Auteur: Euro Registratie Collectief


Lange informatie

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Implanon NXT is een voorbehoedmiddel in de vorm van een implantaat dat voorverpakt is in een wegwerpapplicator. Het implantaat is een klein, zacht, flexibel plastic staafje van 4 cm lang en 2 mm dik, dat 68 milligram van de werkzame stof etonogestrel bevat. Met de applicator kan uw arts dit implantaat inbrengen net onder de huid van uw bovenarm. Etonogestrel is een synthetisch vrouwelijk hormoon dat lijkt op progesteron. Er wordt doorlopend een kleine hoeveelheid etonogestrel afgegeven aan uw bloedbaan. Het implantaat zelf is gemaakt van ethyleenvinylacetaatcopolymeer, een plastic dat niet in het lichaam kan oplossen. Het bevat ook een kleine hoeveelheid bariumsulfaat, zodat het zichtbaar is op een röntgenfoto.

Implanon NXT wordt gebruikt om zwangerschap te voorkomen.

Inhoudsopgave
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen?
Hoe bewaart u dit middel?
Anvullende Informatie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Hormonale anticonceptiva, zoals Implanon NXT, geven geen bescherming tegen HIV-infectie (AIDS) of andere seksueel overdraagbare aandoeningen.

Gebruik Implanon NXT niet als u een van de onderstaande aandoeningen heeft. Als u een van deze aandoeningen heeft, vertel dat dan aan de arts voordat Implanon NXT wordt ingebracht. In dat geval kan uw arts u aanraden om een ander voorbehoedmiddel (zonder hormonen) te gebruiken.

  • U bent allergisch voor één van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U heeft trombose. Trombose is de vorming van een bloedstolsel in een bloedvat, bijvoorbeeld in de benen (diep-veneuze trombose) of de longen (longembolie).
  • U heeft geelzucht (gele verkleuring van de huid), een ernstige leverziekte (als de lever niet goed werkt) of een levertumor, of u heeft een van deze aandoeningen gehad.
  • U heeft borstkanker of kanker van de geslachtsorganen (of heeft dit gehad), of er bestaat een vermoeden dat u dit heeft.
  • U heeft onverklaarbare vaginale bloedingen.

Als een van de genoemde situaties bij u ontstaat tijdens het gebruik van Implanon NXT, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts.

In bepaalde situaties kan het nodig zijn dat u tijdens het gebruik van Implanon NXT onder extra controle blijft. Uw arts kan u uitleggen wat u moet doen. Als een van de onderstaande situaties op u van toepassing is, moet u dit aan uw arts vertellen voordat Implanon NXT bij u wordt ingebracht. Ook als de situatie ontstaat of verergert tijdens het gebruik van Implanon NXT moet u dit aan uw arts vertellen.

  • U heeft borstkanker gehad.
  • U heeft een leveraandoening of u heeft dit gehad.
  • U heeft ooit trombose gehad.
  • U heeft suikerziekte.
  • U heeft overgewicht.
  • U heeft epilepsie.
  • U heeft tuberculose.
  • U heeft een hoge bloeddruk.
  • U heeft chloasma of u heeft dit ooit gehad (geelbruine pigmentvlekken op de huid, vooral in het gezicht); in dit geval is het verstandig om veel zonlicht of ultraviolette straling te vermijden.

Mogelijke ernstige aandoeningen

Kanker

De informatie die nu volgt is verkregen uit onderzoeken bij vrouwen die dagelijks een gecombineerd oraal voorbehoedmiddel innemen dat twee verschillende vrouwelijke hormonen bevat (de pil). Het is niet bekend of deze bevindingen ook van toepassing zijn op vrouwen die een ander hormonaal voorbehoedmiddel gebruiken, zoals een implantaat dat alleen een progestageen bevat.

Bij vrouwen die de pil gebruiken wordt iets vaker borstkanker geconstateerd, maar het is niet bekend of dit wordt veroorzaakt door het gebruik van de pil.

Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat er bij vrouwen die een combinatiepil gebruiken vaker een tumor wordt ontdekt omdat zij vaker door een arts worden onderzocht. Na het stoppen met de pil neemt de verhoogde kans op borstkanker geleidelijk af. Het is belangrijk om zelf regelmatig uw borsten te onderzoeken.

Neem contact op met uw arts als u een knobbeltje voelt.

Ook als een direct familielid borstkanker heeft of heeft gehad, moet u dit aan uw arts vertellen.

In zeldzame gevallen werden bij vrouwen die de pil gebruiken, goedaardige en, in nog zeldzamere gevallen, kwaadaardige levertumoren gevonden. Bij hevige buikpijn moet u direct contact opnemen met uw arts.

Trombose

Een bloedstolsel in een ader (ook bekend als veneuze trombose) kan blokkade van die ader veroorzaken. Dit kan zich voordoen in de aderen van de benen, de longen (longembolie) of in een ander orgaan.

Bij vrouwen die een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken, is de kans op de vorming van bloedstolsels groter dan bij vrouwen die geen gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken. De kans is echter lager dan de kans dat zich tijdens de zwangerschap een bloedstolsel vormt. Het risico van bloedstolsels bij voorbehoedmiddelen die alleen een progestageen bevatten, zoals Implanon NXT, is waarschijnlijk lager dan bij pillen die ook oestrogenen bevatten. Als u plotseling last krijgt van verschijnselen die op trombose kunnen wijzen, moet u direct contact opnemen met uw arts. (zie ook

'Wanneer moet u contact opnemen met uw arts?')

Overige aandoeningen

Veranderingen in het bloedingpatroon

Net als bij andere voorbehoedmiddelen met alleen progestageen kan het bloedingpatroon tijdens het gebruik van Implanon NXT veranderen. De frequentie kan veranderen (uitblijven van de bloeding, minder, meer of aanhoudende bloedingen), maar ook de intensiteit (sterker of zwakker) of de duur van de bloedingen. Uitblijven van de bloeding werd gerapporteerd door 1 op de 5 vrouwen, terwijl ook door 1 op de 5 vrouwen herhaalde en/of langdurige bloedingen werd gerapporteerd. In enkele gevallen werden hevige bloedingen gerapporteerd. In klinisch onderzoek was verandering van het bloedingpatroon de meest voorkomende reden voor verwijdering van het implantaat (ongeveer 11 %). Het bloedingpatroon in de eerste drie maanden van gebruik geeft gewoonlijk een goede indicatie voor het toekomstige bloedingpatroon.

Een verandering van het bloedingpatroon betekent niet dat Implanon NXT niet geschikt voor u is of dat u niet beschermd bent tegen zwangerschap. In het algemeen hoeft u dus ook geen actie te ondernemen. Neem contact op met uw arts bij heel veel of langdurig bloedverlies.

Problemen bij het inbrengen en verwijderen van het implantaat

Het implantaat kan zich verplaatsten ten opzichte van de oorspronkelijke inbrengplaats als het implantaat niet correct of te diep is ingebracht en/of door uitwendige oorzaken (bijvoorbeeld manipulatie van het implantaat of contactsporten). In deze gevallen kan het moeilijker zijn om de exacte plaats van het implantaat te bepalen en kan een grotere snee nodig zijn om het implantaat te verwijderen. Als het implantaat niet gevonden wordt en er geen aanwijzingen zijn dat het is uitgestoten, kunnen de bescherming tegen zwangerschap en de kans op progestageengerelateerde bijwerkingen langer duren dan gewenst.

Ovariumcysten

Tijdens het gebruik van alle laaggedoseerde hormonale voorbehoedmiddelen kunnen zich met vocht gevulde blaasjes in de eierstokken ontwikkelen. Deze worden ovariumcysten genoemd. De blaasjes verdwijnen meestal vanzelf. Soms veroorzaken ze lichte buikpijn, maar ze geven zelden ernstige problemen.

Gebruikt u naast Implanon NXT nog andere geneesmiddelen of kruidenmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Sommige geneesmiddelen kunnen er voor zorgen dat Implanon NXT niet goed werkt. Dat zijn onder andere geneesmiddelen voor de behandeling van:

o epilepsie (bijvoorbeeld primidon, fenytoïne, barbituraten, carbamazepine, oxcarbazepine, topiramaat en felbamaat);

o tuberculose (bijvoorbeeld rifampicine);

o hiv-infecties (bijvoorbeeld ritonavir, nelfinavir, nevirapine en efavirenz); o andere infectieziekten (bijvoorbeeld griseofulvine);

o depressieve stemmingen (het kruidenmiddel sint-janskruid).

Implanon NXT kan ook de werking van andere geneesmiddelen beïnvloeden; bijvoorbeeld de activiteit van ciclosporine verhogen en die van lamotrigine verlagen.

Laat de arts die Implanon NXT voorschrijft daarom altijd weten welke geneesmiddelen of kruidenmiddelen u al gebruikt. Vertel ook aan elke andere arts of tandarts die u een ander geneesmiddel voorschrijft (of aan de apotheker die het geneesmiddel verstrekt) dat u Implanon NXT gebruikt. Zij kunnen u vertellen of het nodig is om een extra, niet-hormonaal voorbehoedmiddel te gebruiken en ook hoe lang u dit moet gebruiken; de invloed van het andere geneesmiddel kan tot vier weken na het stopzetten ervan aanhouden. Als u heel lang geneesmiddelen gebruikt die ervoor zorgen dat Implanon NXT minder goed werkt, kan uw arts u ook aanraden om het implantaat te laten verwijderen en een andere anticonceptiemethode te gebruiken die wel goed werkt met deze geneesmiddelen. Als u tijdens het gebruik van Implanon NXT kruidenmiddelen wilt gebruiken die sint-janskruid bevatten, moet u eerst uw arts raadplegen.

Er zijn geen aanwijzingen dat voedsel en drank effect hebben op de werking van Implanon NXT.

Zwangerschap en borstvoeding

U mag Implanon NXT niet gebruiken als u zwanger bent of als u denkt dat u zwanger zou kunnen zijn. Als u niet zeker weet of u zwanger bent, moet u een zwangerschapstest uitvoeren voordat u Implanon NXT gaat gebruiken.

Implanon NXT mag tijdens de borstvoeding gebruikt worden. Er komt een kleine hoeveelheid van de werkzame stof van Implanon NXT in de moedermelk terecht, maar dat heeft geen invloed op de productie en kwaliteit van de moedermelk of op de groei en ontwikkeling van het kind.

Als u borstvoeding geeft en Implanon NXT wilt gebruiken, overleg dan met uw arts.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Er zijn geen aanwijzingen dat het gebruik van Implanon NXT de oplettendheid en het concentratievermogen beïnvloedt.

Periodieke controle

Voordat Implanon NXT wordt ingebracht, zal uw arts u een aantal vragen stellen over uw gezondheid en die van uw naaste familieleden. De arts zal ook uw bloeddruk meten en kan, afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden, ook een aantal andere testen doen. Wanneer u Implanon NXT gaat

gebruiken, kan uw arts u vragen om enige tijd na het inbrengen van het implantaat terug te komen voor een (routine) controle. Het hangt af van uw persoonlijke situatie hoe vaak u voor controle moet terugkomen en wat voor onderzoek er dan plaatsvindt.

Neem in de volgende gevallen zo snel mogelijk contact op met uw arts:

  • bij veranderingen in uw gezondheid, vooral als die te maken hebben met een van de punten die elders in deze bijsluiter worden genoemd (zie ook ‘Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?’ en ‘Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?’; denk ook aan de punten die betrekking hebben op uw naaste familieleden);
  • bij het optreden van hevige pijn of zwelling in een van de benen, onverklaarbare pijn op de borst, kortademigheid, ongewone hoest, vooral als u ook bloed ophoest;
  • bij plotselinge, hevige buikpijn of geelzucht;
  • bij een knobbeltje in de borst (zie ook 'Kanker');
  • bij plotselinge of hevige pijn in de onderbuik of maagstreek;
  • bij ongewoon, hevig vaginaal bloedverlies;
  • als u enige tijd bedlegerig bent, niet mag lopen of een operatie moet ondergaan (raadpleeg uw arts ten minste vier weken van tevoren);
  • als u denkt dat u zwanger bent.

Hoe gebruikt u dit middel?

Als u zwanger bent of als u denkt dat u zwanger zou kunnen zijn, moet u dat uw arts vertellen voordat Implanon NXT bij u wordt ingebracht (bijvoorbeeld als u onbeschermd geslachtsgemeenschap heeft gehad na uw laatste menstruatie).

Hoe te gebruiken

Implanon NXT mag alleen ingebracht en verwijderd worden door een arts die bekend is met de instructies op de voor de arts bestemde zijde van deze bijsluiter. De arts bepaalt, in overleg met u, wat het beste moment is om het implantaat in te brengen. Dit is afhankelijk van uw persoonlijke situatie (bijvoorbeeld het voorbehoedmiddel dat u nu gebruikt). Tenzij u overstapt van een ander hormonaal voorbehoedmiddel, moet Implanon NXT worden ingebracht op dag 1-5 van uw natuurlijke menstruatie om zwangerschap uit te sluiten. Uw arts zal u hierover adviseren (voor meer informatie zie rubriek 1.1 'Wanneer wordt Implanon NXT ingebracht?' aan het eind van deze bijsluiter of in gelijknamige rubriek in de bijgeleverde bijsluiter “Informatie voor de arts”).

Het inbrengen en verwijderen van Implanon NXT gebeurt onder plaatselijke verdoving. Implanon NXT wordt direct onder de huid ingebracht, aan de binnenkant van de bovenarm van uw niet-dominante arm (de arm waar u niet mee schrijft). Een beschrijving van het inbrengen en verwijderen van Implanon NXT is weergegeven in rubriek 6.

Implanon NXT moet uiterlijk drie jaar na het inbrengen verwijderd of vervangen worden.

Uw arts zal u een gebruikerskaart meegeven waarop vermeld staat wanneer en waar Implanon NXT is ingebracht en wanneer Implanon NXT op zijn laatst verwijderd moet worden. Bewaar dit kaartje op een veilige plaats!

Na het inbrengen zal de arts u vragen om met de hand te voelen (palpatie) waar het implantaat is ingebracht. Een correct ingebracht implantaat moet door u en de arts goed te voelen zijn; zeker als beide uiteinden tussen duim en wijsvinger opgetild kunnen worden. Voelen geeft echter geen 100 % zekerheid dat het implantaat aanwezig is. Bij de geringste twijfel moet u een barrièremethode (bijvoorbeeld een condoom) gebruiken, totdat de arts en u er absoluut zeker van zijn dat het implantaat is ingebracht. In uitzonderlijke gevallen kan het nodig zijn dat de arts röntgenonderzoek, echografie of MRI moet

gebruiken of een bloedmonster van u moet nemen om er zeker van te zijn dat het implantaat in uw arm zit.

Als u Implanon NXT wilt laten vervangen, kan er direct na verwijdering van het oude implantaat een nieuw implantaat worden ingebracht. Het nieuwe implantaat kan in dezelfde arm en op dezelfde plaats worden ingebracht. Uw arts zal u hierover adviseren.

Als u wilt stoppen met Implanon NXT

U kunt uw arts op elk moment vragen om Implanon NXT te verwijderen. Als het implantaat met de vingers niet te voelen is, kan de arts de plaats ervan bepalen door middel van röntgenonderzoek, echografie of MRI. Afhankelijk van de exacte positie kan de verwijdering van het implantaat iets lastiger zijn en kan er een kleine operatieve ingreep nodig zijn.

Als u niet zwanger wilt worden na verwijdering van Implanon NXT, vraag dan uw arts om advies over andere betrouwbare voorbehoedmiddelen.

Als u stopt met Implanon NXT omdat u zwanger wilt worden, is het beter om te wachten totdat u een natuurlijke menstruatie heeft gehad voordat u probeert zwanger te worden. U kunt dan gemakkelijker uitrekenen wanneer de bevalling zal plaatsvinden.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Tijdens het gebruik van Implanon NXT kan de menstruatie onregelmatig worden. De bloedingen kunnen zeer gering zijn waarbij zelfs geen inlegkruisje nodig is, maar kunnen ook heviger zijn waarbij wel maandverband nodig is.

Het kan ook zijn dat de bloedingen helemaal wegblijven. Het optreden van onregelmatige bloedingen betekent niet dat de bescherming van Implanon NXT tegen zwangerschap verminderd is. In het algemeen hoeft u dan ook geen actie te ondernemen. Raadpleeg uw arts echter wel bij heel veel of langdurig bloedverlies.

Mogelijke ernstige bijwerkingen

Ernstige bijwerkingen worden beschreven in rubriek 2 onder 'Kanker' en 'Trombose'. Lees deze rubrieken voor meer informatie en neem onmiddellijk contact op met uw arts indien nodig.

De volgende bijwerkingen werden gerapporteerd:

Zeer vaak (>1/10) Vaak (1/10-1/100) Soms (1/100-1/1000)
acne; haaruitval; jeuk;
hoofdpijn; duizeligheid; jeuk aan de geslachtsorganen;
gewichtstoename; neerslachtigheid; huiduitslag;
gevoelige of pijnlijke borsten; emotionele labiliteit; overmatige haargroei;
onregelmatige bloedingen; zenuwachtigheid; migraine;
infectie van de vagina. minder zin om te vrijen; angstig gevoel;
  meer eetlust; slapeloosheid;
  buikpijn; slaperigheid;
  misselijkheid; diarree;
  opgeblazen gevoel; braken;
  pijnlijke menstruatie; verstopping;
gewichtsafname; urineweginfectie;
griepachtige verschijnselen; vaginale ongemakken
pijn; (bijvoorbeeld afscheiding);
vermoeidheid; vergrote borsten;
opvliegers; afscheiding uit de tepel;
pijn op de inbrengplaats; rugpijn;
huidreactie op de inbrengplaats; koorts;
cysten in de eierstok. vocht vasthouden;
  moeite of pijn bij het plassen;
  allergische reacties;
  keelpijn/keelontsteking;
  neusslijmvliesontsteking;
  gewrichtspijn;
  spierpijn;
  botpijn.

Behalve deze bijwerkingen wordt een enkele keer verhoogde bloeddruk gerapporteerd. De huid kan ook vetter worden. Zoek onmiddellijk medische hulp als u verschijnselen krijgt van een ernstige allergische reactie, zoals (i) zwellingen in het gezicht, tong of keel, (ii) moeite met slikken of (iii) galbulten en moeite met ademhalen. Bij het inbrengen en verwijderen van Implanon NXT kunnen bloeduitstortingen, pijn of jeuk optreden en in zeldzame gevallen infectie. Soms vormt zich op de inbrengplaats een litteken of kan een abces ontstaan. Een verdoofd gevoel of een beleving van verdoving (of het ontbreken van gevoel) kan voorkomen. Vooral als het implantaat niet goed is ingebracht kan het worden uitgestoten of kan het zich verplaatsen. Bij het verwijderen van het implantaat kan een kleine operatieve ingreep nodig zijn.

Krijgt u veel last van een van de bijwerkingen? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket op de verpakking na “houdbaar t/m:”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

Een applicator met daarin een implantaat met:

  • De werkzame stof in dit middel is: etonogestrel (68 mg)
  • De andere stoffen in dit middel zijn: ethyleenvinylacetaatcopolymeer, bariumsulfaat en magnesiumstearaat.

Implanon NXT is een langdurig werkzaam hormonaal voorbehoedmiddel dat vlak onder de huid wordt ingebracht. Het bestaat uit een radiopaak (zichtbaar bij röntgenonderzoek) implantaat dat alleen een progestageen bevat en dat is voorverpakt in de naald van een innovatieve, direct bruikbare, gebruiksvriendelijke wegwerpapplicator. Het implantaat, gebroken wit van kleur, 4 cm lang en 2 mm in doorsnee, bevat etonogestrel en bariumsulfaat.

De applicator is ontwikkeld om het implantaat op de juiste manier, vlak onder de huid aan de binnenkant van uw (niet-dominante) bovenarm in te brengen. Implanon NXT mag alleen ingebracht of verwijderd worden door een arts die vertrouwd is met de procedures. Voor een probleemloze verwijdering is het noodzakelijk dat het implantaat vlak onder de huid is ingebracht (zie verderop in deze bijsluiter). Het inbrengen en verwijderen gebeurt onder plaatselijke verdoving. Als de instructies goed worden opgevolgd is de kans op problemen klein.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Registratiehouder/ompakker:

Euro Registratie Collectief b.v. Van der Giessenweg 5

2921 LP Krimpen a/d IJssel

Fabrikant:

N.V. Organon

Kloosterstraat 6

5349 AB Oss

Nederland

In het register ingeschreven onder:  
RVG 104881//21168 Implanon NXT, 68 mg implantaat voor subdermaal gebruik (Groot-Brittannië)
Dit geneesmiddel is geregistreerd in lidstaten van de EEA onder de volgende namen:  
Groot-Brittannië: Nexplanon  
Nederland: Implanon NXT  

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in april 2013.

Euro Registratie Collectief b.v., 130712-0712

Deze afbeeldingen zijn alleen bedoeld ter verduidelijking van de inbreng- en verwijderingsprocedures voor de vrouw bij wie het implantaat ingebracht wordt .

Opmerking: De exacte procedures voor het inbrengen en verwijderen van Implanon NXT door de gekwalificeerde arts zijn beschreven in de samenvatting van de productkenmerken aan het eind van deze bijsluiter, of in de gelijknamige rubriek in de bijgeleverde bijsluiter “Informatie voor de arts”.

  • Het inbrengen van Implanon NXT mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde arts die vertrouwd is met de procedure.
  • Om het inbrengen van het implantaat te vergemakkelijken, moet u op uw rug gaan liggen met uw arm licht gebogen en enigszins naar buiten gedraaid.
  • Het implantaat wordt ingebracht aan de binnenkant van de bovenarm van uw niet-dominante arm (de arm waar u niet mee schrijft).
  • De inbrengplaats wordt aangegeven op de huid, en wordt ontsmet en verdoofd.
  • De huid wordt strakgetrokken en de naald wordt vlak onder de huid ingebracht. Als de punt van de naald in de huid zit, wordt de naald in zijn geheel ingebracht evenwijdig aan de huid.
  • Het paarse schuifmechanisme wordt ontgrendeld door hem licht in te drukken en geheel terug te schuiven tot hij niet verder kan zodat de naald wordt teruggetrokken. Bij het terugtrekken van de naald blijft het implantaat achter in de arm.
  • De aanwezigheid van het implantaat dient gecontroleerd te worden door het direct na het inbrengen te voelen (palperen). Een correct ingebracht implantaat kan tussen duim en vinger gevoeld worden door zowel de arts als door uzelf. Voelen geeft echter geen 100 % zekerheid dat het implantaat aanwezig is.
  • Als het implantaat niet voelbaar is of als er twijfel bestaat over de aanwezigheid, moeten er andere methoden worden gebruikt om er zeker van te zijn dat het implantaat in uw arm zit.
  • Totdat bevestigd is dat het implantaat zich in de arm bevindt, is het mogelijk dat u niet beschermd bent tegen zwangerschap en moet u een barrièremethode (bijvoorbeeld condooms) gebruiken.
  • U krijgt een pleister en een steriel gaasje met een drukverband om blauwe plekken te verminderen. Het drukverband mag u na 24 uur verwijderen en de pleister op de inbrengplaats na 3 tot 5 dagen.
  • Nadat het implantaat is ingebracht krijgt u van de arts een gebruikerskaart met daarop aangegeven de inbrengplaats, inbrengdatum en de datum waarop het implantaat uiterlijk weer verwijderd of vervangen moet worden. Bewaar deze goed, omdat de informatie op deze kaart het verwijderen later

gemakkelijker maakt.

  • Het implantaat mag alleen worden verwijderd door een gekwalificeerde arts die vertrouwd is met de procedure.
  • Het implantaat wordt verwijderd op uw verzoek of uiterlijk drie jaar na het inbrengen.
  • De plaats waar het implantaat is ingebracht is aangegeven op de gebruikerskaart.
  • De arts lokaliseert het implantaat. Wanneer de plaats van het implantaat niet kan worden bepaald, kunnen röntgenonderzoek, echografie of MRI worden gebruikt.

Uw bovenarm zal worden ontsmet en verdoofd.

  • Dan zal er een klein sneetje gemaakt worden in de lengterichting van de arm, net onder de punt van het implantaat
  • Het implantaat wordt dan voorzichtig in de richting van het sneetje geschoven en verwijderd met een klem.
  • Soms is het implantaat omgeven door stug weefsel. In dat geval moet er een klein sneetje worden gemaakt in het weefsel voordat het implantaat verwijderd kan worden.
  • Als u wilt dat uw arts Implanon NXT vervangt door een volgend implantaat, dan kan deze via hetzelfde sneetje worden ingebracht.
  • Het sneetje wordt gesloten met een Steri-Strip of een zwaluwstaartje.
  • U krijgt een pleister en een steriel gaasje met een drukverband om blauwe plekken te verminderen. Het drukverband mag u na 24 uur verwijderen en de pleister op de inbrengplaats na 3 tot 5 dagen.

De volgende informatie is alleen bestemd voor de arts

INFORMATIE VOOR DE ARTS

Implanon NXT

68 mg implantaat voor subdermaal gebruik etonogestrel

BELANGRIJK: Zwangerschap moet uitgesloten worden voordat het implantaat ingebracht wordt.

Het tijdstip van inbrengen is afhankelijk van de recente anticonceptieanamnese:

Geen voorafgaand gebruik van hormonale anticonceptiva in de afgelopen maand:

Het implantaat dient te worden ingebracht tussen dag 1 (eerste dag menstruatiebloeding) en dag 5 van de menstruatiecyclus, ook als de vrouw nog steeds menstrueert.

Als het implantaat ingebracht wordt zoals aanbevolen, zijn aanvullende anticonceptieve maatregelen niet nodig. Als van het aanbevolen tijdstip van inbrengen wordt afgeweken, moet de vrouw het advies krijgen om tot zeven dagen na het inbrengen van het implantaat ook een niet-hormonale anticonceptiemethode (bijvoorbeeld condooms) te gebruiken. Als geslachtsgemeenschap al plaatsgevonden heeft, moet zwangerschap worden uitgesloten.

Overschakelen van een andere anticonceptieve methode naar Implanon NXT

Na een combinatie hormonaal anticonceptivum (combinatie oraal anticonceptivum [combinatie OAC], vaginale ring of transdermale pleister)

Het implantaat dient bij voorkeur te worden ingebracht op de dag na die waarop de laatste werkzame tablet (de laatste tablet die de werkzame bestanddelen bevat) van de voorafgaande combinatie OAC is ingenomen, of op de dag van verwijdering van de vaginale ring of transdermale pleister. Het implantaat moet uiterlijk worden ingebracht op de dag na de gebruikelijke tabletvrije, ringvrije of pleistervrije periode of na de placeboperiode van de voorafgaande combinatie OAC, wanneer de volgende tablet, ring of pleister gebruikt zou worden. Het is mogelijk dat niet alle anticonceptiemethoden (transdermale pleister, vaginale ring) in alle landen verkrijgbaar zijn.

Als het implantaat ingebracht wordt zoals aanbevolen, zijn aanvullende anticonceptieve maatregelen niet nodig. Als van het aanbevolen tijdstip van inbrengen wordt afgeweken, moet de vrouw het advies krijgen om tot zeven dagen na het inbrengen van het implantaat ook een niet-hormonale anticonceptiemethode (bijvoorbeeld condooms) te gebruiken. Als geslachtsgemeenschap al plaatsgevonden heeft, moet zwangerschap worden uitgesloten.

Na een anticonceptivum met alleen progestageen (bijvoorbeeld de pil met alleen progestageen, injectiepreparaat, implantaat of intra-uterien systeem [IUS])

Voor de verschillende anticonceptiemiddelen met alleen progestageen gelden de volgende richtlijnen:

  • Injecteerbare anticonceptiva: Breng het implantaat in op de dag waarop de volgende injectie gepland is.
  • Pil met alleen progestageen: De vrouw kan op elke gewenste dag van de maand overschakelen van een pil met alleen progestageen op Implanon NXT. Het implantaat dient te worden ingebracht binnen 24 uur nadat het laatste tablet is ingenomen.
  • Implantaat/intra-uterien systeem (IUS): Het implantaat wordt ingebracht op dezelfde dag als waarop het vorige implantaat of het IUS verwijderd wordt.

Als het implantaat ingebracht wordt zoals aanbevolen, zijn aanvullende anticonceptieve maatregelen niet nodig. Als van het aanbevolen tijdstip van inbrengen wordt afgeweken, moet de vrouw het advies krijgen

om tot zeven dagen na het inbrengen van het implantaat ook een niet-hormonale anticonceptiemethode (bijvoorbeeld condooms) te gebruiken. Als geslachtsgemeenschap al plaatsgevonden heeft, moet zwangerschap worden uitgesloten.

Na abortus of miskraam

  • Eerste trimester: Na een abortus of miskraam in het eerste trimester dient het implantaat binnen vijf dagen ingebracht te worden.
  • Tweede trimester: Het implantaat wordt ingebracht tussen 21 en 28 dagen na een abortus of miskraam in het tweede trimester.

Als het implantaat ingebracht wordt zoals aanbevolen, zijn aanvullende anticonceptieve maatregelen niet nodig. Als van het aanbevolen tijdstip van inbrengen wordt afgeweken, moet de vrouw het advies krijgen om tot zeven dagen na het inbrengen van het implantaat ook een niet-hormonale anticonceptiemethode (bijvoorbeeld condooms) te gebruiken. Als geslachtsgemeenschap al plaatsgevonden heeft, moet zwangerschap worden uitgesloten.

Postpartum

  • Geen borstvoeding: Het implantaat dient ingebracht te worden tussen 21 en 28 dagen postpartum. Als het implantaat ingebracht wordt zoals aanbevolen, zijn aanvullende anticonceptieve maatregelen niet nodig. Als het implantaat wordt ingebracht na 28 dagen postpartum, moet de vrouw het advies krijgen om tot zeven dagen na het inbrengen van het implantaat ook een niet-hormonale anticonceptiemethode (bijvoorbeeld condooms) te gebruiken. Als geslachtsgemeenschap al plaatsgevonden heeft, moet zwangerschap worden uitgesloten.
  • Borstvoeding: Het implantaat dient ingebracht te worden na de vierde week postpartum (zie rubriek 4.6 'Zwangerschap en borstvoeding'). De vrouw moet het advies krijgen om tot zeven dagen na het inbrengen van het implantaat ook een niet-hormonale anticonceptiemethode (bijvoorbeeld condooms) te gebruiken. Als geslachtsgemeenschap al plaatsgevonden heeft, moet zwangerschap worden uitgesloten.

Voorwaarde voor succesvol gebruik en een geslaagde verwijdering van het Implanon NXT-implantaat is dat het implantaat op correcte en zorgvuldige wijze volgens de instructies wordt ingebracht in de niet- dominante arm. Zowel de arts als de vrouw moet het implantaat onder de huid kunnen voelen.

Het implantaat moet subdermaal, vlak onder de huid, worden ingebracht.

Bij te diep inbrengen van het implantaat kunnen vaten of zenuwen beschadigd worden. Te diep of onjuist inbrengen is in verband gebracht met paresthesieën (door zenuwbeschadiging), migratie van het implantaat (bij inbrengen in spier of fascie) of, in zeldzame gevallen, met intravasculaire insertie. Bovendien is het implantaat bij diepe insertie niet meer voelbaar, waardoor lokalisatie en verwijdering moeilijk kunnen zijn.

Het inbrengen van Implanon NXT moet plaatsvinden onder aseptische omstandigheden en alleen door een gekwalificeerde arts die bekend is met de procedure. Het implantaat mag alleen ingebracht worden met de voorgevulde applicator.

De arts verricht de handelingen bij voorkeur vanuit zittende houding zodat de inbrengplaats en de beweging van de naald net onder de huid goed van de zijkant geobserveerd kunnen worden.

Afbeelding 1

  • Vraag de vrouw om op haar rug op de behandeltafel te gaan liggen met haar niet-dominante arm gebogen en naar buiten geroteerd zodat de pols evenwijdig met het oor of de hand naast het hoofd ligt (afbeelding 1).
  • Bepaal de inbrengplaats aan de binnenzijde van de niet-dominante bovenarm, ongeveer 8-10 cm boven de mediale epicondylus humeri.

Afbeelding 2

  • Zet twee streepjes met een steriele marker: markeer eerst de plaats waar het implantaat ingebracht zal worden; zet daarna een streepje op enkele centimeters proximaal van het eerste streepje (afbeelding 2). Dit tweede streepje zal later dienen om de richting van het inbrengen aan te geven.
  • Reinig de inbrengplaats met een antiseptische oplossing.
  • Verdoof de inbrengplaats (bijvoorbeeld met verdovende spray of door het injecteren van 2 ml lidocaïne 1 %, net onder de huid in de richting van het geplande inbrengkanaal).
  • Neem de steriele voorgevulde wegwerpapplicator met Implanon NXT uit de blister.

Afbeelding 3

  • Pak de applicator net boven de naald op het geruwde oppervlak vast. Verwijder het transparante beschermkapje door het horizontaal in de richting van de pijl weg van de naald te schuiven (afbeelding 3). Als het kapje niet gemakkelijk te verwijderen is, gebruik de applicator dan niet. Als u in de punt van de naald kijkt, kunt u het witte implantaat zien. Raak het paarse schuifmechanisme niet aan voordat u de naald in zijn geheel subdermaal heeft ingebracht; het schuifmechanisme zorgt er namelijk voor dat de naald terugtrekt en het implantaat vrijkomt uit de applicator.

Afbeelding 4

Trek met duim en wijsvinger van uw vrije hand de huid rond de inbrengplaats strak (afbeelding 4).

Afbeelding 5

Prik de huid aan met de punt van de naald onder een hoek van ongeveer 30° (afbeelding 5).

Afbeelding 6

  • Breng dan de applicator in horizontale positie. Trek de huid op met de punt van de naald en schuif de naald in zijn geheel onder de huid. U kunt enige weerstand voelen, maar u mag geen overmatige druk uitoefenen (afbeelding 6). Als de naald niet over zijn hele lengte ingebracht wordt, zal het implantaat niet correct ingebracht worden.

Afbeelding 7

  • Houd de applicator in dezelfde positie met de naald volledig ingebracht. Indien nodig, kunt u uw andere hand gebruiken om de applicator in dezelfde positie te houden tijdens de volgende procedure. Ontgrendel het paarse schuifmechanisme door deze licht in te drukken. Beweeg het schuifmechanisme helemaal terug tot deze niet meer verder kan (afbeelding 7). Het implantaat is nu op de definitieve, subdermale plaats en de naald is teruggetrokken en binnen in de applicator afgesloten. De applicator kan nu verwijderd worden. Als de applicator niet in dezelfde positie wordt gehouden tijdens deze procedure of als het paarse schuifmechanisme niet geheel wordt teruggeschoven, zal het implantaat niet correct geplaatst worden.

Afbeelding 8

  • Controleer altijd direct of het implantaat correct in de arm geplaatst is door palpatie van de inbrengplaats. Door beide uiteinden van het implantaat te voelen moet u kunnen vaststellen dat het 4 cm lange staafje zich onder de huid bevindt (afbeelding 8).

Als u het implantaat niet kunt voelen of in geval van twijfel:

  • Controleer de applicator. De naald moet geheel teruggetrokken zijn en alleen de paarse obturator mag zichtbaar zijn.
  • Gebruik een andere methode om te bevestigen dat het implantaat correct geplaatst is. Geschikte methoden hiervoor zijn: tweedimensionale röntgenopname, computertomografie (CT-scan), echografie met een hoogfrequente lineaire array transducer (10 MHz of meer) of magnetische resonantie (MRI). Het wordt aanbevolen eerst de leverancier van Implanon NXT te raadplegen voor instructies voordat u röntgen-CT, echografie of MRI gaat verrichten voor lokalisatie van het implantaat. Als deze beeldvormende technieken niet succesvol zijn, wordt geadviseerd om de aanwezigheid van het implantaat te bevestigen door middel van een etonogestrelbepaling in een bloedmonster van de vrouw. In dit geval zal de leverancier de geschikte procedure verstrekken. Zolang de aanwezigheid van het implantaat niet is bevestigd, moet een niet-hormonale vorm van anticonceptie worden gebruikt.
  • Plak een pleister over de inbrengplaats. Vraag de vrouw het implantaat te palperen.
  • Breng een steriel gaasje met drukverband aan om de kans op blauwe plekken te verkleinen. Na 24 uur mag het drukverband verwijderd worden en na drie tot vijf dagen ook de pleister over de inbrengplaats.
  • Vul de gebruikerskaart in en vraag de vrouw om deze te bewaren. Vul ook de etiketten in en plak die in het medisch dossier van de vrouw.
  • De applicator is alleen bestemd voor eenmalig gebruik en moet weggegooid worden overeenkomstig de lokale richtlijnen voor niet-biologisch afbreekbaar afval.

Raadpleeg de gebruikerskaart voor de locatie van het Implanon NXT implantaat voordat u begint met het verwijderen van het implantaat. Controleer de exacte locatie van het implantaat door palpatie.

Als het implantaat niet voelbaar is, kan de aanwezigheid gecontroleerd worden door middel van tweedimensionale röntgenopnamen. Een niet-palpabel implantaat moet eerst gelokaliseerd worden voordat het verwijderd kan worden. Geschikte methoden voor lokalisatie zijn onder andere computertomografie (CT-scan), echografie met een hoogfrequente lineaire array transducer (10 MHz of meer) of magnetische resonantie (MRI). Als het implantaat niet met een van deze beeldvormende technieken gelokaliseerd kan worden, kan een etonogestrel-bepaling gedaan worden om de aanwezigheid aan te tonen. Neem contact op met uw leverancier voor verdere instructies. Na lokalisatie van een niet- palpabel implantaat kan men overwegen om het te verwijderen onder echografische controle.

In enkele gevallen werd melding gemaakt van migratie van het implantaat; meestal gaat het hierbij om een kleine verplaatsing ten opzichte van de oorspronkelijke positie tenzij het implantaat te diep is ingebracht (zie ook rubriek 4.4.1 'Waarschuwingen' in de SPC). Dit zal lokalisatie van het implantaat door palpatie, echografie en/of MRI moeilijker maken; de verwijdering kan een grotere incisie en meer tijd vereisen.

Het implantaat mag alleen onder aseptische omstandigheden verwijderd worden door een arts die bekend is met de techniek.

Een explorerende ingreep zonder kennis van de exacte locatie wordt sterk afgeraden.

Verwijdering van diep ingebrachte implantaten moet voorzichtig gebeuren om beschadiging van dieper gelegen zenuwen of bloedvaten te voorkomen; de ingreep mag alleen verricht worden door artsen met kennis van de anatomie van de arm.

Als het implantaat niet verwijderd kan worden, neem dan contact op met de leverancier voor nader advies.

Afbeelding 9

  • Reinig en desinfecteer de huid waar u de incisie gaat maken. Lokaliseer het implantaat door palpatie en markeer het distale uiteinde (dichtst bij de elleboog), bijvoorbeeld met een steriele marker (afbeelding 9).

Afbeelding 10

  • Verdoof de arm, bijvoorbeeld met 0,5 tot 1 ml lidocaïne 1 % op de plaats waar de incisie gemaakt wordt (afbeelding 10). Injecteer het verdovende middel onder het implantaat zodat het implantaat dicht onder het huidoppervlak blijft liggen.

Afbeelding 11

  • Druk op het proximale uiteinde van het implantaat (afbeelding 11) om het te stabiliseren; het distale uiteinde kan hierdoor onder het oppervlak zichtbaar worden. Maak een longitudinale incisie van 2 mm, vanaf het distale uiteinde van het implantaat in de richting van de elleboog.

Afbeelding 12

  • Duw het implantaat voorzichtig in de richting van de incisie totdat het uiteinde ervan zichtbaar wordt. Pak het implantaat met een klem (bij voorkeur een gebogen mosquitoklem) en verwijder het implantaat (afbeelding 12).

Afbeelding 13

Afbeelding 14

  • Als het implantaat ingekapseld is, maak dan een incisie in het kapsel en verwijder het implantaat met de klem (afbeeldingen 13 en 14).

Afbeelding 15

Afbeelding 16

Afbeelding 17

  • Als de top van het implantaat niet zichtbaar wordt in de incisie, breng de klem dan voorzichtig in de incisie (afbeelding 15). Neem de klem over in uw andere hand (afbeelding 16). Maak met een tweede

klem het weefsel rond het implantaat los en pak het implantaat (afbeelding 17). Het implantaat kan nu verwijderd worden.

  • Meet het verwijderde staafje om te controleren of het in zijn geheel (4 cm lang) verwijderd is. Als een deel van het implantaat (minder dan 4 cm) wordt verwijderd, dient het resterende deel verwijderd te worden door de instructies in rubriek 1.3 'Hoe wordt Implanon NXT verwijderd?' te volgen.
  • Als de vrouw wil doorgaan met het gebruik van Implanon NXT kan onmiddellijk na het verwijderen, via dezelfde incisie, een nieuw implantaat ingebracht worden (rubriek 1.4 'Hoe wordt Implanon NXT vervangen?').
  • Sluit de incisie na het verwijderen van het implantaat met een Steri-Strip of zwaluwstaartje en een pleister.
  • Breng een steriel gaasje met drukverband aan om de kans op blauwe plekken te verkleinen. Na 24 uur mag het drukverband verwijderd worden en na 3 tot 5 dagen ook de pleister over de inbrengplaats.

Na verwijdering van het vorige implantaat kan direct een nieuw implantaat ingebracht worden op dezelfde manier als beschreven in rubriek 1.2 'Hoe wordt Implanon NXT ingebracht?'.

Het nieuwe implantaat kan ingebracht worden in dezelfde arm, via de incisie waardoor het vorige implantaat verwijderd werd. Als voor het inbrengen van een nieuw implantaat dezelfde incisie wordt gebruikt, verdoof dan de inbrengplaats (bijvoorbeeld met 2 ml lidocaïne (1 %)) vanaf de incisie in de richting van het inbrengkanaal en vervolg de procedure op de boven beschreven manier.

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in april 2013.

Euro Registratie Collectief b.v., 130712-0712

Cookies help us deliver our services. By using our services, you agree to our use of cookies. OK