Auteur: Apothecon


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Farmaceutische vorm en inhoud:

Elke 150 mg tablet bevat een hoeveelheid ranitidinehydrochloride die overeenkomt met 150 mg ranitidine.

Elke 300 mg tablet bevat een hoeveelheid ranitidinehydrochloride die overeenkomt met 300 mg ranitidine.

Ranitidine 150 A en Ranitidine 300 A, tabletten worden geleverd in de volgende verpakkingen:

Ranitidine 150 A: doordrukstrips met in iedere strip 30 tabletten, verpakt in dozen, twee strips per doos.

Ranitidine 300 A: doordrukstrips met in iedere strip 15 tabletten, verpakt in dozen, twee strips per doos.

Geneesmiddelengroep:

Ranitidine 150 A en Ranitidine 300 A, tabletten bevatten ranitidine, een geneesmiddel uit de groep van de H2-antagonisten. Deze verminderen de hoeveelheid zuur in uw maag, wat kan helpen bij de behandeling van de volgende aandoeningen:

Te gebruiken bij:

  • maagzweer of darmzweer
  • behandeling van slokdarmirritatie door oprisping van maagzuur (reflux-oesophagitis) en het voorkomen hiervan
  • het Zollinger-Ellison syndroom (ziektebeeld waarbij de maag te veel zuur produceert)
  • voorkoming van steeds terugkerende maag- of darmzweren
Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Gebruik Ranitidine 150 A en Ranitidine 300 A niet:

Indien u overgevoelig bent voor ranitidine of voor één van de overige bestanddelen van de tabletten.

Wanneer u in het verleden aanvallen van een ziekte die berust op een stoornis in de aanmaak van de rode bloedkleurstof (porfyrie) heeft gehad. Ranitidine kan namelijk, heel zelden, een aanval van porfyrie uitlokken.

Wees extra voorzichtig met Ranitidine 150 A en Ranitidine 300 A:

De behandeling met ranitidine kan symptomen, die gepaard gaan met een maagkankergezwel, verbergen. Uw arts moet daarom, voordat u ranitidine gaat innemen, vaststellen dat uw klachten niet door deze kwaadaardige aandoening worden veroorzaakt.

Een maagzweer kan veroorzaakt worden door een bepaalde bacterie (Helicobacter pylorie).Uw arts kan daarom testen of deze bacterie in uw maag aanwezig is en zonodig geneesmiddelen voorschrijven die in staat zijn deze bacterie te doden (antibiotica).

Raadpleeg uw arts indien één van de bovenstaande waarschuwingen voor u van toepassing is, of dat in het verleden is geweest.

Voorzorgen bij bijzondere patiëntengroepen

De arts die Ranitidine 150 A of Ranitidine 300 A voorschrijft moet op de hoogte zijn van alle ziektes die u vroeger heeft gehad of nog heeft. Dit geldt vooral als u aan een nierziekte lijdt, als uw lever slecht werkt, u bepaalde pijn- en ontstekingsremmende middelen (zoals acetylsalicylzuur en ibuprofen) gebruikt.

Dialyse patiënten dienen Ranitidine A na de dialyse in te nemen omdat ranitidine juist uit het lichaam wordt verwijderd door dialyse.

Gebruik van Ranitidine 150 A en Ranitidine 300 A in combinatie met voedsel en drank

Ranitidine kan het effect van alcohol versterken. Wanneer u drank wilt gebruiken, dient u hiermee rekening te houden en eventueel advies te vragen aan uw arts of apotheker.

Zwangerschap

Over het gebruik van ranitidine tijdens de zwangerschap is onvoldoende bekend om een mogelijk schadelijke werking te kunnen beoordelen. Gebruik ranitidine alleen tijdens de zwangerschap na overleg met uw arts.

Borstvoeding

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt. Ranitidine gaat over in de moedermelk. Geef daarom geen borstvoeding tijdens het gebruik van

Ranitidine A.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen is alleen te verwachten indien u last krijgt van bijwerkingen zoals hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid en verwardheid. Als u last heeft van deze bijwerkingen, bestuur dan geen voertuigen en/of bedien geen machines die oplettendheid vereisen.

Ranitidine kan het effect van alcohol versterken.

Gebruik van Ranitidine 150 A en Ranitidine 300 A in combinatie met andere geneesmiddelen

Een wisselwerking wil zeggen dat geneesmiddelen bij gelijktijdig gebruik elkaars werking en/of bijwerking(en) kunnen beïnvloeden. De volgende opmerkingen kunnen

ook van toepassing zijn op het gebruik van geneesmiddelen enige tijd geleden of in de nabije toekomst. Een wisselwerking kan optreden bij gebruik van ranitidine met:

  • Glipizide (bloedsuikerverlagend middel). De werking van glipizide kan versterkt worden. De dosering moet mogelijk verlaagd worden.
  • Theofyllline (middel bij astma). De werking van theofylline kan versterkt worden. Controle van de bloedspiegel is noodzakelijk.
  • Sucralfaat (middel dat de maag beschermt tegen maagsap) en maagzuurbindende middelen. De werking van ranitidine kan verminderd worden. Deze middelen moeten 2 uur na ranitidine worden ingenomen.
  • Procaïnamide en N-acetylprocaïnamide (middelen bij hartritmestoornissen). De werking van deze middelen kan versterkt worden.
  • Middelen waarvan de opname in het bloed afhangt van de zuurgraad in de maag, zoals ketoconazol (middel bij schimmelinfecties).De werking van deze middelen kan verminderd worden.

Wanneer u zulke geneesmiddelen gebruikt, moet u hiermee rekening houden en advies vragen aan uw arts of apotheker.

Hoe gebruikt u dit middel?

Ranitidine tabletten moeten worden ingenomen zoals uw arts u voorschrijft. Controleer op het voorschrift hoeveel tabletten u moet innemen en hoe vaak.

Wijze van innemen:

De tabletten moeten in hun geheel worden ingeslikt met wat water. Voor kinderen mag de tablet worden opgelost in water of worden verbrijzeld. Het is niet noodzakelijk de tabletten in te nemen tijdens de maaltijd.

Volwassenen:

2 x daags 150 mg, in te nemen 's ochtends en 's avonds.

Bij maag- en darmzweren kan gekozen worden voor 1 x daags 300 mg voor het slapen.

De behandeling wordt over het algemeen 4 tot 8 weken voortgezet.

De gebruikelijke dosering ter voorkoming van nieuwe zweren is 1 x daags 150 mg voor het slapen.

Bij slokdarmirritatie door oprisping van maagzuur (reflux oesophagitis):

De gebruikelijke dosering is 150 mg tweemaal daags, één tablet ‘s morgens en één ‘s avonds voor het slapen gaan of een tablet van 300 mg, in te nemen voor het slapen gaan. Een normale behandeling duurt tenminste 8 weken en kan verlengd worden tot maximaal 12 weken.

Syndroom van Zollinger-Ellison (overproductie van maagsap):

De begindosering is 150 mg driemaal daags. Deze dosering kan geleidelijk worden verhoogd tot 3 x 300 mg per dag, afhankelijk van het verloop van de ziekte.

Uw arts zal u altijd zeggen hoelang u de tabletten moet innemen. Dit zal afhangen van het type en de ernst van uw aandoening.

Bij verminderde nierfunctie:

De aanbevolen dosering is 1 maal daags 150 mg voor het slapengaan, gedurende 4 tot 8 weken. Indien de zweren niet helen, kan de dosering verhoogd worden tot 2 x daags

150 mg, indien nodig gevolgd door 1 x daags 150 mg voor het slapen, ter voorkoming van nieuwe zweren. Dialyse patiënten dienen Ranitidine A na de dialyse in te nemen; ranitidine wordt uit het lichaam verwijderd door dialyse.

Kinderen: De dosering hangt of van het gewicht van het kind, deze is 2-4 mg/kg/dag tot een maximum van 300 mg ranitidine verdeeld over de dag.

De tabletten van 150 mg kunnen niet gehalveerd worden en zijn daarom niet geschikt voor kinderen jonger dan 12 jaar die een dosering van 2 maal daags 75 mg nodig hebben.

De tabletten van 300 mg zijn niet geschikt voor kinderen omdat ze niet gehalveerd kunnen worden.

Als u merkt dat Ranitidine A te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker,

Wanneer u een dosis gemist heeft, neem dan zo snel mogelijk deze dosis alsnog in. Als het echter bijna tijd is voor de volgende dosis, neem de gemiste dosis dan niet alsnog in maar ga verder met uw normale doseringsschema. Neem geen dubbele doseringen om zo de vergeten dosering in te halen. Raadpleeg bij twijfel altijd uw arts of apotheker.

Wanneer u plotseling stopt met het gebruik van dit geneesmiddel kunnen de verschijnselen die voor het begin van de behandeling bestonden weer optreden.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals alle geneesmiddelen kan Ranitidine A bijwerkingen veroorzaken.

Bijwerkingen hoeven niet bij iedereen op te treden. De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:

Zelden overgevoeligheidsreacties zoals huiduitslag, roodheid van de huid, galbulten

(urticaria), koorts, hoge bloeddruk, pijn op de borst en sterke daling van de bloeddruk, bleekheid, onrust, zwakke pols, klamme huid, verminderd bewustzijn door een plotselinge sterke vaatverwijding (shock). Als verschijnselen als plotselinge vochtophoping in de huid en slijmvliezen (bijv. gelaat, lippen, keel of tong),

ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag (angioneurotisch oedeem) optreden, moet u geen volgende tablet meer innemen en direct contact opnemen met uw arts.

Zelden hartritmestoornissen.

Zelden werden bloedbeeldafwijkingen (met verschijnselen als verhoogde gevoeligheid voor infecties, blauwe plekken, bloedingsneiging, plotselinge hoge koorts, heftige keelpijn en zweertjes in de mond) gemeld, die na beëindiging van de behandeling met ranitidine weer verdwenen.

Soms diarree, obstipatie en misselijkheid.

Zelden gewrichtspijn en spierpijn.

Soms hoofdpijn, wazig zien, duizeligheid, vermoeidheid, verwardheid en opwinding. Soms neerslachtigheid (depressie) en waarnemingen van dingen die er niet zijn (hallucinaties). Dit komt voornamelijk voor bij ernstig zieke en oudere mensen.

Zelden is leverontsteking met of zonder geelzucht (gele verkleuring van huid of ogen) en ontsteking van de alvleesklier gepaard gaande met heftige pijn in de bovenbuik uitstralend naar rug en misselijkheid en braken (pancreatitis) gemeld.

In zeer zeldzame gevallen is een toename in het verlies van haar (alopecia) waargenomen.

Zeer zelden erectiestoornissen.

In enkele op zichzelf staande gevallen is melding gemaakt van borstvorming bij mannen. Deze bijwerking verdween soms weer vanzelf gedurende het gebruik van ranitidine.

Indien bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter staat of die u als ernstig ervaart, dient u uw arts of apotheker te waarschuwen.

Hoe bewaart u dit middel?

U moet uw tabletten bewaren, bij een temperatuur niet hoger dan 25°C, buiten het bereik en zicht van kinderen.

Uiterste gebruiksdatum

Neem Ranitidine 150 A en Ranitidine 300 A niet meer in na de vervaldatum, die is aangegeven op de verpakking.

Als uw arts zegt dat u moet stoppen met het innemen van de tabletten kunt u ze het beste teruggeven aan uw apotheker; bewaar ze alleen als uw arts u dat zegt.

Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in mei 2012.

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK