEA onder de volgende namen:

10 mg Duitsland: Finland: Nederland: Oostenrijk:

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

CITALOPRAM RATIOPHARM 10 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 20 MG CITALOPRAM RATIOPHARM 40 MG filmomhulde tabletten

20 mg  
België: Citalopram-ratiopharm 20 mg
Duitsland: Citalopram-ratiopharm 20 mg Filmtabletten
Finland: Citalopram-ratiopharm 20 mg tabletti, kalvopäällysteinen
Nederland: Citalopram ratiopharm 20 mg, filmomhulde tabletten
Oostenrijk: Citalopram "ratiopharm" 20 mg-Filmtabletten
Slowakije: Citalopram-ratiopharm 20 mg
Spanje: Citaleq 20 mg comprimidos recubiertos
Tsjechië: Citalopram-ratiopharm 20 mg
40 mg  
Duitsland: Citalopram-ratiopharm 40 mg Filmtabletten
Finland: Citalopram-ratiopharm 40 mg tabletti, kalvopäällysteinen
Nederland: Citalopram ratiopharm 40 mg, filmomhulde tabletten

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in juli 2013.

0913.8v.ES

RVG 25150_1_2 PIL 0913.8v .ES

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK