Esomeprazol Fisher 10 mg sachet, maagsapresistent granulaat voor orale suspensie

ATC-Code
A02BC05
Esomeprazol Fisher 10 mg sachet, maagsapresistent granulaat voor orale suspensie

Dr. Fisher Farma

Stof(fen)
Esomeprazol
Verdovend
Nee
Farmacologische groep Geneesmiddelen voor maagzweren en gastro-oesofageale refluxziekte (gord)

Advertentie

Alles om te weten

Vergunninghouder

Dr. Fisher Farma

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Dit middel bevat de stof esomeprazol. Het behoort tot de geneesmiddelengroep van de protonpompremmers. Het vermindert de hoeveelheid zuur in uw maag.

Dit middel wordt gebruikt om de volgende ziektes te behandelen:

Kinderen ouder dan 1 jaar

Dit middel wordt gebruikt om de ziekte ‘gastro-oesofageale refluxziekte’ te behandelen.

  • Bij deze ziekte gaat het maagzuur vanuit de maag terug de slokdarm (oesofagus) in. Dit leidt tot pijn en ontsteking aan de slokdarm en brandend maagzuur. Brandend maagzuur is een branderig gevoel dat vanaf uw maag of onderkant van uw borst tot aan uw keel omhoog gaat.
  • Bij kinderen kunt u de ziekte herkennen doordat er maaginhoud terugvloeit in de mond (oprisping), doordat het kind misselijk is (overgeven/spugen) en doordat het kind slecht groeit.

Kinderen ouder dan 4 jaar

  • Zweren die zijn ontstaan door een infectie met de ‘Helicobacter pylori’ bacterie. Als uw kind deze aandoening heeft, zal uw arts ook antibiotica voorschrijven om de infectie te behandelen en de zweer te laten genezen.

Advertentie

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
  • U bent allergisch (overgevoelig) voor esomeprazol of voor een van de andere stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder punt 6.
  • U bent allergisch (overgevoelig) voor andere vergelijkbare protonpompremmers (bijvoorbeeld pantoprazol, lanzoprazol, rabeprazol, omeprazol).
  • U gebruikt een geneesmiddel dat de stof nelfinavir bevat (geneesmiddel voor de behandeling van HIV).
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
  • Als u lever problemen heeft, vertel dit dan uw arts of apotheker. U heeft misschien een lagere dosering nodig.
  • Als u nierproblemen heeft, vertel dit dan uw arts of apotheker.

Dit middel kan klachten van andere ziekten verbergen. Deze klachten worden dan minder, maar de oorzaak van de klachten verdwijnt niet. Geldt een van onderstaande situaties voor u, vertel dit dan uw arts of apotheker:

  • U verliest zonder enige aanleiding veel lichaamsgewicht.
  • U krijgt maagpijn of problemen met de spijsvertering.
  • U heeft moeite met slikken.
  • U geeft vaak over.
  • U geeft bloed over.
  • U heeft bloederige/zwarte ontlasting. Dit komt door gestold bloed in de ontlasting.

Heeft uw arts u gezegd dit middel ‘zo nodig’ (op het moment dat u klachten heeft) te gebruiken? Vertel het uw arts als de klachten aanhouden of veranderen. ‘Zo nodig’ behandeling is niet onderzocht bij kinderen en wordt daarom afgeraden voor kinderen.

Bij het gebruik van een protonpompremmer zoals dit middel, met name voor een periode langer dan 1 jaar, is er mogelijk een grotere kans op het breken van de heup, pols of wervelkolom. Vertel het uw arts als u osteoporose heeft, of wanneer u corticosteroïden gebruikt (deze medicatie kan het risico op osteoporose verhogen).

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast dit middel nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen recept voor nodig heeft. De werking van deze geneesmiddelen zou door dit middel namelijk kunnen veranderen. En andersom zouden deze geneesmiddelen ook de werking van dit middel kunnen veranderen.

Vertel het uw arts of apotheker als u de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • Atazanavir (geneesmiddel voor de behandeling van HIV). Gebruik dit middel niet als u nelfinavir gebruikt.
  • Clopidogrel (geneesmiddel om bloedstolsels te voorkomen)
  • Ketoconazol, itraconazol of voriconazol (geneesmiddelen om schimmelinfecties te behandelen).
  • Erlotinib (voor de behandeling van kanker)
  • Diazepam (geneesmiddel voor de behandeling van angst of spierverslapping).
  • Citalopram, imipramine, clomipramine (geneesmiddelen om depressie te behandelen).
  • Fenytoïne (geneesmiddel bij epilepsie).
  • Warfarine of coumarine (geneesmiddelen die anticoagulanten heten en die gebruikt worden om uw bloed te verdunnen).
  • Cisapride (geneesmiddel voor problemen met de spijsvertering en terugvloeiend maagzuur);
  • Cilostazol (geneesmiddel bij de behandeling van ‘claudicatio intermittens’ – een pijn in uw benen bij het lopen dat veroorzaakt wordt door onvoldoende doorbloeding);
  • Digoxine (geneesmiddel bij hartproblemen).
  • Methotrexaat (een chemotherapeutisch geneesmiddel dat in hoge doses gebruikt wordt bij de behandeling van kanker) – als u hoge doseringen van methotrexaat neemt, kan uw arts de behandeling met dit middel tijdelijk stoppen.
  • Tacrolimus (geneesmiddel bij orgaantransplantatie)
  • Rifampicine (geneesmiddel voor de behandeling van tuberculose).
  • Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) (geneesmiddel om depressie te behandelen).

Heeft uw arts u de antibiotica amoxicilline en claritromycine voorgeschreven en dit middel voor de behandeling van een maagzweer als gevolg van een Helicobacter pylori infectie? Dan is het erg belangrijk dat u uw arts of apotheker vertelt welke middelen u nog meer gebruikt.

Zwangerschap en borstvoeding
  • Wilt u zwanger worden, bent u zwanger of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u geneesmiddelen gebruikt.
  • Uw arts bepaalt of u dit middel kunt innemen tijdens uw zwangerschap.
  • Gebruik dit middel niet als u borstvoeding geeft.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Dit middel heeft waarschijnlijk geen invloed op uw vermogen om een auto te besturen of om machines te gebruiken.

Stoffen in dit middel waarmee u rekening moet houden

In dit middel zit sucrose en glucose (dit zijn soorten suiker). Een goede mondverzorging en regelmatig tandenpoetsen is daarom belangrijk.

Als uw arts u heeft verteld dat u sommige suikers niet kunt verdragen, overleg dan met uw arts voordat u dit middel gebruikt.

Hoe gebruikt u dit middel?

Gebruik dit middel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Dit geneesmiddel bestaat uit granules (korreltjes) in losse sachets (zakjes). In elke sachet zit 10 mg esomeprazol. Uw arts zal u vertellen hoeveel sachets u elke dag moet gebruiken en ook hoe lang u de sachets moet gebruiken.

  • Leeg de inhoud van de sachet of sachets in een glas met wat water. Gebruik geen bruisend water (koolzuurhoudend). De hoeveelheid water hangt af van hoeveel sachets u van uw arts per keer moet gebruiken.
  • Gebruik 3 theelepels water (15 milliliter (ml)) per sachet. Dit betekent dat u 3 theelepels (15 ml) nodig heeft voor 1 sachet en 6 theelepels (30 ml) voor 2 sachets.
  • Roer de granules in het water.
  • Laat het mengsel een paar minuten staan totdat het dik wordt.
  • Roer nog een keer en drink het mengsel op. U mag de granules niet kauwen of fijnmalen. Laat het mengsel niet langer dan 30 minuten staan voordat u het opdrinkt.
  • Als er na het drinken nog iets in het glas achterblijft, moet u nog wat water toevoegen, roeren en dit meteen opdrinken.

U kunt dit middel met of zonder voedsel innemen.

Als u een voedingssonde (maagsonde) heeft, kan uw dokter of verpleegkundige dit middel via uw sonde geven. Informatie voor uw arts of verpleegkundige staat aan het eind van deze bijsluiter.

Kinderen
  • Dit middel wordt afgeraden bij kinderen jonger dan 1 jaar.
  • Kinderen tussen 1 en 11 jaar mogen dit middel gebruiken om de ziekte ‘gastro-oesofageale refluxziekte’ te behandelen. De gebruikelijke dosering is een maal per dag 1 sachet (10 mg) of 2 sachets (20 mg). De dosering voor kinderen hangt af van het lichaamsgewicht van het kind. De arts besluit wat de goede dosering is.
  • Kinderen ouder dan 4 jaar mogen dit middel gebruiken om zweren die zijn ontstaan door een infectie met de ‘Helicobacter pylori’ bacterie te behandelen en om te voorkomen dat deze zweren weer terugkomen. De dosering voor kinderen hangt af van het lichaamsgewicht van het kind. De arts besluit wat de goede dosering is. De arts zal uw kind ook twee antibiotica voorschrijven.
Volwassenen en jongeren vanaf 12 jaar en ouder

De gebruikelijke dosering is een maal per dag 2 sachets (20 mg) of 4 sachets (40 mg).

Ouderen

Bij ouderen is aanpassing van de dosering niet nodig.

Gebruik van dit middel bij lever- of nierproblemen of
  • Als u ernstige leverproblemen heeft, is de maximale dosering 2 sachets (20 mg) per dag. Voor kinderen van 1-11 jaar met ernstige leverproblemen is de maximale dosering 1 sachet (10 mg) per dag.
  • Als u nierproblemen heeft, kan uw arts u regelmatig willen onderzoeken. Er is geen speciale dosering bij gebruik met nierproblemen.
Heeft u te veel van dit middel ingenomen?

Als u meer van dit middel heeft gebruikt dan u is voorgeschreven, waarschuw dan direct uw arts of apotheker.

Bent u vergeten dit middel in te nemen?

Als u bent vergeten uw dosis in te nemen, neem deze dan alsnog in zodra u het zich herinnert. Als het al bijna tijd is voor de volgende dosis, moet u de gemiste dosis overslaan. Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Mogelijke bijwerkingen?

Zoals elk geneesmiddel kan dit middel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Allergische reacties

Een ernstige allergische reactie (anafylactische shock) is een zeldzame bijwerking, die bij minder dan 1 op de 1.000 mensen die dit middel gebruiken voorkomt.

Stop met dit middel te gebruiken en neem direct contact op met uw arts als een van de volgende verschijnselen voorkomen:
  • Plotseling kortademigheid.
  • Opzwellen van het gezicht of lichaam.
  • Huiduitslag.
  • Zwak voelen.
  • Problemen met slikken.

Andere mogelijke bijwerkingen zijn:

Vaak voorkomend (bij minder dan 1 op de 10 mensen)
  • Hoofdpijn.
  • Diarree, maagpijn, verstopping (obstipatie/constipatie), winderigheid (flatulentie).
  • Misselijkheid of overgeven (braken).
Soms voorkomend ( bij minder dan 1 op de 100 mensen)
  • Opzwellen van de voeten of enkels.
  • Slapeloosheid.
  • Duizeligheid, tintelingen (alsof één van uw lichaamsdelen slaapt), slaperig gevoel.
  • Duizelig gevoel (vertigo).
  • Droge mond.
  • Veranderingen in bloedtesten die bepalen hoe de lever werkt.
  • Huiduitslag, netelroos (bultjes) en jeuk.
  • Gebroken heup, pols of wervelkolom (bij chronisch gebruik van dit middel in hoge doseringen).
Zelden voorkomend (bij minder dan 1 op de 1.000 mensen)
  • Bloedziekten zoals verlaagde hoeveelheid witte bloedcellen of bloedplaatjes.
  • Lage hoeveelheid natrium in het bloed.
  • Gevoel van onrust, verwarring of neerslachtigheid (depressie).
  • Smaakveranderingen.
  • Gezichtsproblemen zoals wazig zien.
  • Plotseling gevoel van piepende ademhaling of kortademigheid (bronchospasme).
  • Ontsteking in de mondholte.
  • Schimmelinfectie van de darmen die “spruw” wordt genoemd.
  • Leveraandoeningen (hepatitis) met of zonder geelverkleuring van de huid of ogen (geelzucht).
  • Haaruitval (alopecia).
  • Huiduitslag bij blootstelling aan zonlicht.
  • Gewrichtspijn (artralgie) of spierpijnen (myalgie).
  • Algeheel gevoel van onwel zijn en futloosheid.
  • Toegenomen transpiratie.
Zeer zelden voorkomend ( bij minder dan 1 op de 10.000 mensen)
  • Veranderingen in de bloedsamenstelling inclusief gebrek aan witte bloedcellen (agranulocytose).
  • Agressie.
  • Zien, voelen of horen van dingen die er niet zijn (hallucinaties).
  • Ernstige leverproblemen die kunnen leiden tot leverfalen en hersenontsteking.
  • Plotseling ernstige huiduitslag of blaarvorming of vervelling van de huid. Dit kan samengaan met hoge koorts en gewrichtspijn (erythema multiforme, Stevens-Johnson syndroom, toxische epidermale necrolyse).
  • Spierzwakte.
  • Ernstige nierproblemen.
  • Borstvorming bij mannen.
Niet bekend, kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald
  • Als u dit middel langer dan 3 maanden gebruikt, is het mogelijk dat u een te lage hoeveelheid magnesium in uw bloed krijgt. Een te laag gehalte magnesium kan zich uiten in klachten als vermoeidheid, onvrijwillige spiertrekkingen, verwardheid (desoriëntatie), toevallen/stuipen (convulsies), duizeligheid en een versnelde hartslag. Als u een van deze symptomen heeft, neem dan contact met uw arts of apotheker op. Een te laag magnesiumgehalte kan ook leiden tot een verlaagd calcium- of kaliumgehalte in het bloed. Uw arts kan besluiten om regelmatig bloedonderzoek te doen om uw magnesiumgehalte te bepalen.
  • Ontsteking in de darmen (waardoor diarree kan optreden).

Dit middel kan in zeer zeldzame gevallen de witte bloedcellen aantasten en kan leiden tot een verminderde weerstand. Neem direct contact op met uw arts als u een infectie heeft met een van de volgende verschijnselen:

  • Koorts met een ernstig verminderde algehele conditie.
  • Koorts met verschijnselen van een lokale infectie zoals nekpijn, keelpijn of pijn in de mond.
  • Problemen bij het plassen.

Uw arts zal in deze situaties een bloedtest afnemen om een mogelijk tekort van witte bloedcellen (agranulocytose) te controleren. Het is belangrijk dat u dan informatie geeft over de geneesmiddelen die u op dat moment gebruikt.

Krijgt u veel last van een bijwerking? Of heeft u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Hoe bewaart u dit middel?

  • Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
  • Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
  • Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het Dr. Fisher Farma etiket na de afkorting “EXP.”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
  • Gebruik de zelfgemaakte oplossing binnen 30 minuten.
  • Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

Anvullende Informatie

De werkzame stof is esomeprazol. In elke sachet zit 10 mg esomeprazol (als magnesiumtrihydraat).

De andere stoffen in dit middel zijn:

Esomeprazol granulaat:

  • Glycerolmonostearaat 40-55.
  • Hydroxypropyl cellulose.
  • Hypromellose.
  • Magnesiumstearaat.
  • Copolymeer van methacrylzuur en ethylacrylaat (1:1) dispersie 30%.
  • Polysorbaat 80.
  • Suikerbolletjes (sucrose en maïszetmeel).
  • Talk.
  • Triethylcitraat.
Hulpstoffen granulaat:
Citroenzuur anhydraat (voor pH instelling).
  Crospovidon.
  Glucose anhydraat.
  Hydroxypropylcellulose.
  Geel ijzeroxide (E172).
  Xanthaangom.
Hoe ziet dit middel eruit en wat zit er in een verpakking?

In elke sachet zitten lichtgele kleine granules. Er kunnen ook bruine granules tussen zitten.

De oplossing is een dikke gele vloeistof waarin kleine korreltjes zitten. In elke doos zitten 28 sachets.

Fabrikant

AstraZeneca AB, Gärtunavägen, SE-151 85 Södertälje, Zweden

Registratiehouder / ompakker

Dr. Fisher Farma B.V., Schutweg 23, 8243 PC Lelystad

Nexium 10 mg sachet,

maagsapresistent granulaat voor orale suspensie 10 mg

RVG 108001 // 101600 L.v.h.: Italië
Esomeprazol Fisher 10 mg sachet,  
maagsapresistent granulaat voor orale suspensie 10 mg
RVG 113657 // 101600 L.v.h.: Italië
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in oktober 2013

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Informatie over toediening bij patiënten met een neus- of maagsonde:
  1. Voor een dosis van 10 mg, leeg de inhoud van een 10 mg sachet in 15 ml water.
  2. Voor een dosis van 20 mg, leeg de inhoud van twee 10 mg sachets in 30 ml water.
  3. Roer.
  4. Laat het mengsel een paar minuten staan om in te dikken.
  5. Roer opnieuw.
  6. Zuig het mengsel op in een injectiespuit.
  7. Injecteer door de sonde, charrière 6 of hoger, in de maag binnen 30 minuten na oplossen.
  8. Vul de injectiespuit opnieuw met 15 ml water voor een dosis van 10 mg en met 30 ml voor een dosis van 20 mg.
  9. Schud de injectiespuit en spoel de in de sonde achtergebleven oplossing in de maag. Elk restant van de oplossing die niet wordt gebruikt dient weggegooid te worden.

BS14043 / 03 / 26 september 2013 (Herziening: augustus 2013)

Uw persoonlijke medicijn-assistent

Medicijnen

Zoek hier onze uitgebreide database van medicijnen van A-Z, met effecten en ingrediënten.

Stoffen

Alle werkzame stoffen met hun toepassing, chemische samenstelling en medicijnen waarin ze zijn opgenomen.

Ziekten

Oorzaken, symptomen en behandelingsmogelijkheden voor veel voorkomende ziekten en verwondingen.

De getoonde inhoud komt niet in de plaats van de oorspronkelijke bijsluiter van het geneesmiddel, met name wat betreft de dosering en de werking van de afzonderlijke producten. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid van de gegevens, aangezien deze gedeeltelijk automatisch zijn omgezet. Voor diagnoses en andere gezondheidskwesties moet altijd een arts worden geraadpleegd. Meer informatie over dit onderwerp vindt u hier.

This website is certified by Health On the Net Foundation. Click to verify.