Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Escitalopram behoort tot de groep van zogenaamde selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s). Deze geneesmiddelen werken op het serotoninesysteem in de hersenen door het verhogen van het serotonine niveau. Verstoringen van het serotoninesysteem worden beschouwd als een belangrijke factor in de ontwikkeling van (ernstige) neerslachtigheid en daaraan gerelateerde ziektebeelden.

Escitalopram bevat escitalopram en wordt gebruikt voor de behandeling van (ernstige) neerslachtigheid (depressie, depressieve episodes) en angststoornissen (zoals paniekstoornis met of zonder pleinvrees, sociale angststoornis, gegeneraliseerde angststoornis (langdurig aanhoudende angst en bezorgdheid) en obsessievecompulsieve stoornis (dwanggedachten ofwel dwanghandelingen)).

Volg bij het gebruik van Escitalopram nauwgezet het advies van uw arts. Raadpleeg bij twijfel uw arts of apotheker.

Volwassenen

(ernstige) neerslachtigheid (depressie):

De gebruikelijke dosering bedraagt 10 mg eenmaal per dag. De dosering kan door uw arts tot maximaal 20 mg per dag worden verhoogd.

Paniekstoornis:

De aanvangsdosering is 5 mg eenmaal per dag voor de eerste week, alvorens de dosering tot 10 mg per dag te verhogen. De dosering kan door uw arts worden verhoogd tot maximaal 20 mg per dag.

Sociale angststoornis / Sociale fobie:

De gebruikelijke dosering bedraagt 10 mg eenmaal per dag. Al naar gelang hoe u reageert op het medicijn, kan uw arts uw dosering ofwel verlagen naar 5 mg per dag of verhogen tot 20 mg per dag.

Langdurig aanhoudende angst en bezorgdheid (Gegeneraliseerde angststoornis)

De startdosering is 10 mg per dag. De dosering kan door uw arts worden verhoogd tot maximaal 20 mg per dag.

Dwanggedachten ofwel dwanghandelingen (Obsessieve-compulsieve stoornis)

De startdosering is 10 mg eenmaal per dag. De dosering kan door uw arts worden verhoogd tot maximaal 20 mg per dag.

Oudere patiënten (ouder dan 65 jaar)

De aanbevolen aanvangsdosering bedraagt 5 mg eenmaal per dag. De dosering kan door uw arts worden verhoogd tot 10 mg per dag.

Kinderen en adolescenten (jonger dan 18 jaar)

Escitalopram dient gewoonlijk niet gebruikt te worden bij kinderen en adolescenten, zie rubriek 2 “Wees extra voorzichtig met Escitalopram”

Escitalopram kan met of zonder voedsel worden ingenomen. Neem de tabletten in met een glas water. De tabletten niet fijnkauwen aangezien ze bitter smaken.

Indien nodig kunnen de tabletten worden gebroken door ze eerst op een vlak oppervlak te leggen met de breukgleuf naar boven. De tabletten kunnen vervolgens doormidden worden gebroken door met beide wijsvingers aan weerszijden van de breukgleuf te drukken, zoals weergegeven in de tekening.

Duur van de behandeling

Het kan enkele weken duren voordat u zich beter gaat voelen. Daarom moet u doorgaan met het innemen van Escitalopram, ook al duurt het enige tijd voordat u enige verbetering van uw situatie voelt.

Verander nooit de dosering van het medicijn zonder eerst uw arts te raadplegen.

U dient de tabletten te blijven innemen zolang uw arts dit raadzaam acht. Als u te snel stopt, kunnen de symptomen terugkeren. Het wordt aangeraden om de behandeling minstens 6 maanden voort te zetten nadat u zich weer beter voelt.

Wat u moet doen als u meer van Escitalopram heeft gebruikt dan u zou mogen:

Wanneer u teveel van Escitalopram heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of de eerste hulp afdeling van het dichtst bij zijnde ziekenhuis; doe dit zelfs als er geen tekenen van ongemak zijn. Symptomen die u kunt krijgen zijn: duizeligheid, trillen, opwinding, toevallen, coma, misselijkheid, overgeven, veranderingen in hartritme, verlaagde bloeddruk, en een verandering in de lichaamsvloeistof/zout balans. Neem de Escitalopram-doos/-verpakking mee als u naar een arts of ziekenhuis gaat.

Wat u moet doen wanneer u bent vergeten Escitalopram te gebruiken:

Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis van Escitalopram in te halen. Indien u één dosis vergeet in te nemen en u herinnert het zich voordat u gaat slapen, neem die dan direct in. Vervolg de volgende dag uw normale doseringsschema. Indien u het zich tijdens de nacht of de dag erna herinnert, neem de vergeten dosis niet in en vervolg uw normale doseringsschema.

Als u stopt met het innemen van Escitalopram:

Stop niet met Escitalopram totdat uw dokter aangeeft dit te doen. Wanneer de behandeling is afgerond, is het raadzaam de dosis Escitalopram gedurende een aantal weken geleidelijk af te bouwen.

Bij het stoppen van Escitalopram, voornamelijk indien dit abrupt gebeurt, kan u onttrekkingsverschijnselen (ontwenningsverschijnselen) ondervinden. Deze symptomen komen vaak voor wanneer Escitalopram wordt gestopt. Het risico is groter wanneer Escitalopram voor langere tijd is gebruikt, bij hoge doseringen of als de dosis te snel wordt verlaagd.

De meeste mensen ervaren deze verschijnselen als mild en verdwijnen deze verschijnselen uit zichzelf binnen 2 weken. Echter, in sommige patiënten kunnen deze verschijnselen ernstig van aard zijn of voor langere tijd aanhouden

(2-3 maanden of langer). Als u ernstige onttrekkingsverschijnselen ervaart wanneer u stopt met Escitalopram, neem dan contact op met uw arts. Hij of zij kan uw dosering tijdelijk hervatten, om daarna in een langzamer tempo af te bouwen.

Onttrekkingsverschijnselen zijn: duizeligheid, waarnemen van kriebelingen, jeuk of tintelingen of (minder vaak) van elektrische shocken, ook in het hoofd, slaapstoornissen (intense dromen, nachtmerries of slapeloosheid), angstig, hoofdpijn, misselijkheid, zweten (inclusief nachtzweten), gevoel van onrust of agitatie, trillerigheid, gevoel van verwarring of desoriëntatie, emotionele wisselvalligheid of prikkelbaarheid, diarree, stoornissen in het zien, hartkloppingen (palpitaties).

Als u nog vragen heeft over het gebruik van dit geneesmiddel, vraag dan uw arts of apotheker.

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

  • als u allergisch bent voor escitalopram of voor één van de andere bestanddelen van Escitalopram (zie rubriek 6 “Aanvullende informatie”).
  • wanneer u tegelijkertijd geneesmiddelen neemt die vallen onder de groep niet-selectieve monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers), die onder andere gebruikt worden voor de behandeling van (ernstige) neerslachtigheid (depressie) of angststoornissen. Andere voorbeelden zijn selegiline (voor de behandeling van de ziekte van Parkinson), moclobemide (voor de behandeling van depressie) en linezolid (een antibioticum).
  • U mag Escitalopram niet gebruiken indien u geboren bent met, of ooit een periode heeft gehad met, een abnormaal hartritme (gezien tijdens een ECG; een onderzoek om te evalueren hoe het hart functioneert).
  • U mag Escitalopram niet gebruiken indien u geneesmiddelen gebruikt voor hartritmeproblemen of geneesmiddelen die het hartritme kunnen beïnvloeden (zie rubriek 2 "Gebruik met andere geneesmiddelen").
Wees extra voorzichtig met Escitalopram

Vertel uw arts indien u enige andere aandoening of ziekte heeft; uw arts dient dit mogelijk in overweging te nemen. In het bijzonder, informeer uw arts indien:

  • u vallende ziekte (epilepsie) heeft. Behandeling met Escitalopram moet worden gestopt indien u voor het eerst toevallen krijgt, of wanneer er een toename is in de frequentie van toevallen (zie rubriek 4 “Mogelijke bijwerkingen”).
  • u een verminderde lever- of nierfunctie heeft. Uw arts dient mogelijk uw dosering aan te passen.
  • u diabetes heeft. Behandeling met Escitalopram zou uw bloedsuikerspiegel kunnen veranderen. De dosering van insuline en/of een oraal (via de mond) bloedsuikerverlagend middel dient mogelijk te worden aangepast.
  • u een verlaagde hoeveelheid natrium in het bloed heeft.
  • u makkelijk bloedingen of blauwe plekken krijgt.
  • u een ECT therapie (elektroconvulsieve therapie, ook wel elektroshock behandeling genoemd, bij de behandeling van ernstig depressieve patiënten) ondergaat.
  • u coronaire hartziekte heeft (ziekte aan de kransslagader).
  • u last heeft, of heeft gehad, van hartproblemen of recent een hartaanval heeft gehad.
  • u een lage hartslag bij rust heeft en/of u weet dat u een zouttekort heeft als gevolg van langdurige, ernstige diarree en overgeven (ziek zijn) of het gebruik van diuretica (plasmiddelen).
  • u een snelle of onregelmatige hartslag ervaart, flauwvalt, een kortdurende bewusteloosheid ervaart of duizeligheid wanneer u opstaat; dit kan duiden op het niet normaal functioneren van uw hart.
Let op

Sommige patiënten met manisch-depressieve aandoeningen kunnen een manische fase doormaken. Dit wordt gekenmerkt door ongewone en snel veranderende gedachten, overdreven vrolijkheid en overmatige lichamelijke activiteit. In dergelijke gevallen is het van belang uw arts te raadplegen.

Symptomen zoals rusteloosheid of het onvermogen om stil te zitten of stil te staan kunnen ook voorkomen tijdens de eerste weken van behandeling. Raadpleeg uw arts onmiddellijk indien u deze symptomen ervaart.

Gedachten over zelfmoord en verergering van uw depressie of angststoornis

Als u depressief bent en/of lijdt aan angststoornissen kunt u soms gedachten hebben over zelfbeschadiging of zelfmoord. Deze gedachten kunnen toenemen als u voor het eerst middelen tegen depressie (antidepressiva) gaat innemen, aangezien deze geneesmiddelen allemaal de tijd nodig hebben, in het algemeen ongeveer 2 weken of soms langer, om te gaan werken.

U heeft een meer waarschijnlijke kans dat u dit soort gedachten vertoont:

  • als u al eerder gedachten heeft gehad over zelfmoord of zelfbeschadiging
  • als u een jong volwassene bent. Informatie uit klinische onderzoeken heeft een toegenomen risico aangetoond op zelfmoordgedrag bij jonge volwassenen jonger dan 25 jaar oud met psychiatrische aandoeningen die behandeld werden met een antidepressivum.

Als u op enig moment gedachten over zelfbeschadiging of zelfmoord hebt, neem dan direct contact op met uw arts of ga direct naar het ziekenhuis.

Het kan helpen als u een vriend of familielid vertelt dat u zich depressief voelt of dat u lijdt aan een angststoornis, en hen vragen deze bijsluiter te lezen. U kunt hen vragen u te vertellen of zij denken dat uw depressie of angststoornis erger wordt of dat zij zich zorgen maken over veranderingen in uw gedrag.

Gebruik bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar

Escitalopram dient normaal niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar. Patiënten jonger dan 18 jaar hebben een verhoogd risico op bijwerkingen zoals zelfmoordpogingen, zelfmoordgedachten en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag (wordt gekenmerkt door een patroon van negativisme, vijandigheid, koppigheid en passief verzet tegen ouders, leerkrachten en eventueel andere gezagsdragers)en woede) als zij behandeld worden met geneesmiddelen uit deze therapeutische klasse. Ondanks dit alles kan uw arts aan patiënten jonger dan 18 jaar Escitalopram voorschrijven omdat dit in het belang van de patiënt is. Als uw arts Escitalopram heeft voorgeschreven aan een patiënt die jonger is dan 18 en u wilt dit bespreken, dan wordt u verzocht contact op te nemen met uw arts. Indien bij patiënten jonger dan 18 jaar één van de hiervoor genoemde symptomen zich ontwikkelt of verslechtert bij inname van Escitalopram, dan wordt u verzocht uw arts hierover te informeren. Lange-termijn veiligheidsgegevens van Escitalopram over groei, ontwikkeling en verstandelijke (cognitieve) en gedragsontwikkeling ontbreken in deze leeftijdsgroep.

Gebruik met andere geneesmiddelen

Vertel uw arts of apotheker wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept kunt verkrijgen.

Informeer uw arts indien u één van de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • niet-selectieve monoamine oxidase remmers (MAO-remmers), die phenelzine, iproniazide, isocarboxazide, nialamide of tranylcypromine als actieve ingrediënt bevatten. Indien u een van deze producten heeft gebruikt, moet u 14 dagen wachten alvorens te beginnen met Escitalopram. Na het staken van de behandeling met Escitalopram dient u 7 dagen te wachten alvorens een van deze geneesmiddelen te gebruiken.
  • selectieve, reversibele MAO-A-remmers, die moclobemide (ook gebruikt bij de behandeling van neerslachtigheid (depressie)) bevatten.
  • irreversibele MAO-B remmers, die selegiline (gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Parkinson) bevatten. De kans op bijwerkingen wordt door deze geneesmiddelen vergroot.
  • Het antibioticum linezolid.
  • Lithium (gebruikt voor de behandeling van manisch-depressieve stoornis (een stoornis waarbij periodes van neerslachtigheid afgewisseld worden met overdreven vrolijke en uitgelaten periodes) en tryptofaan.
  • Imipramine en desipramine (beide gebruikt bij de behandeling van ernstige neerslachtigheid (depressie)).
  • Sumatriptan en vergelijkbare geneesmiddelen (gebruikt bij de behandeling van migraine) en tramadol (gebruikt tegen ernstige pijn). De kans op bijwerkingen wordt door deze geneesmiddelen vergroot.
  • Cimetidine en omeprazol (gebruikt bij de behandeling van maagzweer), fluvoxamine (middel tegen neerslachtigheid, antidepressivum) en ticlopidine (gebruikt om de kans op een beroerte te verkleinen). Deze middelen kunnen het bloedniveau van Escitalopram verhogen.
  • Sint-janskruid (Hypericum perforatum) – een kruidenmiddel gebruikt bij neerslachtigheid (depressie).
  • Acetylsalicylzuur en NSAIDs (middelen gebruikt voor pijnverlichting en als bloedverdunner, zogenoemde anticoagulantia). Deze kunnen de neiging tot bloeden doen toenemen.
  • Warfarine, dipyridamol en fenprocoumon (middelen gebruikt als bloedverdunner, middelen die de bloedstolling tegengaan, zogenoemde anticoagulantia). Uw dokter zal waarschijnlijk de stollingstijd (coagulatietijd) van uw bloed bij het starten en stoppen van Escitalopram bepalen, om te controleren of de dosering van uw anticoagulantia nog correct is.
  • Mefloquine (gebruikt bij de behandeling van malaria), bupropion (gebruikt bij de behandeling van neerslachtigheid (depressie)) en tramadol (gebruikt bij de behandeling van ernstige pijn) in verband met de mogelijke kans op een verlaagde prikkeldrempel voor toevallen.
  • Neuroleptica (middelen ter behandeling van een ernstige geestesziekte, gekenmerkt door verschijnselen zoals waanideeën, waarnemingen van dingen die er niet zijn (hallucinaties) en geleidelijk veranderen van de persoonlijkheid (schizofrenie) en een geestesziekte waarbij de controle over het eigen gedrag en handelen gestoord is (psychosen)) in verband met de mogelijke kans op een verlaagde prikkeldrempel voor toevallen, en antidepressiva (geneesmiddelen tegen neerslachtigheid, depressiviteit).
  • Flecaïnide, propafenon en metoprolol (gebruikt bij cardiovasculaire aandoeningen (aandoeningen aan het hart)), clomipramine en nortriptyline (antidepressiva) en risperidon, thioridazine en haloperidol (antipsychotica). De dosis van Escitalopram moet mogelijk worden aangepast.

Escitalopram mag niet gelijktijdig worden gebruikt met geneesmiddelen tegen hartritmeproblemen, of geneesmiddelen die uw hartritme kunnen beïnvloeden, zoals klasse IA en III anti-aritmica, antipsychotica (bijvoorbeeld fenothiazine- derivaten, pimozide, haloperidol), tricyclische antidepressiva, bepaalde antimicrobiële geneesmiddelen (bijvoorbeeld sparfloxacine, moxifloxacine, erythromycine IV, pentamidine, antimalaria behandeling, vooral halofantrine) en bepaalde antihistaminica (astemizole, mizolastine). Heeft u nog andere vragen hierover, neem dan contact op met uw arts.

Gebruik van Escitalopram met voedsel en drank

Escitalopram kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 3 ‘Hoe wordt Escitalopram gebruikt?’).

Zoals voor vele geneesmiddelen wordt gelijktijdig gebruik van Escitalopram met alcohol afgeraden, hoewel geen wisselwerking verwacht wordt tussen Escitalopram en alcohol.

Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Informeer uw arts indien u zwanger bent of probeert zwanger te worden. Gebruik tijdens de zwangerschap of het geven van borstvoeding geen Escitalopram tenzij u de risico’s en voordelen hebt besproken met uw arts.

U dient zich er bewust van te zijn dat, indien u tijdens de laatste drie maanden van uw zwangerschap Escitalopram inneemt, uw pasgeborene de volgende symptomen kan laten zien: ademhalingsproblemen, blauwe verkleuring van de huid, toevallen, temperatuursinstabiliteit (veranderlijke lichaamstemperatuur), voedingsproblemen, braken, verlaagd suikergehalte in het bloed, gespannen of zeer slappe spieren, levendige reflexen, trillen, nervositeit, geïrriteerdheid, slaapzucht (lethargie), voortdurend huilen, slaperigheid, of moeilijkheden met slapen. Indien uw pasgeborene een van deze verschijnselen vertoont, dient u onmiddellijk contact op te nemen met uw arts.

Escitalopram mag nooit abrupt gestopt worden indien u het tijdens de zwangerschap gebruikt.

Zorg dat uw verloskundige en/of arts weet dat u Escitalopram gebruikt. Bij gebruik tijdens de zwangerschap, vooral in de laatste drie maanden van de zwangerschap, kunnen geneesmiddelen als Escitalopram het risico op een bepaalde ernstige aandoening bij baby’s verhogen. Deze aandoening wordt ‘persisterende pulmonale hypertensie van de pasgeborene’ (PPHN) genoemd en veroorzaakt een versnelde ademhaling en blauwachtige verkleuring van de huid van de baby. Deze verschijnselen beginnen meestal in de eerste 24 uur nadat de baby is geboren. Als dit met uw baby gebeurt, moet u onmiddellijk contact opnemen met uw verloskundige en/of arts.

Uit onderzoek bij dieren is gebleken dat citalopram, een gelijksoortig geneesmiddel als escitalopram, de kwaliteit van het sperma verlaagt.

In theorie kan dit van invloed zijn op de vruchtbaarheid, maar tot nu toe is er geen effect op de vruchtbaarheid bij de mens waargenomen.

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

U wordt geadviseerd om geen voertuigen te besturen en/of machines te bedienen totdat u weet hoe Escitalopram u beïnvloedt.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook Escitalopram bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze bijwerkingen krijgt.

De bijwerkingen verdwijnen meestal na enkele weken van behandeling. Realiseer u dat veel symptomen ook een onderdeel van uw ziekte kunnen zijn en dus zullen afnemen op het moment dat u zich beter gaat voelen.

Ga naar uw dokter indien u één van de volgende bijwerkingen krijgt:

Soms (komt voor bij 1 tot 10 op de 1000 gebruikers)

  • Abnormale bloeding, inclusief gastro-intestinale bloeding (bloeding in het maagdarmkanaal)

Zelden (komt voor bij 1 tot 10 op de 10.000 gebruikers)

  • Indien u een zwelling van de huid, tong, lippen of gezicht ervaart, of moeite hebt met ademhalen of slikken (allergische reactie), neem direct contact op met uw arts of ga naar een ziekenhuis.
  • Indien u hoge koorts, onrust, verwardheid, trillen en abrupte spiersamentrekkingen ervaart, kunnen dit tekenen zijn van een zeldzame aandoening die bekend staat als serotoninesyndroom. Neem onmiddellijk contact met uw arts op als u zich zo voelt.

Wanneer u een van de volgende bijwerkingen ervaart, neem dan direct contact op met uw arts of ga naar het ziekenhuis:

  • Moeilijk urineren
  • Convulsies (toevallen), zie ook rubriek 2 “Wees extra voorzichtig met Escitalopram”
  • Vergeling van de huid en het oogwit zijn tekenen van leverfunctiestoornis/hepatitis
  • Een snelle, onregelmatige hartslag en/of flauwvallen (dit kunnen symptomen zijn van een levensbedreigende aandoening, bekend als Torsade de Pointes),
Naast bovengenoemde zijn de volgende bijwerkingen gemeld:

Zeer vaak (komt voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers)

  • Misselijkheid

Vaak (komt voor bij 1 tot 10 op 100 gebruikers)

  • Verstopte neus of loopneus (sinusitis)
  • Afgenomen of toegenomen eetlust
  • Angst, rusteloosheid, abnormale dromen, moeite met in slaap vallen, slaperigheid, duizeligheid, gapen, trillingen, tintelen van de huid
  • Diarree, verstopping (constipatie), overgeven, droge mond
  • Overmatig transpireren
  • Gewrichtspijn, spierpijn (arthralgie en myopathie)
  • Sexuele stoornissen (vertraagde ejaculatie, erectieproblemen, minder zin in seks, vrouwen kunnen moeite hebben een orgasme te krijgen)
  • Vermoeidheid, koorts
  • Gewichtstoename

Soms (komt voor bij 1 tot 10 op de 1000 gebruikers)

  • Netelroos (urticaria), huiduitslag, jeuk (pruritus)
  • Tandenknarsen, opwinding/onrust, nervositeit, paniek aanval, verwardheid
  • Andere smaakbeleving, slaapstoornis, plotseling intredende bewusteloosheid (syncope)
  • Verwijding van de pupillen (mydriasis), stoornissen in het zien, oorsuizen (tinnitus)
  • Haaruitval
  • Vaginale bloedingen
  • Gewichtsafname
  • Versnelde hartslag
  • Zwellen van armen of benen
  • Bloedneus

Zelden (komt voor bij 1 tot 10 op de 10.000 gebruikers)

  • Agressie, vervreemding van zichzelf of van het eigen gevoel (depersonalisatie), waarnemingen van dingen die er niet zijn (hallucinaties)
  • Vertraagde hartslag

Sommige patiënten hebben gerapporteerd (frequentie kan niet worden geschat op basis van de beschikbare informatie):

  • Gedachten hebben over of gedrag vertonen met zelfbeschadiging of zelfmoordneigingen, zie ook rubriek 2; “Wees extra voorzichtig met Escitalopram”
  • Verlaagd natrium gehalte in het bloed (de symptomen zijn een ziek gevoel met zwakke spieren of verwarring)
  • Duizeligheid bij het opstaan door een lage bloeddruk (orthostatische hypotensie)
  • Abnormale leverfunctietests (gestegen leverenzymspiegel in het bloed)
  • Bewegingsstoornissen (ongecontroleerde bewegingen)
  • Pijnlijke erectie (priapisme)
  • Bloedingsstoornissen inclusief bloeden van de huid of slijmvliezen (ecchymosis) en een tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie)
  • Plotselinge vochtophoping in de huid of slijmvliezen (angio-oedeem)
  • Toename van de hoeveelheid uitgescheiden urine (syndroom van inadequate secretie van antidiuretisch hormoon)
  • Melkafscheiding bij vrouwen die geen borstvoeding geven
  • Perioden van overdreven opgewektheid gepaard gaande met het hebben van veel energie (manie)
  • Bij patiënten die dit soort geneesmiddelen gebruiken, is een hogere kans op botbreuken gezien.
  • Verandering van het hartritme (verlenging van het QT-interval, gezien tijdens een ECG, elektrische activiteit van het hart).

Bovendien is er een aantal bijwerkingen dat voorkomt bij geneesmiddelen die op een vergelijkbare manier werken als escitalopram (het actieve bestanddeel van Escitalopram). Dit zijn:

  • onvermogen om te blijven zitten of staan (akathisie)
  • Gebrek aan eetlust (anorexia)
Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter vermeld staat, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Escitalopram buiten zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik Escitalopram niet meer na de datum op het Dr. Fisher Farma etiket na “Exp.”. Deze vervaldatum verwijst naar de laatste dag van die maand.

Dit geneesmiddel heeft geen speciale bewaarinstructies.

Geneesmiddelen dienen niet weggegooid te worden via het afval water of met huishoudelijk afval. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die niet meer nodig zijn. Deze maatregelen zullen helpen bij de bescherming van het milieu.

Anvullende Informatie

Het actieve bestanddeel escitalopram. Elke Escitalopram tablet bevat 10 mg of 15 mg escitalopram (als oxalaat).

Andere bestanddelen zijn:

Tabletkern: microkristallijne cellulose, colloïdaal watervrij siliciumdioxide, talk, croscarmellosenatrium en magnesiumstearaat

Filmomhulsel: hypromellose, macrogol 400 en titaniumdioxide (E-171)

Hoe ziet Escitalopram eruit en wat is de inhoud van de verpakking?

Escitalopram wordt verstrekt als filmomhulde tabletten van 10 mg of 15 mg. Hieronder volgt een beschrijving.

Escitalopram 10 mg:

Ovale, witte filmomhulde tabletten met breukgleuf en aan één kant het opschrift "E” en “L" aan elke kant van de breukgleuf aan een kant van de tablet.

Escitalopram 15 mg:

Ovale, witte, filmomhulde tabletten met breukgleuf en aan één kant het opschrift "E” en “M" aan elke kant van de breukgleuf aan een kant van de tablet.

Een verpakking Escitalopram bevat 28 filmomhulde tabletten.

Fabrikant

H. Lundbeck A/S, Ottiliavej 9, DK-2500 Valby, Kopenhagen, Denemarken

Registratiehouder / ompakker

Dr. Fisher Farma B.V., Schutweg 23, 8243 PC Lelystad

RVG-nummer

Escitalopram 10 mg Fisher, filmomhulde tabletten

RVG 111521 // 30495 L.v.h.: Duitsland
Escitalopram 10 mg Fisher, filmomhulde tabletten
RVG 107543 // 30495 L.v.h.: Frankrijk
Escitalopram 15 mg Fisher, filmomhulde tabletten
RVG 107767 // 30496 L.v.h.: Frankrijk

Escitalopram Fisher wordt in Duitsland in de handel gebracht onder de merknaam Cipralex en in Frankrijk onder de merknaam Seroplex.

In Nederland wordt het in de handel gebracht onder de merknaam Lexapro.

Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in mei 2013.

BS05018 / 07 / 18 april 2013 (Herziening: september 2012)

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK