Auteur: Rapidscan Pharma Solutions


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Rapiscan bevat de werkzame stof regadenoson. Deze behoort tot een groep geneesmiddelen die ‘coronaire vaatverwijders’ worden genoemd. Het zorgt ervoor dat de slagaders van het hart zich verwijden en de hartfrequentie toeneemt. Daardoor wordt de bloedstroom naar de spieren van het hart vergroot.

Dit middel wordt gebruikt om uw medische toestand te onderzoeken.

Rapiscan wordt bij volwassenen gebruikt bij een soort hartscans die ‘beeldvorming van de myocardperfusie’ worden genoemd.

Bij de scan wordt gebruik gemaakt van een radioactieve stof, een zogenaamd ‘radiofarmaceuticum’, om beelden te maken. Deze beelden tonen hoe goed het bloed naar de spieren van het hart stroomt. Meestal wordt lichamelijke inspanning via een tredmolen gebruikt om het hart te belasten voordat een scan wordt gemaakt. Tijdens de lichamelijke inspanning wordt een kleine hoeveelheid radiofarmaceuticum in het lichaam ingespoten, vaak in een ader in de hand. Daarna worden beelden gemaakt van het hart. De arts kan dan zien of de spieren van het hart onder belasting voldoende doorbloed worden.

Voor het maken van de scan wordt Rapiscan gebruikt in plaats van lichamelijke inspanning, als iemand daartoe niet voldoende in staat is.

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer zal uw arts Rapiscan niet bij u toedienen?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U heeft een lage hartfrequentie (een hartblok van een hoge graad of een aandoening van de sinusknoop) en er is geen pacemaker bij u geplaatst.
  • U heeft pijn op de borst die onvoorspelbaar is (instabiele angina) en die na behandeling niet verbeterd is.
  • U heeft een lage bloeddruk (hypotensie).
  • U heeft hartfalen.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Voordat Rapiscan bij u wordt toegediend, moet u uw arts erover inlichten:

  • als u onlangs ernstige hartklachten heeft gehad (bijvoorbeeld een hartaanval of een afwijkend hartritme).
  • als u een hartritmestoornis heeft die lang-QT-syndroom wordt genoemd.
  • als u aan episodes van hartblok lijdt (wat de hartslag kan vertragen) of als u een zeer lage hartfrequentie heeft.
  • als u een aandoening van hart of bloedvaten heeft, in het bijzonder een aandoening die verergert wanneer uw bloeddruk daalt. Hiertoe behoren een klein bloedvolume (veroorzaakt, bijvoorbeeld, door ernstige diarree of dehydratatie of de inname van plaspillen), ontsteking rond het hart (pericarditis) en bepaalde vormen van aandoeningen aan de hartkleppen of slagaders (bijvoorbeeld aorta- of mitralisstenose).
  • als u astma of een longziekte heeft.

Als één van deze situaties op u van toepassing is, vertel dit dan uw arts vóór de injectie.

Kinderen

Rapiscan dient niet te worden gebruikt bij kinderen jonger dan 18 jaar.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Rapiscan nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.

Extra voorzichtigheid is geboden met de volgende geneesmiddelen:

  • theofylline, een geneesmiddel voor de behandeling van astma en andere longziektes, mag gedurende ten minste 12 uur vóór de toediening van Rapiscan niet worden gebruikt, omdat dit middel het effect van Rapiscan kan blokkeren.
  • dipyridamol, een geneesmiddel ter voorkoming van bloedstolsels, mag gedurende ten minste 2 dagen vóór de toediening van Rapiscan niet worden gebruikt, omdat dit middel het effect van Rapiscan kan veranderen.

Waarop moet u letten met eten en drinken?

U mag gedurende ten minste 12 uur vóór de toediening van Rapiscan geen cafeïnehoudende voedingsmiddelen of dranken nuttigen (bijvoorbeeld thee, koffie, chocolademelk, cola of chocolade). De reden hiervoor is dat cafeïne het effect van Rapiscan kan beïnvloeden.

Zwangerschap en borstvoeding

Voordat u Rapiscan krijgt toegediend, moet u het uw arts vertellen:

  • als u zwanger bent of denkt dat u zwanger bent. Er is onvoldoende informatie over het gebruik van Rapiscan bij zwangere vrouwen. In dieronderzoek zijn schadelijke effecten waargenomen, maar het is niet bekend of er een risico is voor de mens. Uw arts zal Rapiscan alleen bij u toedienen, als het absoluut noodzakelijk is.
  • als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of Rapiscan in de moedermelk terecht kan komen. Rapiscan zal alleen bij u worden toegediend, als uw arts dit noodzakelijk acht. Na toediening van Rapiscan dient u gedurende ten minste 10 uur geen borstvoeding te geven.

Wilt u zwanger worden, bent u zwanger of geeft u borstvoeding, neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u geneesmiddelen gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Rapiscan kan duizeligheid veroorzaken. Rapiscan kan ook andere symptomen (hoofdpijn of kortademigheid) oproepen die uw rijvaardigheid of uw vermogen om machines te bedienen kunnen beïnvloeden. Deze effecten duren meestal niet langer dan 30 minuten. Bestuur geen auto of ander voertuig en gebruik geen machines of gereedschap totdat deze effecten zijn verbeterd.

Stoffen in dit middel waarmee u rekening moet houden

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis. Nadat u Rapiscan toegediend heeft gekregen, krijgt u een injectie met een natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing die 45 mg natrium bevat. Voorzichtigheid is geboden wanneer u een gecontroleerd natriumdieet heeft.

Hoe gebruikt u dit middel?

Rapiscan wordt ingespoten door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg (een arts, verpleegkundige of medisch-technisch assistent) in een medische instelling waar uw hart en bloeddruk kunnen worden bewaakt. Het middel wordt als een enkele dosis van 400 microgram in een oplossing van 5 ml direct in een ader ingespoten – de injectie zal in totaal ongeveer 10 seconden duren. De ingespoten dosis is niet van uw gewicht afhankelijk.

U krijgt ook een injectie met een natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing (5 ml) en een injectie met een kleine hoeveelheid van een radioactieve stof (radiofarmaceuticum).

Als u Rapiscan toegediend krijgt, zal uw hartfrequentie snel stijgen. Uw hartfrequentie en bloeddruk worden bewaakt.

Na de injectie met Rapiscan moet u blijven zitten of liggen totdat uw hartfrequentie en bloeddruk weer terugkeren naar uw normale waarden. De arts, verpleegkundige of medisch-technisch assistent zal u vertellen wanneer u weer op mag staan.

Nadat er genoeg tijd is verstreken om het radiofarmaceuticum de hartspier te laten bereiken, wordt er een scan van uw hart gemaakt.

Heeft u te veel van dit middel toegediend gekregen?

Sommige mensen hadden last van opvliegers, duizeligheid en een verhoogde hartfrequentie wanneer ze te veel van dit middel hadden toegediend gekregen. Als uw arts denkt dat u ernstige bijwerkingen heeft of als de effecten van Rapiscan te lang duren, kunt u eventueel een injectie krijgen met een geneesmiddel, aminofylline genoemd, dat deze effecten vermindert.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan Rapiscan bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

De bijwerkingen zijn meestal mild van aard. Ze beginnen doorgaans snel na de injectie met Rapiscan en zijn meestal binnen 30 minuten weer verdwenen. Gewoonlijk hoeven ze niet behandeld te worden.

Ernstiger bijwerkingen zijn:

  • plotselinge hartstilstand of beschadiging van het hart, hartblok (een stoornis van de elektrische signalen van het hart, waarbij het signaal niet van de bovenste naar de onderste hartkamers wordt geleid), versnelde hartslag
  • lage bloeddruk die kan leiden tot flauwvallen of miniberoertes (waaronder zwakte van de spieren van het gezicht of niet kunnen spreken)
  • een allergische reactie die onmiddellijk of met vertraging kan optreden na injectie met Rapiscan en de volgende verschijnselen kan geven: huiduitslag, licht verheven jeukende huiduitslag (urticae), zwelling onder de huid in de buurt van de ogen of keel, een opgezette keel en problemen met ademhalen

Vertel het uw arts meteen als u denkt dat u ernstige bijwerkingen heeft. Uw arts kan u dan eventueel een injectie geven met een geneesmiddel, aminofylline genoemd, dat deze effecten vermindert.

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen

(komt voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers)

  • hoofdpijn, duizeligheid
  • kortademigheid
  • pijn op de borst
  • veranderingen in hartfilmpjes (elektrocardiogram)
  • opvliegers
  • maagklachten

Vaak voorkomende bijwerkingen

(komt voor bij 1 tot 10 op de 100 gebruikers)

  • pijn in het hart (angina), afwijkend hartritme, snelle hartslag, voelen dat het hart een slag overslaat, "fladdert" of te hard of te snel slaat (palpitaties, hartkloppingen)
  • lage bloeddruk
  • druk op de keel, irritatie van de keel, hoesten,
  • braken, misselijkheid
  • zich onwel of zwak voelen
  • overmatig transpireren
  • pijn in de rug, armen, benen, nek of kaken
  • bot- en spierklachten
  • tintelend gevoel, verminderde gevoeligheid, smaakverandering
  • mondklachten

Soms voorkomende bijwerkingen

(komt voor bij 1 tot 10 op de 1.000 gebruikers)

  • plotselinge hartstilstand of beschadiging van het hart, hartblok (een stoornis van de elektrische signalen van het hart, waarbij het signaal niet van de bovenste naar de onderste hartkamers wordt geleid), vertraagde hartslag
  • toevallen, flauwvallen, miniberoertes (waaronder zwakte van het gezicht of niet kunnen spreken), verminderde aanspreekbaarheid (waaronder mogelijk comateuze toestand), trillen, slaperigheid
  • een allergische reactie die de volgende verschijnselen kan geven: huiduitslag, licht verheven jeukende huiduitslag (urticae), zwelling onder de huid in de buurt van de ogen of keel, een opgezette keel, problemen met ademhalen
  • snelle ademhaling
  • hoge bloeddruk, bleekheid, koude ledematen
  • wazig zien, pijn in de ogen
  • angst, slaapproblemen
  • oorsuizen
  • opgezet gevoel, diarree, onvrijwillig verlies van ontlasting
  • roodheid van de huid
  • pijn in de gewrichten
  • pijn of klachten rond de plaats van de injectie, pijn in het hele lichaam

Heeft u een bijwerking die langer dan een uur aanhoudt? Of maakt u zich zorgen over een bijwerking? (Dat kunnen zelfs bijwerkingen zijn die niet in deze bijsluiter staan.) Vertel dit dan aan een arts of verpleegkundige.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het bereik en zicht van kinderen houden.

Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de injectieflacon en op de doos na EXP.

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

Gebruik de oplossing niet als hij verkleurd is of deeltjes bevat.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen zo niet in het milieu.

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK